Maleisië is eigenlijk twee landen. Het ene is het schiereiland onder Thailand, met Kuala Lumpur, de koloniale straten van Penang en Melaka, theeplantages in de heuvels en eilanden aan beide kusten. Het andere ligt honderden kilometers verderop aan de overkant van de Zuid-Chinese Zee: Sabah en Sarawak, het Maleisische deel van Borneo. Daar hangen orang-oetans in de bomen en staat Mount Kinabalu, 4.095 meter hoog.
Wat die twee helften bindt is de straat. In één blok in George Town loop je langs een moskee, een Chinees clanhuis en een Hindoetempel, en ruik je achter elkaar kerrie, wierook en houtskool. Maleisische, Chinese en Indiase Maleisiërs wonen hier al eeuwen naast elkaar, en dat proef je: ‘s ochtends roti canai bij een Indiaas-islamitisch kraampje, ‘s middags een kom asam laksa, ‘s avonds char kway teow uit een wok die al dertig jaar op dezelfde plek staat. Voor ongeveer twee euro per bord.
En backpacken in Maleisië gaat makkelijk. De trein van Kuala Lumpur naar Penang is sneller en comfortabeler dan de meeste in de regio, de bussen zijn op tijd en bijna iedereen spreekt Engels. Dat maakt Maleisië het ideale land om na Thailand naar beneden te zakken, of om je reis door Zuidoost-Azië mee te beginnen. Zeker als je voor het eerst gaat: in eerste keer backpacken staat in welke volgorde je alles regelt.
Waarom Maleisië?
Maleisië is het land dat backpackers vaak onderschatten, en waar ze daarna het meest over vertellen. Je krijgt de wereldstad, het regenwoud en het tropische eiland in één reis, zonder dat je er veel voor hoeft te regelen.
- Hawkerfood uit drie keukens in één straat
- Orang-oetans en oeroud regenwoud op Borneo
- Eilanden met wit zand aan twee kusten
- Duiken met schildpadden bij Semporna
- Moskeeën, Chinese tempels en Hindoeschrijnen naast elkaar
- Snelle treinen, goede bussen en overal Engels
Maleisië past bij backpackers die van eten houden, natuurliefhebbers, duikers en iedereen die na een paar weken Thailand of Vietnam een land zoekt waar alles net iets soepeler loopt.
Beste reistijd voor Maleisië
Maleisië heeft geen koud seizoen: het is het hele jaar rond de dertig graden. Wat verschuift is de regen, en die valt niet overal tegelijk. De westkust (Penang, Langkawi) is het droogst van december tot en met maart. De oostkust van het schiereiland (de Perhentian-eilanden, Tioman) krijgt van ongeveer november tot en met februari de noordoostmoesson over zich heen, en dan liggen veel boten en eilandresorts stil. Op Borneo is het van maart tot en met september het droogst.
De maanden maart tot en met oktober zijn voor een rondreis die beide kusten en Borneo combineert het prettigst. Rebels on the Road tip: reis je juist in onze winter, draai de route dan om. Houd je dan aan Penang en Langkawi, waar het van december tot en met maart het droogst is, en bewaar de eilanden van de oostkust voor een volgende keer. In de moessonmaanden kunnen tropische buien op de oostkust ook in het binnenland voor overstromingen zorgen, dus houd daar een dag speling in je planning.
Praktische informatie
Met een Nederlands of Belgisch paspoort mag je 90 dagen visumvrij in Maleisië blijven. Je paspoort moet nog minimaal zes maanden geldig zijn en je moet een retour- of doorreisticket kunnen laten zien: zo kom je aan een uitreisticket. Vul voor je vertrekt de gratis digitale aankomstkaart (MDAC) in, ook als je over land vanuit Thailand binnenkomt. Sabah en Sarawak hebben hun eigen immigratiecontrole: vlieg je van het schiereiland naar Borneo, dan laat je je paspoort opnieuw zien, ook al is het een binnenlandse vlucht. Alles op een rij staat op onze visumpagina.
De munt is de Maleisische ringgit (MYR), ook wel RM. Reken grofweg vierenhalf ringgit voor een euro. Pinnen en met je kaart betalen gaat in de steden makkelijk; op de eilanden en bij hawkerkramen betaal je contant. Welke kaart je meeneemt staat bij betaalkaarten.
De officiële taal is Bahasa Malaysia. Daarnaast hoor je Chinese dialecten als Hokkien en Kantonees, Tamil en op Borneo tientallen inheemse talen. Engels wordt bijna overal gesproken, ook bij de kraampjes: Maleisië is een van de makkelijkste landen in de regio om je verstaanbaar te maken.
Maleisië is een veilig en goed georganiseerd land om door te reizen. Let in de drukte van Kuala Lumpur op je tas en telefoon. Voor de oostkust van Sabah geldt een aangepast reisadvies: voor een aantal eilanden voor de kust, waaronder Mabul en Sipadan bij Semporna, adviseert Buitenlandse Zaken alleen noodzakelijke reizen. Kijk voor je vertrekt naar het actuele reisadvies en wat je reisverzekering dan dekt.
Voor Maleisië is geen enkele prik verplicht. De GGD adviseert bijna elke reiziger DTP en hepatitis A, en die zijn ook vlak voor vertrek nog te halen. Buiktyfus staat voor Maleisië niet op het lijstje, ook niet als persoonsgebonden advies. Of je malariapillen nodig hebt hangt af van je regio en je maanden, en dat speelt vooral in het binnenland van Borneo. Welke prikken jij nodig hebt en wanneer je moet beginnen staat in ons overzicht van vaccinaties voor Azië.
Ons dagbudget is een gemiddelde over het hele land. Op het schiereiland kom je met minder toe: een bed in een slaapzaal voor zeven of acht euro en een bord bij de hawker voor twee. Borneo is duurder, omdat je daar voor de natuur meestal een tour of een riviertocht boekt. En bier is in heel Maleisië prijzig door de hoge accijns. Behalve op Langkawi en Tioman: dat zijn belastingvrije eilanden, en daar betaal je voor een blikje een fractie van wat het in Kuala Lumpur kost.
Backpacker-budget: ongeveer €30 per dag
- €8hostelbed
- €2lokale maaltijd
- €3biertje
- €13treinrit
Richtprijzen voor één backpacker; met een feestje of een duik erbij loopt het snel op.
De cultuur van Maleisië

Maleisië is een moslimland, maar geen streng land. De islam is de officiële godsdienst en vijf keer per dag hoor je de oproep tot gebed, en toch staat er in elke stad een Chinese tempel met rode lampionnen en een Hindoetempel vol kleurige beelden. Bijna een kwart van de bevolking heeft Chinese wortels, en een kleiner deel Indiase. Op Borneo komen daar de inheemse volken bij, zoals de Iban en de Kadazan-Dusun.
Je merkt dat je in een moslimland bent aan de hoofddoeken, de halal-kramen en de vrijdagmiddag, wanneer de mannen massaal naar de moskee gaan. Je merkt het niet aan de sfeer: Maleisiërs zijn ontspannen, behulpzaam en nieuwsgierig naar waar je vandaan komt.
In één straat loop je langs een moskee, een Chinees clanhuis en een Hindoetempel.
Alcohol is er gewoon, in Chinese restaurants, bars en supermarkten, maar niet bij Maleisische eetkramen en nauwelijks in de conservatieve staten aan de oostkust, zoals Kelantan en Terengganu. Op de Perhentian-eilanden, die bij Terengganu horen, zijn dus niet overal biertjes te koop. Valt je reis in de Ramadan, dan eten moslims overdag niet. Jij mag dat wel, alleen doe je het liefst niet midden op straat. En aan het eind van de middag gaan overal Ramadanmarkten open met de lekkerste kraampjes van het jaar.
- Je schoenen uitdoen bij iemand thuis, in een moskee en in veel tempels
- Schouders en knieën bedekken in een moskee (bij de grote moskeeën leen je een gewaad)
- Geven, aanpakken en eten met je rechterhand
- Wijzen met je duim in plaats van je wijsvinger
- Je linkerhand gebruiken om eten of geld aan te geven
- Overdag in de Ramadan opvallend eten of drinken waar moslims bij zijn
- Met een biertje over straat in de conservatieve staten aan de oostkust
- Iemand van het andere geslacht spontaan een hand of een knuffel geven: wacht tot de ander zijn hand uitsteekt
De Maleisische keuken
Als er één reden is om naar Maleisië te gaan, dan is het het eten. Drie keukens hebben zich hier eeuwenlang met elkaar vermengd, en het resultaat staat op straat: in hawkercentra, overdekte hallen vol kraampjes waar elke kok één gerecht maakt en dat al jaren perfectioneert. Je zoekt een tafel, onthoudt het nummer en bestelt bij drie verschillende kramen tegelijk.
Tijdens je reis kun je onder andere genieten van:






Bestel er een teh tarik bij, zoete thee met melk die van grote hoogte van de ene in de andere kan wordt gegoten tot er een schuimkraag op staat. Penang geldt in heel Maleisië als de hoofdstad van het eten, en daar heeft iedereen een mening over de beste char kway teow. Op Borneo eet je weer anders: in Kuching ontbijt je met Sarawak laksa en lunch je met kolo mee, in Kota Kinabalu eet je vis van de grill op de avondmarkt aan zee.
Borneo: orang-oetans en regenwoud

Borneo is het op twee na grootste eiland ter wereld, en het noorden ervan is Maleisisch. Backpacken op Borneo voelt als een andere reis. Je vliegt in minder dan drie uur vanaf Kuala Lumpur naar Kota Kinabalu of Kuching, en een dag later sta je in een van de oudste regenwouden ter wereld.
Begin bij Sepilok, waar weesjes van orang-oetans leren overleven in het bos. Om tien uur ‘s ochtends en drie uur ‘s middags komen ze naar het voerplatform, voor een entree van ongeveer zes euro. Rijd daarna door naar de Kinabatangan, een bruine rivier door het oerwoud. Vanuit een bootje zie je aan het eind van de middag neusapen in de bomen, neushoornvogels boven het water en met geluk een orang-oetan in het wild.
Wil je hoger, dan ligt Mount Kinabalu op een paar uur van Kota Kinabalu. De top op 4.095 meter beklim je in twee dagen, met een gids en een nacht in een berghut, zodat je bij zonsopkomst boven de wolken staat. Aan de andere kant van Borneo is Kuching de rustige, groene basis voor nationale parken en longhouses van de Iban.
Eilanden aan twee kusten

Maleisië heeft eilanden voor elk seizoen, en dat is precies de truc. Aan de oostkust liggen de Perhentian-eilanden: helder water, schildpadden vlak voor de kust en een backpackerstrand op Perhentian Kecil waar je ‘s avonds met je voeten in het zand eet. Iets zuidelijker ligt Tioman, groener en rustiger, met jungle tot aan het strand.
Aan de westkust ligt Langkawi, het eiland waar je naartoe gaat als de oostkust in de moesson zit. Brede stranden, een kabelbaan de bergen in en, als belastingvrij eiland, biertjes voor een fractie van de prijs op het vasteland.
En dan is er Semporna op Borneo, de uitvalsbasis voor duiken bij Sipadan, een van de beroemdste duikplekken ter wereld. Daar draaien scholen barracuda’s rond als een tornado en kom je op bijna elke duik schildpadden tegen. Per dag mag maar een beperkt aantal duikers het water in, dus regel je vergunning ruim van tevoren via een duikschool.
Reizen door Maleisië
Reizen door Maleisië gaat soepeler dan in de meeste landen in de regio. De wegen zijn goed, de bussen comfortabel en de ETS-trein langs de westkust rijdt in ongeveer vier uur van Kuala Lumpur naar Butterworth, met een kaartje vanaf ongeveer dertien euro. Vanaf Butterworth zet een veerboot je in een kwartier over naar George Town op Penang.

De klassieke route op het schiereiland volgt die westkust: Kuala Lumpur, Melaka, Ipoh, de Cameron Highlands, Penang en Langkawi. Steek je daarna over naar de oostkust, dan doe je dat met de bus, en Taman Negara in het binnenland bereik je klassiek met een boot over de rivier. Een insider-tip: over de oude junglelijn van Gemas naar Tumpat in het noordoosten rijden nog trage treinen dwars door het oerwoud, waaronder een nachttrein van ongeveer dertien uur.
Naar Borneo vlieg je, want er gaat geen boot. Binnenlandse vluchten met prijsvechters zijn goedkoop als je op tijd boekt. In de steden bestel je een Grab, de Aziatische Uber: vaste prijs, geen onderhandelen. Wil je op de eilanden zelf een scooter huren, lees dan eerst scooter huren in Zuidoost-Azië over je rijbewijs en je verzekering.
- ETS-treinSnel en comfortabel langs de westkust
- BusNaar de heuvels en de oostkust
- VliegtuigDe enige weg naar Borneo
- Ferry & speedbootNaar Penang, Langkawi en de eilanden
- GrabVaste prijs in de steden
Maleisië voor iedere reiziger
Maleisië is een land dat zich makkelijk aanpast aan hoe jij reist: in de steden is alles geregeld, op Borneo is het avontuur.
Backpackers vinden er goede hostels, goedkoop eten en een route die zich bijna vanzelf reist.
Foodies kunnen hier weken eten zonder twee keer hetzelfde te bestellen, van Penang tot de avondmarkten van Kuching.
Natuurliefhebbers zien orang-oetans, neusapen en neushoornvogels op Borneo, en lopen door regenwoud in Taman Negara.
Strandliefhebbers kiezen hun kust naar het seizoen: Langkawi in de winter, de Perhentians en Tioman in de zomer.
Ga je alleen, dan is Maleisië een van de makkelijkste landen om mee te beginnen: veilig, overzichtelijk en iedereen spreekt Engels. Wat solo reizen praktisch betekent staat in alleen reizen door Zuidoost-Azië. Wat je meeneemt, inclusief iets om je schouders en knieën mee te bedekken voor de moskeeën, staat in onze paklijst voor Zuidoost-Azië.























