Een route door Indonesië begint met schrappen. Het land telt meer dan zeventienduizend eilanden, de bestemmingen op deze site liggen verspreid over zeven daarvan, en van Sumatra in het westen tot Papoea in het oosten is het ruim vijfduizend kilometer. Alles doen lukt niemand. Wie het toch probeert, ziet vooral vertrekhallen.
Deze route kiest. Drieëntwintig stops op vijf eilanden, van de jungle bij Medan via de vulkanen van Java, het oosten van Bali en de Rinjani naar de Kelimutu op Flores, in een volgorde waarin je nergens terugrijdt. Per plek staat erbij hoeveel dagen je nodig hebt, hoe je bij de volgende komt, waar je slaapt en wat je er niet mag laten liggen. Daarna in drie maten: drie weken, de dertig dagen van je visum, en acht weken met één verlenging.
Sumatra krijgt in deze route meer ruimte dan je in de meeste reisplannen ziet. Dat is een bewuste keuze: voor ons is het het mooiste eiland van het land. Elke stop linkt door naar de reisgids van die plaats. Wil je eerst het grote plaatje, begin dan bij backpacken in Indonesië.
De route in één oogopslag
Sumatra krijgt 17 dagen, Java 8, Bali 14, Lombok 9 en Flores 7. Op Sumatra doe je alle acht de stops: Medan, Bukit Lawang, Berastagi, het Tobameer, Padang Sidempuan, Bukittinggi, de Harau-vallei en de Bungus-baai. Op Java zijn het Jakarta, Yogyakarta, Bromo en Ijen, op Bali Canggu, Nusa Penida, Ubud, Sidemen en Amed, op Lombok de Gili-eilanden, Senaru en Tetebatu, en op Flores Labuan Bajo, Bajawa en Moni.
Waarom van west naar oost? Omdat de eilanden zo aan elkaar vastzitten. Je vliegt in op Medan, rijdt over Sumatra naar het zuiden en vliegt vanaf Padang naar Jakarta. Op Java neem je de trein tot de oostpunt, daar zet een veerboot je in drie kwartier over naar Bali, en vanuit Amed vaar je naar de Gili’s. Pas aan het eind, van Lombok naar Flores, stap je weer in een vliegtuig. Drie vluchten in de hele route, en je rijdt nergens dezelfde weg terug. Ook de seizoenen lopen mee. Sumatra is het droogst van juni tot en met september, Java van mei tot en met september, en op Bali, Lombok en Flores is het droog van ongeveer april tot en met oktober. Begin je in juni op Sumatra, dan heb je de jungle op zijn best en sta je in juli op de Rinjani, in de helderste maanden van de berg.
Drie, vier of acht weken?
Tel je de ondergrens van alle dertig bestemmingen op deze site op, dan kom je op 75 dagen, zonder één reisdag. Dat past niet eens in een visum met verlenging. Ook de drieëntwintig stops hierboven vragen acht weken. Dus kies je een maat, en elke maat heeft zijn eigen logica.
3 weken: het noorden van Sumatra en de vulkanen van Java
Medan (1), Bukit Lawang (3), Berastagi (2) en het Tobameer (3). Vanaf het meer rijd je in een paar uur naar het vliegveld Silangit, ten zuiden van het meer, en vlieg je naar Jakarta. De volgende ochtend zit je in de trein naar Yogyakarta (3), dan Bromo (2) en Ijen (2), en na de veerboot naar Bali sluit je af met drie dagen Ubud. Dat zijn ongeveer 21 dagen: orang-oetans, een kratermeer, Borobudur, twee vulkanen bij zonsopkomst en de rijstterrassen van Bali, en je vliegt naar huis vanaf Denpasar.
30 dagen: Sumatra van noord tot west, Java en Bali
Neem de driewekenroute, maar vlieg niet vanaf Silangit. Stap in Parapat op de ALS-bus, die je in twaalf tot zestien uur in één keer naar Bukittinggi brengt, en neem daar drie dagen, plus twee in de Harau-vallei. Een taxi brengt je van de vallei in ongeveer vier uur naar het vliegveld van Padang, en vandaar vlieg je naar Jakarta. Op Bali komt na Ubud nog Nusa Penida (3) erbij. Zo kom je op ongeveer 30 dagen, en dat is precies je visum. Er zit dus geen speling in. Wil je ergens langer blijven, en aan het Tobameer gebeurt dat vaak, verleng dan je visum of laat Nusa Penida vallen.
8 weken: alles hierboven, met één verlenging
Alle drieëntwintig stops, in de volgorde hieronder. Je breekt de lange rit naar het zuiden in Padang Sidempuan, eindigt Sumatra in de Bungus-baai, en reist na Bali verder over Lombok naar Flores. Met de reisdagen kom je op ongeveer 56 dagen. Je visum verleng je één keer met 30 dagen, en dan heb je er maximaal 60: genoeg, met een paar dagen marge voor een bewolkte ochtend op de Kelimutu.
Sumatra: jungle, kratermeren en de Minangkabau
1. Medan (1 dag)
Je landt op Kualanamu, met een vlucht uit Kuala Lumpur, Penang, Singapore of Jakarta, en de vliegveldtrein zet je in ongeveer drie kwartier bij het Merdeka-plein, voor IDR 40.000, ongeveer €2. Slaap uit, loop aan het eind van de middag langs het gele Maimun-paleis uit 1888 en de moskee met de zwarte koepels, en bewaar je honger. Medan is een stad om te eten: laat op de avond mie aceh op Merdeka Walk, en daarna durian bij een stalletje waar om elf uur nog een rij voor staat. Regel diezelfde avond je bus. Wie om acht uur ‘s ochtends vertrekt, eet zijn lunch al aan de rivier. Zie de reisgids van Medan.
Vervoer naar de volgende stop: een gedeelde toeristenbus rijdt in vier tot vijf uur naar Bukit Lawang, voor ongeveer IDR 200.000 (€10). Een privéauto doet het in drie tot vier uur, voor ongeveer €35 per auto.
Ons oordeel: één nacht, en die ene avond eten hoort net zo goed bij de route als de jungle
2. Bukit Lawang (3 dagen)
Het dorp ligt aan de snelle Bohorok, en over de hangbruggen loop je vanaf je guesthouse zo het regenwoud van Gunung Leuser in. Dag één kom je aan en spreek je je trek af met een erkende gids. Dag twee en drie zijn de klassieker: een dag lopen op zoek naar orang-oetans, gibbons en Thomas-bladapen, een nacht onder een zeil aan de rivier, en de volgende ochtend op een rij binnenbanden door de stroomversnellingen terug naar het dorp. Voor die twee dagen betaal je €120 per persoon bij twee personen, alles inbegrepen. Kies je gids op wat hij over de dieren zegt: minstens tien meter afstand, niet voeren en niet aanraken. Ben je verkouden, blijf dan uit het bos, want een orang-oetan kan het van je overnemen. Pin in Medan genoeg contant geld, in het dorp lukt dat lastig. Meer in orang-oetans zien in Indonesië en de reisgids van Bukit Lawang.
Vervoer naar de volgende stop: gedeelde toeristenbussen rijden in ongeveer vijf uur naar Berastagi, vaak via de rand van Medan. Je guesthouse regelt een plek.
Ons oordeel: de reden dat je naar Sumatra komt, en pas met die nacht in het bos snap je waarom
3. Berastagi (2 dagen)
Op 1.300 meter trek je voor het eerst in weken een trui aan. Berastagi is een marktstadje van de Karo-Batak tussen twee vulkanen, met passievrucht en sinaasappels op de fruitmarkt en ‘s avonds de Sinabung in het laatste licht vanaf Gundaling. Op dag twee loop je om vier uur ‘s nachts met een zaklamp naar de krater van de Sibayak, 2.212 meter, die bij zonsopkomst naar zwavel ruikt, en daarna lig je een lange ochtend in de warme bronnen. Vraag een dag vooraf bij je guesthouse of de Sibayak open is. De Sinabung ernaast is actief en heeft een verboden zone eromheen, die bekijk je vanaf een uitzichtpunt. Zie de reisgids van Berastagi.
Vervoer naar de volgende stop: neem niet de goedkoopste bus, maar huur met een paar andere backpackers een auto met chauffeur. Je stopt bij de langhuizen van Dokan en de Sipiso-piso-waterval van 120 meter, en dan ligt het Tobameer ineens onder je. Ongeveer vier uur later ben je in Parapat, waar de boot naar Samosir vertrekt. Gedeeld kost die dag weinig meer dan de bus.
Ons oordeel: twee frisse dagen, en de rit naar het meer is de mooiste reisdag van het noorden
4. Tobameer (3 dagen)
Vierenzeventigduizend jaar geleden blies een supervulkaan hier een gat in het eiland. Wat overbleef is een meer van honderd kilometer lang, met in het midden Samosir. Je slaapt in Tuktuk, en de boot uit Parapat zet je af bij de steiger van je eigen guesthouse, voor ongeveer €1. Dag één zwem je vooral. Dag twee rijd je op de scooter naar de stenen stoelen van Ambarita, de dans van half elf in Simanindo en de warme bronnen bij Pangururan. Dag drie is voor Tomok en een kajak. Boek je eerste twee nachten, meer niet. Wordt het er vijf, dan verleng je bij de balie. Rond kerst en Nieuwjaar komen veel Batak-families terug naar het meer, dus dan boek je wel vooruit. Zie de reisgids van het Tobameer.
Vervoer naar de volgende stop: vanuit Parapat rijden bussen en gedeelde auto’s naar Padang Sidempuan, een lange dag over de bergen langs Tarutung en Sipirok. Een auto met chauffeur regel je via je guesthouse in Tuktuk.
Ons oordeel: de plek waar je planning sneuvelt, en dat is hier precies goed
5. Padang Sidempuan (1 dag)
De ALS-bus rijdt van Parapat in één keer naar Bukittinggi, maar dan zit je twaalf tot zestien uur in het donker. Met een nacht in Padang Sidempuan rijd je de hele weg met daglicht en uitzicht. Het is een salakstad tussen palmheuvels, in het land van de Angkola en de Mandailing, en buitenlanders zie je er weinig. Eet ‘s avonds sate bij een warung aan de Imam Bonjol en koop een zak salak voor morgen. Het geheim van deze streek is het Barumun Nagari Wildlife Sanctuary, een opvang voor Sumatraanse tijgers die in strikken van stropers liepen. Stuur ze vanuit Tuktuk een bericht via Instagram met je datum: met een ja blijf je een tweede dag. Zie de reisgids van Padang Sidempuan.
Vervoer naar de volgende stop: vertrek rond acht uur, dan ben je ‘s middags in Bukittinggi. Onderweg passeer je de waterval Aek Sijorni en steek je bij Bonjol de evenaar over.
Ons oordeel: een tussenstop die je de bergen teruggeeft, met een kans op tijgers als bonus
6. Bukittinggi (3 dagen)
Om zeven uur hangt de mist nog in de Sianok-kloof, honderd meter diep, en aan de overkant klimt de Great Wall van Koto Gadang, 780 meter betonnen trap, tegen de wand op. Dit is het hart van de Minangkabau, met daken die omhoog krullen als buffelhorens en de keuken waar de rendang vandaan komt. Dag één de kloof, de trap en de zilversmeden. Dag twee Pasar Atas, nasi kapau en een glas kopi kawa daun. Dag drie de 44 bochten naar het meer van Maninjau. In de stad neem je een angkot voor ongeveer €0,20, en een scooter huur je voor ongeveer €3,50 per dag. Doordeweeks heb je de uitzichtpunten bijna voor jezelf. Zie de reisgids van Bukittinggi.
Vervoer naar de volgende stop: bij busstation Aur Kuning, twee kilometer van het centrum, neem je de bus richting Payakumbuh en stap je na iets meer dan een uur uit in Sarilamak, voor ongeveer €0,75. Een opelet, een motor met zijspan, brengt je voor ongeveer €1 naar je homestay.
Ons oordeel: drie dagen in het koelste en lekkerste stuk van je hele reis
7. Harau-vallei (2 dagen)
Rotswanden van honderd meter of meer schieten recht omhoog, rood en grijs gestreept, met onderaan rijstvelden en watervallen die in poelen vallen. Je slaapt in een houten hut tussen de velden voor ongeveer €10, met de klif als achtermuur. Dag één zwem je bij Sarasah Bunta, dag twee ga je vroeg met een gids naar het uitzichtpunt boven de vallei. Valt een ochtend op dinsdag of zaterdag, begin dan op de markt van Sarilamak en rij daarna met de scooter naar de bochtenbrug van Kelok 9. Kom het liefst in juni of juli: dan is het droog en vallen de watervallen nog vol van de regen. Zie de reisgids van de Harau-vallei.
Vervoer naar de volgende stop: terug via Bukittinggi naar Padang, en daar langs de kust naar het zuiden. Reken op een hele dag. Van Padang naar Bungus neem je Grab of Gojek, ongeveer een uur tot anderhalf.
Ons oordeel: misschien wel de mooiste plek van Sumatra, en daar hoort minstens een tweede nacht bij
8. Bungus-baai (2 dagen)
Een werkende baai vol vissersboten, met groene bergen tot in het water en verder op zee eilandjes met wit zand. Je slaapt in een eenvoudige losmen en vaart naar Pasumpahan, Pagang of Marak, het eiland met een strand waar geen enkel hotel staat. Een eilandtocht met lunch kost ongeveer €10. Ga doordeweeks naar Marak en wees om half acht bij de steiger van Sungai Pisang: daar huur je een vissersboot die je deelt met wie er nog meer wacht. Neem je lunch mee, want op Marak is niets te koop. Zie de reisgids van de Bungus-baai.
Vervoer naar de volgende stop: vanuit de baai ben je ongeveer anderhalf uur onderweg naar het vliegveld van Padang, en vandaar vlieg je in iets minder dan twee uur naar Jakarta. In Bungus komt bijna geen Grab, dus regel die rit een dag van tevoren via je losmen. Slaap je de laatste nacht in Padang, dan zit je dichter bij je vlucht.
Ons oordeel: een strand zonder hotels als afscheid, en een beter einde van Sumatra bestaat niet
Java: treinen, tempels en twee vulkanen
9. Jakarta (1 dag)
Je landt op Soekarno-Hatta, en de vliegveldtrein brengt je in een uur naar station BNI City, voor ongeveer IDR 70.000 (€3,50). Ga ‘s ochtends vroeg naar het plein van Kota Tua, voor de hitte en de drukte, en eet je daarna een weg door de steegjes van Glodok. Met de TransJakarta-bus kost een rit twintig cent. Neem de trein naar Yogyakarta overdag en boek een plek aan het raam. Zes uur lang schuiven er rijstvelden en vulkanen voorbij, en bij elk station komt er iemand langs met gorengan. Zie de reisgids van Jakarta.
Vervoer naar de volgende stop: vanaf Gambir rijden de snelste treinen in ongeveer zes uur naar Yogyakarta, in de eksekutif-klasse vanaf ongeveer IDR 560.000 (€28). De ekonomi-treinen vanaf Pasar Senen kosten de helft. Boek in de app Access by KAI, of via Tiket.com of Traveloka, met je paspoortnummer.
Ons oordeel: een dag voor de oude stad, en de rit erna is de goedkoopste rondleiding over Java
10. Yogyakarta (3 dagen)
Jogja is het culturele hart van Java, met een sultan in zijn paleis, studenten in de cafés en fietstaxi’s langs Malioboro. Dag één is Borobudur: koop je klimticket vooraf op ticket.borobudurpark.com voor een vast tijdvak, en neem de minibus vanaf Malioboro voor ongeveer €1. Dag twee het paleis, Taman Sari en gudeg aan Jalan Wijilan. Dag drie Prambanan, en ‘s avonds het Ramayana-ballet met de verlichte tempels als decor. Wil je Borobudur uit de mist zien steken, klim dan voor zonsopkomst naar de heuvel Punthuk Setumbu en rij daarna door naar je tijdvak op de tempel. ’s Avonds drink je koffie met een gloeiend stuk houtskool erin bij een angkringan. Zie de reisgids van Yogyakarta.
Vervoer naar de volgende stop: de trein naar Probolinggo doet er ongeveer zeven uur over. Vanaf de busterminal daar rijden minibusjes in ongeveer anderhalf uur naar Cemoro Lawang, voor ongeveer €2 tot €4 per stoel.
Ons oordeel: drie dagen in een van de goedkoopste steden van je route, en reken erop dat je er een vierde aan vastplakt
11. Bromo (2 dagen)
Je slaapt in Cemoro Lawang, het dorp van de Tengger op de rand van de caldera, en daar is het ‘s nachts koud. Om drie uur loop je naar Mentigen, en als de wolken wegzakken ligt daar de Bromo, 2.329 meter, rokend in een zee van grijs zand. Drink daarna rustig je koffie en ontbijt in het dorp. Om een uur of acht loop je de Zandzee in, ongeveer drie kwartier naar de kraterrand, en dan heb je die bijna voor jezelf. De entree is rond IDR 220.000 op werkdagen en rond IDR 320.000 in het weekend, ongeveer €11 tot €16, en die koop je vooraf op bromotenggersemeru.id. Kom doordeweeks, en neem een muts en handschoenen mee. Zie de reisgids van Bromo en Bromo en Ijen combineren.
Vervoer naar de volgende stop: terug naar Probolinggo, en dan met de trein in ongeveer vier uur naar Ketapang bij Banyuwangi. Er gaan een paar treinen per dag, ‘s ochtends en ‘s middags.
Ons oordeel: slaap op de rand van de caldera, dan heb je de krater voor jezelf als de rest al weg is
12. Ijen (2 dagen)
Rond middernacht word je in Banyuwangi opgehaald, en om twee uur sta je met een hoofdlamp en een gasmasker op een parkeerplaats in het bos. Drie kilometer klimmen later zie je diep in de krater blauwe vlammen van brandend zwavelgas, en bij het eerste licht een turquoise zuur meer, met langs het pad dragers die manden met zwavel naar boven sjouwen. Als buitenlander ga je met een erkende gids, en die regelt je hostel. Check vlak voor je gaat of de krater open is. En stap na de klim niet meteen op de boot: slaap een paar uur, eet een bord nasi tempong, en vaar ‘s middags of de volgende ochtend. Zie de reisgids van Ijen.
Vervoer naar de volgende stop: de veerboot van Ketapang naar Gilimanuk vaart dag en nacht, ongeveer elk uur, in zo’n drie kwartier, voor rond IDR 10.600 (€0,50). Je kaartje koop je vooraf via Ferizy. Van Gilimanuk rijd je in drie tot vier uur naar Canggu. Bali loopt een uur voor op Java.
Ons oordeel: de vreemdste nacht van je reis, met daarna een rustdag die je verdiend hebt
Bali: golven, rijstvelden en het stille oosten
13. Canggu (3 dagen)
Bij aankomst op Bali betaal je eenmalig IDR 150.000 toeristenbelasting, ongeveer €7,50, het makkelijkst vooraf via Love Bali. Daarna ben je in een surfdorp waar de rijstvelden nooit helemaal weg zijn gegaan. Je slaapt in een hostel met zwembad, huurt voor ongeveer €2,50 een board voor twee uur, en de golven bij Batu Bolong zijn zacht genoeg voor je eerste les. Op dag drie ga je ‘s ochtends naar de zeetempel Tanah Lot, voordat het druk wordt. Sta één keer om half zes op: dan zijn de golven glad, de surfscholen er nog niet en heb je het water met een handvol locals. Een scooter kost ongeveer €4 per dag, maar alleen met een internationaal rijbewijs met de categorie motor. Zie de reisgids van Canggu.
Vervoer naar de volgende stop: voor Nusa Penida rijd je naar Sanur en neem je de snelle boot, een half uur tot drie kwartier varen, voor ongeveer €10. Bij aankomst betaal je een eilandbijdrage van ongeveer €1,25.
Ons oordeel: de zachtste landing op Bali, met je eerste golf binnen een dag
14. Nusa Penida (3 dagen)
Ruig en hoog, met kliffen die steil in zee vallen. Dag één is de westkust, met Broken Beach, Angel’s Billabong en Crystal Bay. Dag twee sta je om zeven uur bij Kelingking, waar de rotsrug als de nek van een dinosaurus de zee in kruipt, en snorkel je daarna bij Manta Point. Dag drie neem je de trap naar Diamond Beach aan de oostkust, of vaar je in een kwartier naar Nusa Lembongan en loop je over de gele brug naar Ceningan. De wegen zijn smal, steil en op stukken nog in aanbouw. Deel daarom met een paar mensen uit je hostel een auto met chauffeur, spreek een vertrek om zes uur af en draai de route van de tourbusjes om. Zie de reisgids van Nusa Penida.
Vervoer naar de volgende stop: met de boot terug naar Sanur, en dan ongeveer een uur naar Ubud.
Ons oordeel: drie dagen voor de klif, de manta’s en het kleine eiland ernaast
15. Ubud (3 dagen)
Ubud is waar Bali groen wordt, en de mooiste uren zijn die voor negen uur. Dag één is het Monkey Forest, de markt en ‘s avonds de Legong in het paleis. Dag twee sta je voor achten bij de terrassen van Tegallalang: loop de vallei in en aan de andere kant omhoog, dan ben je de schommels en de drukte kwijt. Daarna het bronwater van Tirta Empul. Dag drie word je om twee uur opgehaald voor Mount Batur, 1.717 meter, met zonsopkomst op de kraterrand en een ei uit een stoomgat. Zonder motorrijbewijs huur je met een paar mensen een chauffeur voor een dag. Op sommige plekken in het centrum mogen apptaxi’s je niet ophalen, en dan loop je een straat verder. Zie de reisgids van Ubud.
Vervoer naar de volgende stop: naar Sidemen rijd je in ongeveer anderhalf uur rechtstreeks.
Ons oordeel: drie vroege ochtenden, en de middagen zijn voor een massage of het zwembad
16. Sidemen (2 dagen)
Een groen dal met rijstterrassen, weefgetouwen en de Agung erboven. Sidemen is wat Ubud was voordat iedereen het ontdekte: na het avondeten is het stil. Dag één loop je met een gids door de velden en langs de weefateliers rond Telaga Tawang, waar vrouwen songket weven met gouden draad. Dag twee rij je naar Besakih, de moedertempel op de flank van de vulkaan, terwijl de top nog vrij is. Zet je wekker voor zonsopkomst, ook als je verder niets van plan bent. Tussen half zes en zeven staat de Agung het vaakst helder boven het dal. Zie de reisgids van Sidemen.
Vervoer naar de volgende stop: naar Amed is het ongeveer anderhalf uur rijden. Laat je chauffeur stoppen bij het waterpaleis Tirta Gangga, dat ligt precies op de route.
Ons oordeel: twee dagen niets moeten, en die heb je na Ubud nodig
17. Amed (3 dagen)
Veertien kilometer kustweg langs vissersdorpjes, met in elke baai een rif op een paar slagen van het zwarte strand. Dag één snorkel je bij Jemeluk boven de onderwatertempel, het liefst om zes uur, als de vissers met hun jukungs binnenkomen. Dag twee duik of snorkel je bij Tulamben op de USAT Liberty, een vrachtschip uit de Tweede Wereldoorlog dat vanaf het strand bereikbaar is. Dag drie vertrek je in het donker naar de poort van Lempuyang. Het oosten is het droogste stuk van Bali, en in het droge seizoen is het zicht onder water het best. Wil je je duikbrevet halen, dan past een cursus Open Water hier mooi in je route. Zie de reisgids van Amed en duiken in Indonesië.
Vervoer naar de volgende stop: de snelle boot vaart in ongeveer vijf kwartier naar Gili Trawangan, voor ongeveer €20 tot €35. Er gaan minder boten dan vanaf Padang Bai, dus boek een dag vooruit.
Ons oordeel: het beste water van Bali, en de snelste weg naar de Gili’s
Lombok: schildpadden en de Rinjani
18. Gili-eilanden (4 dagen)
Geen auto’s, geen scooters: het enige verkeersgeluid is een fietsbel. Slaap eerst twee nachten op Gili Trawangan, voor de mensen en de feestjes, en vaar dan met de lokale boot door naar Gili Air of Gili Meno. Zet een masker op, zwem een stukje van het strand af, en de kans is groot dat er een schildpad onder je door glijdt. Op Meno snorkel je bij Nest en lig je daarna op het stilste strand van de drie. In juli en augustus zit alles vol, dus boek dan je bed vooruit. Een cidomo neem je alleen met zware bagage, met een paard dat er gezond uitziet. Twijfel je tussen de drie, lees dan welk Gili-eiland kies je.
Vervoer naar de volgende stop: met de lokale boot in een halfuur naar Bangsal, voor een paar euro, en dan ongeveer anderhalf uur langs de noordkust naar Senaru. Veel trekkingbureaus halen je gratis op als je de trek bij hen boekt.
Ons oordeel: vier dagen op blote voeten, verdeeld over twee eilanden
19. Senaru (3 dagen)
Een dorp van één lange weg tegen de noordflank van de Rinjani, 3.726 meter. Dag één loop je naar de watervallen Sendang Gile en Tiu Kelep. Dag twee en drie zijn de trek naar de kraterrand op 2.641 meter: je slaapt in een tent met Segara Anak onder je, het turquoise meer met een rokende kegel in het midden, en ziet daar de zon ondergaan en weer opkomen. In een groep kost die trek vanaf ongeveer €150. Buitenlanders klimmen alleen met een erkend bureau, met hoogstens vier trekkers per gids, en registreren zich vooraf in de e-Rinjani-app. Van januari tot en met maart zijn de paden bijna elk jaar dicht. Neem een fleece mee. Zie de reisgids van Senaru.
Vervoer naar de volgende stop: via de oostkust rijd je in ongeveer twee uur naar Tetebatu. Mooier is de weg over de berg via de hoogvlakte van Sembalun, ongeveer een uur langer: spreek het vooraf af met je chauffeur en vertrek ‘s ochtends.
Ons oordeel: wie de kraterrand haalt, heeft de Rinjani gezien
20. Tetebatu (2 dagen)
Na de berg kom je bij tussen de rijstvelden op de zuidflank van dezelfde vulkaan. Neem op je eerste ochtend een gids uit het dorp: de sawa’s zijn een doolhof van dijkjes, en met hem eindig je in het apenbos precies waar de zwarte apen die ochtend zitten. Dag twee huur je een scooter of een elektrische fiets voor ongeveer €5 en rijd je langs de watervallen Jeruk Manis, Tibu Bunter en Sarang Walet. ’s Avonds kookt de familie van je homestay. Grab rijdt hier niet en een pinautomaat vind je ook niet, dus neem contant geld mee van de Gili’s. Zie de reisgids van Tetebatu.
Vervoer naar de volgende stop: naar het vliegveld van Lombok ben je anderhalf tot twee uur onderweg. Vandaar vlieg je met Wings Air in ongeveer vijf kwartier naar Labuan Bajo. De dienstregeling wisselt, dus boek een paar weken vooruit.
Ons oordeel: twee dagen bijkomen na de berg, in het rustigste stuk van Lombok
Flores: Komodo en de lange weg naar het oosten
21. Labuan Bajo (3 dagen)
Bij zonsondergang liggen er tientallen houten zeilschepen in de haven, met daarachter de eilanden van Komodo National Park. Dag één leg je je boot vast en loop je ‘s avonds de heuvel Sylvia op. Dag twee om zes uur de speedboot op: Padar, de varanen met een ranger, Pink Beach, Manta Point en Taka Makassar in één dag, vanaf ongeveer €80 per persoon plus IDR 250.000 (€12,50) parkentree. Dag drie duik of snorkel je, of je ruilt de dagtocht voor een gedeelde boot van drie dagen, vanaf ongeveer €200. Sinds april 2026 laat het park nog 1.000 bezoekers per dag toe, en op Padar loop je in een vast tijdvak. Tussen juli en oktober raken dagen vol, dus boek een paar dagen vooruit. Alles over de keuze tussen speedboot en zeilschip staat in de Komodo-boottocht vanuit Labuan Bajo.
Vervoer naar de volgende stop: met een gedeelde auto, een travel, ben je ongeveer tien uur onderweg naar Bajawa. Breek de rit in Ruteng, ongeveer vier uur van Labuan Bajo, met zijn rijstvelden in de vorm van een spinnenweb. Rijd overdag: in het donker is de weg smal en onverlicht.
Ons oordeel: het duurste stukje van je route, en elke rupiah waard
22. Bajawa (2 dagen, plus een nacht in Ruteng)
Hier wordt Flores ineens koud, en de Inerie, 2.245 meter, staat er zo symmetrisch bij dat hij getekend lijkt. Je komt voor de Ngada-dorpen Bena en Luba, met rieten daken in twee rijen rond een dorpsplein, megalieten en koffie die op het plein ligt te drogen. Rij er op je tweede ochtend zo vroeg mogelijk heen, voor de busjes er zijn, en betaal in Bena de bijdrage van ongeveer €1,25. Aan het eind van een middag warm je op in de bron van Soa. In de dorpen draag je een sarong, die je er vaak kunt lenen. Neem een trui mee: na zonsondergang heb je hem echt nodig. Zie de reisgids van Bajawa.
Vervoer naar de volgende stop: het busje naar Ende doet er ongeveer vijf uur over, en daarna is het nog zo’n twee uur naar Moni. Vertrek vroeg, dan haal je het op één dag. Een auto met chauffeur rijdt het in zes tot zeven uur.
Ons oordeel: de dorpen voor het ontbijt, en een kop koffie op de plek waar hij groeit
23. Moni (1 dag)
Om vier uur ‘s nachts kruipt een rij koplampen dertien kilometer de berg op, en een kwartier lopen later sta je op de rand van de Kelimutu. Onder je liggen drie kratermeren die elk een andere kleur hebben, en die kleuren veranderen door de jaren heen. De entree is door de week ongeveer €7,50. Loop daarna terug naar het dorp, door de dorpjes op de helling. Hangt er mist, blijf dan even staan: hij trekt vaak in een paar minuten weg. Heb je een dag over, neem dan twee nachten, dan is een bewolkte eerste ochtend een gok in plaats van een gemiste kans. Zie de reisgids van Moni.
Vervoer naar huis of verder: Ende ligt twee uur van Moni, Maumere drie tot vier uur. Allebei hebben ze propellervluchten naar onder andere Labuan Bajo en Kupang, waar je overstapt naar Bali of Java. Zoek die vlucht als eerste op en tel dan terug.
Ons oordeel: één ochtend die je hele route afmaakt
Praktisch: vervoer, seizoenen, visum en budget
Zo reis je tussen de eilanden
Elk eiland heeft zijn eigen manier van reizen. Op Sumatra gaat alles over de weg, met gedeelde toeristenbussen, auto’s met chauffeur en de nachtbus van ALS, en die ritten zijn lang. Java doe je met de trein van KAI, van Jakarta tot de oostpunt. Op Bali en Lombok reis je met shuttles, een chauffeur die je deelt en Gojek of Grab, en tussen de eilanden met snelle boten. Op Flores is er één weg, en die neem je in een travel. Drie stukken vlieg je: Padang naar Jakarta, Lombok naar Labuan Bajo en aan het eind terug vanuit Ende of Maumere. Boek die een paar weken vooruit. Alles per vervoersoort staat in vervoer in Indonesië.
De beste maanden
Voor een rondreis over meerdere eilanden zijn april tot en met oktober het prettigst. Per deel van de route:
- Sumatra: geen echt droog seizoen, wel het droogst van juni tot en met september. In juli en augustus is het druk in Bukit Lawang.
- Java: droog van mei tot en met september, met de helderste ochtenden bij Bromo van juli tot en met september.
- Bali, Lombok en Flores: droog van ongeveer april tot en met oktober. De paden op de Rinjani zijn van januari tot en met maart bijna elk jaar dicht.
Mik op mei, juni of september: droog, en net buiten de Europese zomervakanties, zodat je op Bali en de Gili’s minder betaalt voor je bed. Valt je reis in maart, zoek dan de datum van Nyepi op, want op die stiltedag ligt heel Bali een etmaal stil, het vliegveld incluis. En kijk wanneer Lebaran valt, het einde van de ramadan: in de dagen eromheen zijn de treinen op Java weken vooruit uitverkocht. Meer per maand in de beste reistijd voor Indonesië.
Visum, verlengen en de aankomstkaart
Met een Nederlands of Belgisch paspoort heb je een visum nodig, ook voor Bali. Dat is het visum bij aankomst: vraag het vooraf online aan als e-VOA, of regel het aan de balie op het vliegveld. Het kost IDR 500.000, ongeveer €25, en geeft je 30 dagen. Je kunt het één keer met 30 dagen verlengen, ook weer voor ongeveer IDR 500.000, en daarmee kom je op maximaal 60 dagen. Precies wat de achtwekenroute nodig heeft. Met een Belgisch paspoort verleng je online en ga je daarna voor een foto en een kort gesprek langs het immigratiekantoor van de plek die je in je aanvraag opgaf.
Je paspoort moet nog zes maanden geldig zijn en in goede staat, en je moet een retour- of doorreisticket kunnen laten zien: zo regel je een uitreisticket zonder je route vast te leggen. Vul in de drie dagen voor aankomst de gratis All Indonesia Arrival Card in. Blijf je langer dan je visum toestaat, dan betaal je IDR 1.000.000 per dag, ongeveer €50. De immigratiedienst heeft aangekondigd dat het visum duurder wordt, dus kijk het bedrag vlak voor vertrek na op onze visumpagina.
Wat kost deze route?
Gemiddeld kom je in Indonesië rond met ongeveer €28 per dag, maar de eilanden verschillen. Sumatra is het goedkoopst, met ongeveer €21 per dag, Java zit op €24, Lombok op €25, en Bali en Flores op €27 en €28. Een bed kost gemiddeld ongeveer €8, een maaltijd in een warung ongeveer €2. Reken je zo per eiland, dan kost de achtwekenroute rond de €1.375, de dertig dagen rond de €670 en de drie weken rond de €490. Daar komen de grote posten bij: de jungletrek in Bukit Lawang (€120), de entrees van Borobudur, Prambanan, Bromo en Ijen (samen zo’n €60), de toeristenbelasting op Bali (€7,50), de Rinjani (vanaf €150), de boot door Komodo (vanaf €80), je visum en de binnenlandse vluchten. Wat je per dag uitgeeft staat uitgesplitst in wat kost backpacken in Indonesië.
Heb je tijd over?
Dan liggen er nog zeven plekken klaar die net buiten deze route vallen. Op Java past Malang tussen Yogyakarta en Bromo, voor de waterval Tumpak Sewu van 120 meter en een jeep naar de zonsopkomst. Op Bali voeg je Uluwatu toe voor de kecak op de klif, en Munduk tussen Ubud en Sidemen voor watervallen en een kano op het Tamblingan-meer. Surf je, neem dan na Tetebatu nog vier dagen Kuta Lombok, een halfuur van het vliegveld.
Verder weg wachten drie uitstapjes per vlucht. In Tanjung Puting op Kalimantan woon je drie dagen op een klotok tussen de orang-oetans, op Derawan eten de schildpadden onder je steiger, en Raja Ampat heeft het rijkste koraal van de wereld, op zijn rustigst van oktober tot en met april. En wie niet wil vliegen naar Flores, neemt een meerdaagse boot van Lombok naar Labuan Bajo, in ongeveer vier dagen langs Komodo en Padar, vanaf ongeveer €200. Twijfel je tussen twee eilanden, lees dan Bali of Lombok. En wil je meer tijd op Sumatra dan hierboven, dan staat in onze Sumatra-route hoe je twee of drie weken over het eiland verdeelt.
Begin je op Sumatra of op Bali, en maakt de richting uit?
Het kan allebei, maar van west naar oost werkt het best. Je vliegt rechtstreeks naar Medan uit Kuala Lumpur, Penang of Singapore, reist met de seizoenen mee en eindigt in het oosten, waar het tot en met oktober droog blijft. Bovendien doe je de lange ritten over Sumatra aan het begin, als je nog fris bent, en komt het makkelijke reizen van Bali pas daarna.
Land je op Bali, dan kun je de route ook andersom reizen, met Medan als laatste stop voor je vlucht naar huis. Op Java is dat hetzelfde spoor in de andere richting. Plan dan wel zo dat je tussen april en december op Lombok bent, want van januari tot en met maart zijn de paden op de Rinjani bijna elk jaar dicht.
Ons advies: vlieg begin juni naar Medan en begin in de jungle. Dan heb je Sumatra in zijn droogste maanden, sta je in juli op de kraterrand van de Rinjani, en is het laatste wat je ziet de zon die opkomt boven drie meren in drie kleuren.


























