Berastagi, Indonesië

Berastagi: alles wat je moet weten voor je bezoek

Reisgids 7 min lezen
Berastagi: alles wat je moet weten voor je bezoek

Na de jungle van Bukit Lawang en de hitte van Medan is Berastagi de stop waar je voor het eerst in weken een trui uit je tas haalt. Het marktstadje ligt op ongeveer 1.300 meter hoogte in de Karo-hooglanden, ingeklemd tussen twee vulkanen, en ‘s nachts zakt het kwik er soms onder de vijftien graden.

Dat koele klimaat is geen bijzaak, het is de reden dat hier alles groeit. Rond het stadje liggen akkers vol kool, tomaten en sinaasappelbomen, en op de fruitmarkt in het centrum ruik je de passievrucht al voor je hem ziet. Berastagi voelt als een boerenstad die toevallig aan de voet van een krater ligt.

En die krater is waarvoor je komt. De Sibayak beklim je zelf, in het donker, om bij het eerste licht op de rand te staan terwijl de Sinabung ernaast een pluim rook de lucht in blaast. Daarna zak je af naar de warme bronnen aan de voet. Het is een ochtend die je de rest van je reis met je meedraagt.

Goedkoop is het ook. Met ongeveer €18 per dag kom je rond: een bed kost rond de acht euro, een maaltijd ongeveer €1,50 en een biertje €2,50. Voor ons is dit een van de mooiste tussenstops van Sumatra, het eiland dat wat ons betreft het mooiste stukje van Indonesië is.

Waar staat Berastagi om bekend?

Berastagi staat bekend om twee vulkanen, een eigen volk en een koel klimaat dat je na de laaglanden van Noord-Sumatra als een cadeau voelt.

De eerste vulkaan is de Sibayak, ongeveer 2.212 meter hoog, met een krater vol sissende fumarolen die je in een ochtend haalt. De tweede is de Sinabung. Die is sinds 2010 weer actief en blijft verboden terrein, maar vanaf de heuvel Gundaling en vanaf de rand van de Sibayak kijk je er recht op.

Dan de Karo-Batak. Dit is hun land, met een eigen taal, een eigen keuken en een eigen bouwstijl. In het dorp Dokan staan nog langhuizen van meer dan honderd jaar oud waar families wonen, en omdat de Karo grotendeels christelijk zijn staat er varkensvlees op de kaart: babi panggang Karo, te herkennen aan de letters BPK op het bord.

En op de weg naar het Tobameer stort de Sipiso-piso-waterval zich 120 meter diep een kloof in, met het meer op de achtergrond.

Hoeveel dagen heb je nodig in Berastagi?

Voor Berastagi raden we twee tot drie dagen aan. Meer is niet nodig, minder is zonde van de vulkaan.

2 dagen: genoeg voor het stadje en de Sibayak. Op de eerste dag kom je aan, loop je over de fruitmarkt en zie je de zon ondergaan op Gundaling. De tweede dag sta je om vier uur op voor de krater en eindig je in de warme bronnen.

3 dagen: wat ons betreft het juiste aantal. De derde dag is je reisdag naar het Tobameer, maar dan met een omweg langs de langhuizen van Dokan en de Sipiso-piso-waterval.

Een dag erbij: handig als het weer tegenzit. Hangen de wolken op de top, schuif de Sibayak dan een dag op, want een heldere ochtend maakt hier het hele verschil.

Wat is de beste plek om te verblijven in Berastagi?

Berastagi is klein, en je kiest eigenlijk tussen het centrum en de kant van de vulkaan. Voor wie de Sibayak doet, maakt die keuze om vier uur ‘s nachts het verschil.

Het centrum: voor de markt en de busjes Rond Jalan Veteran, de hoofdweg met de fruitmarkt en het monument, zit je midden in het stadje. De eettentjes, de markt en de busjes naar Medan, Kabanjahe en de warme bronnen liggen op loopafstand.

De noordkant: voor de Sibayak Aan de noordkant van het stadje loopt de weg waar het pad naar de Sibayak begint. Slaap je hier, dan stap je om vier uur ‘s nachts je deur uit en sta je meteen op de goede weg.

De zuidkant: met eigen vervoer Aan Jalan Jamin Ginting, de doorgaande weg aan de zuidkant, staat een klein, nieuw hotel. Fijn als je met een auto of scooter reist.

’s Avonds is Berastagi overal rustig: eten, een kop koffie en vroeg naar bed.

Welke plek raden wij backpackers aan?

Slaap aan de noordkant, zo dicht mogelijk bij het begin van het pad naar de Sibayak. Wie hier zijn bed kiest, doet de zonsopkomst bijna vanzelf.

Op onze bestemmingspagina staan drie adressen die eruit springen. Gintribu Guest House Sibayak is het best beoordeelde adres van het stadje: een houten huis tussen moestuinen en fruitbomen aan de rand van het bos, met gastheren die de Karo-cultuur van binnenuit kennen en je op weg helpen naar de dorpen, de koffieboeren en de warme bronnen. Sibayak Multinational is een wit gastenverblijf met een grote tuin aan Jalan Pendidikan, vlak bij het pad, met een restaurant, een wasservice en fietsen te huur.

Zoek je wat meer comfort, dan is Uluna Hotel een klein, licht hotel uit 2020 aan Jalan Jamin Ginting, met ontbijt op het dak en uitzicht op de bergen, voor gemiddeld ongeveer €28 per nacht.

Vraag bij het inchecken meteen naar een gids voor de Sibayak. De guesthouses regelen gidsen en vervoer voor je, en dan hoef je er de volgende ochtend om vier uur niet meer over na te denken.

Gintribu Guest House Sibayak

9,9 Fantastisch · 180 reviews

Bekijk & boekvia Hostelworld

Wat kun je doen in Berastagi?

In Berastagi draait je dag om de vulkanen: de Sibayak voor zonsopkomst, de warme bronnen aan de voet en de Sinabung vanaf Gundaling. Daarnaast heb je de fruitmarkt, het Karo-dorp Dokan en de Sipiso-piso-waterval op weg naar het meer.

Welke plekken je echt moet zien en hoe je ze aanpakt, lees je in de highlights van Berastagi.

Hoe kom je in Berastagi?

Berastagi ligt ongeveer 65 kilometer ten zuiden van Medan, een flink stuk omhoog de bergen in. Op de route over Sumatra is het de logische stop tussen de jungle en het meer.

Kom je van buiten Sumatra, dan land je op Kualanamu bij Medan, met rechtstreekse vluchten uit Kuala Lumpur, Penang, Singapore en Jakarta. Vanuit Medan rijden de hele dag busjes naar Berastagi, in twee tot drie uur voor een paar euro.

Vanuit Bukit Lawang rijden gedeelde toeristenbussen in ongeveer vijf uur, vaak via de rand van Medan. Je guesthouse in het dorp boekt die rit voor je.

In het stadje loop je. Busjes rijden naar het pad van de Sibayak, de warme bronnen en Kabanjahe, en een scooter huur je bij je guesthouse. Neem dan wel je rijbewijs en een internationaal rijbewijs mee.

Verder de route op ga je naar het Tobameer. Met een gedeelde toeristenbus of privéauto ben je ongeveer vier uur onderweg naar Parapat, waar de boot naar Samosir vertrekt. Met lokale busjes kan het ook, via Kabanjahe en Pematang Siantar, maar dan stap je een paar keer over.

Is Berastagi een bezoek waard?

Ja, zeker als je van bergen houdt. Een vulkaankrater die je zelf beklimt, een warm bad met uitzicht op een rokende buurman en een dorp vol eeuwenoude langhuizen: dat krijg je zelden zo dicht bij elkaar.

Neem de vulkanen wel serieus. De Sibayak doe je met een gids of een groepje, met een zaklamp en warme kleren, want het pad is slecht aangegeven en in het donker raak je makkelijk de weg kwijt. Vraag vooraf bij je guesthouse of de berg open is, en blijf op afstand van de fumarolen: de dampen zijn heet en giftig. Rond de Sinabung geldt een verboden zone die meebeweegt met de activiteit van de berg.

In Dokan wonen mensen, het is geen museum. Vraag of je binnen mag kijken, fotografeer iemand pas na een knikje en laat een donatie achter.

Kun je kiezen? Juni tot en met augustus zijn het droogst en geven de meeste heldere zonsopkomsten. Van september tot en met december hangen de toppen vaker in de wolken, maar dan zijn de warme bronnen op hun best. Pak in elk seizoen een trui en een regenjas in.

Ons advies: reis van Berastagi niet met de goedkoopste bus naar het meer, maar huur samen met een paar andere backpackers een auto met chauffeur voor de hele dag. Dan stop je in Dokan, kijk je bij de Sipiso-piso voor het eerst uit over het Tobameer en rijd je langs het water naar Parapat. Gedeeld kost het weinig meer dan de bus, en het is de mooiste reisdag van Noord-Sumatra.

Waar dit bij hoort