Orang-oetans leven alleen nog op Sumatra en Borneo, en Indonesië heeft van allebei een flink stuk. Voor backpackers komt het neer op twee plekken. Bukit Lawang ligt op Sumatra, een halve dag rijden van Medan, aan de rand van het regenwoud van Gunung Leuser. Tanjung Puting ligt in Kalimantan, het Indonesische deel van Borneo, en daar vlieg je naartoe.
Het verschil zit in hoe je de dieren vindt. In Bukit Lawang ga je ze te voet zoeken, met een gids die stilstaat zodra er ergens een tak kraakt. In Tanjung Puting vaar je met een houten boot langs drie kampen, en daar komen ze uit het bos naar jou. Lopen of varen, zoeken of wachten: dat is de keuze.
Hieronder lees je wat je op elke plek doet, wat het kost, wanneer je gaat en hoe je je gedraagt tussen dieren die in het wild leven. En waarom je ze, als je route het toelaat, allebei wilt doen.
Bukit Lawang: te voet de jungle in
Het dorp is een lange strook guesthouses langs de Bohorok, een snelle rivier met aan de overkant een muur van groen. Over een hangbrug loop je van je balkon het park in. Gunung Leuser is een van de laatste grote regenwouden van Sumatra en hoort bij het UNESCO-werelderfgoed, en de meeste orang-oetans rond het dorp stammen af van dieren die hier sinds de jaren zeventig zijn teruggezet in het wild. Ze leven vrij, met hun jongen, en jij gaat ze opzoeken.
Dat zoeken is het avontuur. Het pad is steil, glad en vol wortels, en je loopt met een erkende gids die het bos leest. Ineens steekt hij zijn hand op, iedereen staat stil, en twintig meter boven je plukt een moeder een vrucht met een jong aan haar vacht. Naast orang-oetans kom je gibbons, makaken, Thomas-bladapen en neushoornvogels tegen.
De klassieker is de trek van twee dagen. Je loopt een dag door het bos, slaapt in een eenvoudig kamp onder een zeil aan de rivier, zwemt bij een waterval, en de volgende ochtend krijg je een tweede kans op orang-oetans. Daarna stap je op een rij aan elkaar gebonden binnenbanden en drijf je door de stroomversnellingen terug naar het dorp. Dat tuben is geen toetje. Het is het moment waar je achteraf over vertelt.
Onze eigen aanrader
Jungletrek met Wildzone Sumatra
Ahmad Yani is gids in Bukit Lawang en loopt met zijn team treks van één dag tot een week door Gunung Leuser. Je gids, al het eten, een slaapplek in het kamp en het tuben terug over de rivier zitten erbij, en vervoer vanuit Medan regelt hij ook.
Met code REBELSONTHEROAD krijg je 5% korting op alles. Noem hem in je eerste WhatsApp-bericht, want zonder vermelding krijg je hem niet.
Bekijk Wildzone SumatraOnze partner in Bukit Lawang
Heb je minder tijd, dan kan het in een dag: ongeveer zes uur lopen, met lunch onderweg en je eigen bed ‘s avonds. Wil je juist meer, dan is er een trek van drie dagen met twee nachten aan de rivier. Hoe langer je in het park bent, hoe meer je ziet. Alle tochten en de rest van het dorp staan in de highlights van Bukit Lawang.
Ons oordeel: kies Bukit Lawang als je de jungle in je benen wilt voelen en een nacht in het bos wilt horen ademen
Tanjung Puting: met de klotok naar de kampen
Tanjung Puting is een nationaal park van ruim vierduizend vierkante kilometer, en er loopt geen weg doorheen. Je gaat erin met een klotok: een houten boot met twee dekken, een kapitein, een kok en een gids. Die boot is drie dagen lang je vervoer, je restaurant en je slaapkamer. ’s Avonds legt de kapitein aan bij de oever, rolt de bemanning matrassen uit onder een klamboe, en slaap je in de open lucht midden in het park.
Langs de Sekonyer liggen drie kampen waar parkwachters elke dag fruit klaarleggen voor orang-oetans die in het wild leven. Bij Tanjung Harapan, het eerste kamp vanaf Kumai, is de voedering rond drie uur ‘s middags. Pondok Tanggui, verder stroomopwaarts, voedert rond negen uur ‘s ochtends. En dan Camp Leakey, waar Biruté Galdikas in 1971 haar onderzoek naar orang-oetans begon. Op de laatste kilometers kleurt de rivier van melkbruin naar theezwart, en rond twee uur ‘s middags staat daar het platform waar soms tien dieren tegelijk uit de bomen komen, met misschien een mannetje met wangflappen zo breed als een dienblad.
Tussen de kampen door is de rivier zelf het programma. Aan het eind van de middag zoeken groepen neusapen een slaapboom op aan de oever, neushoornvogels vliegen laag over het water, en na het eten lichten in sommige bomen honderden vuurvliegjes op. Dat zie je allemaal vanaf je matras.
Drie dagen en twee nachten is de tocht die past: dan haal je alle drie de voedermomenten zonder haast. Met een vierde dag komt er een nachtwandeling met je gids bij, op zoek naar kikkers, spinnen en slapende vogels. Hoe je een goede boot kiest en waar je slaapt voor of na je tocht, lees je in onze reisgids voor Tanjung Puting.
Ons oordeel: kies Tanjung Puting als je drie dagen tussen de orang-oetans wilt wonen, met de jungle als uitzicht vanaf je eigen dek
Zoeken of laten komen
Dit is het echte verschil, en het bepaalt hoe je dagen eruitzien. In Bukit Lawang ben je onderweg. Je zweet, je glijdt, je klimt over wortels, en elke orang-oetan die je ziet heeft je gids in het bos gevonden. Dat geeft een spanning die je op een boot niet hebt. Zeker is het nooit, want de dieren leven vrij, maar op een trek van twee dagen is de kans groot.
In Tanjung Puting zit je vooral. Je vaart, je eet wat de kok kookt, en drie keer loop je over een houten pad naar een platform. Dat is minder zwaar en geeft je meer zekerheid: met drie kampen zie je bijna altijd orang-oetans. Hangt het bos vol fruit, dan blijven ze vaker weg van het platform, maar dan zie je ze juist eerder vanaf de boot of op het pad.
Houd je van wandelen, dan past Sumatra. Wil je zo veel mogelijk orang-oetans zien zonder er hard voor te werken, dan past Borneo. En wil je allebei: lees verder.
Goed omgaan met de orang-oetans
Op allebei de plekken ben je te gast bij wilde dieren, ook al zijn sommige aan mensen gewend. Ze kunnen ziektes van ons oplopen, en wat je doet heeft invloed op hoe ze leven. Met deze regels zorg je dat het zo blijft:
- Houd minstens tien meter afstand, en stap rustig opzij of weg als een orang-oetan naar je toe komt. Versper nooit zijn pad.
- Voer niets, ook niet als een gids dat voorstelt. Voeren maakt ze afhankelijk van mensen en soms agressief.
- Raak geen orang-oetan aan en pak niets van ze aan.
- Fotografeer zonder flits en praat zacht bij een platform.
- Ben je verkouden of ziek, blijf dan in het dorp of op de boot. Orang-oetans kunnen het van je overnemen.
- Houd je eten en drinken in je tas en laat niets achter in het bos, ook geen fruitschillen.
- Luister naar je gids en de ranger bij het platform.
In Bukit Lawang kies je je gids op wat hij over de dieren zegt, niet op de prijs. Vraag naar zijn licentie. Een goede gids vertelt je voor vertrek dat jullie afstand houden en niets voeren, en houdt zich daar ook aan als er een orang-oetan heel dichtbij komt. Belooft iemand je een foto van dichtbij met een banaan, zoek dan een andere gids. Je ziet ze echt wel, juist omdat ze hier hun eigen leven leiden.
Op de klotok geldt nog iets: zwem niet in de rivier, want er leven krokodillen. En tube in Bukit Lawang alleen met een begeleider en niet bij hoog water, want de stroming van de Bohorok is sterker dan ze lijkt.
Wat het kost
Hier lopen de twee het verst uiteen. Bukit Lawang is Sumatra-prijzen: met ongeveer €22 per dag kom je rond, met een bed voor €8 en een maaltijd voor €2. De trek reken je apart:
- Jungletrek van een dag: €70 per persoon, inclusief vergunning
- Twee dagen met een nacht aan de rivier: €120 per persoon, alles inbegrepen
- Drie dagen: €170 per persoon
- Los tuben op de Bohorok: ongeveer IDR 75.000 tot 100.000 (€4 tot €5)
- Toeristenbus vanuit Medan: ongeveer €10
Neem contant geld mee uit Medan, want in het dorp pin je lastig. Sommige gidsen accepteren een overboeking, vraag dat vooraf.
Tanjung Puting kost meer dan een gemiddelde dag in Indonesië, en je krijgt er veel voor terug. Met z’n tweeën betaal je vanaf ongeveer €350 per persoon voor drie dagen, en daarin zitten de boot, de kapitein, de kok, de gids, het eten, het water en het parkgeld. Dat komt neer op ongeveer €125 per dag. Met z’n vieren wordt het per persoon een flink stuk goedkoper, dus zoek medereizigers. Reken een fooi voor de bemanning erbij, en je vlucht naar Pangkalan Bun.
Hoe je er komt en hoeveel tijd je nodig hebt
Bukit Lawang ligt ongeveer 86 kilometer van Medan. Een gedeelde toeristenbus doet er vier tot vijf uur over, een privéauto drie tot vier uur voor ongeveer €35 per auto. Medan bereik je makkelijk met een vlucht vanuit Kuala Lumpur of Singapore. Reken op drie tot vier dagen: een aankomstdag, twee dagen trek en een dag voor de vleermuizengrot of een luie middag aan het water. Daarna rijd je in ongeveer vijf uur door naar Berastagi.
Voor Tanjung Puting vlieg je naar Pangkalan Bun, met dagelijkse vluchten vanuit Jakarta, Semarang en Surabaya. Vanaf Bali stap je over op Java. Land ‘s ochtends, dan pikt je klotok je op bij het vliegveld, rijd je een half uur naar de haven van Kumai en vaar je dezelfde dag nog weg. Reken op drie tot vier dagen. Wil je Derawan erbij, dan is een week genoeg als je strak plant, met een nacht op Java ertussen. Zie de eilandpagina over Kalimantan.
Onze tip voor de planning: boek in Tanjung Puting eerst je klotok en pas daarna je vlucht. Een goede boot met een goede gids is in juli en augustus weken vooruit weg, een vlucht vind je bijna altijd wel. De vergunning regelt je bootorganisatie; stuur bij het boeken een kopie van je paspoort mee.
Wanneer je gaat
Voor allebei zijn de droge maanden het fijnst. In Bukit Lawang zijn juni tot en met september het droogst en de paden het best begaanbaar, met juli en augustus als drukste maanden. Kom dan op een doordeweekse dag aan, want in het weekend komen er dagjesmensen uit Medan naar de rivier. Van oktober tot en met december valt de meeste regen, zijn de paden modderig en kan tuben niet altijd. Dan kies je een kortere trek.
In Tanjung Puting zijn juli tot en met september de beste reistijd: droog, zonnig en heet. Januari tot en met april is het natst, maar dan zijn de prijzen laag en hangt het bos vol fruit. In sommige droge jaren drijft er tussen augustus en oktober rook van bosbranden over Kalimantan. Je gids weet vlak voor vertrek precies hoe het ervoor staat. Het hele land per maand staat in de beste reistijd voor Indonesië, en welke prikken je nodig hebt op onze vaccinatiepagina.
Als je er maar één kunt doen
Reis je over Sumatra, kies dan Bukit Lawang. Het ligt op je route, het is goedkoop, en Sumatra is voor ons het mooiste eiland van het land: na de jungle rijd je zo door naar Berastagi en het Tobameer. Zo past het in onze route van twee weken over Sumatra.
Zit je op Java of Bali en heb je drie dagen en wat budget over, vlieg dan naar Pangkalan Bun. Drie dagen aan dek tussen de orang-oetans is een reis op zich, en je bent daarna zo terug op Java. Wat beide plekken je budget doen, lees je in wat kost backpacken in Indonesië.
Moet je kiezen tussen Bukit Lawang en Tanjung Puting?
Niet als je de tijd hebt. Ze zijn zo verschillend dat ze elkaar aanvullen. In Bukit Lawang zoek je de orang-oetans te voet in hun eigen bos en drijf je op een binnenband terug, in Tanjung Puting woon je drie dagen op het water en komen ze bij drie kampen uit de bomen. Wie allebei doet, ziet twee kanten van hetzelfde dier.
Moet je echt kiezen, kies dan op wat je wilt doen. Wil je lopen, slapen in een junglekamp en weinig uitgeven, kies Bukit Lawang. Wil je zo veel mogelijk orang-oetans zien en vind je een boot met een eigen kok een prima plek om drie dagen te wonen, kies Tanjung Puting.
Ons advies: neem in Bukit Lawang de trek van twee dagen en in Tanjung Puting de tocht van drie dagen. Houd overal tien meter afstand, voer niets en kies je gids op hoe hij met de dieren omgaat. Dan zie je ze zoals ze horen te leven, en dat is precies het mooiste wat je kunt zien.




