Het Tobameer is het grootste vulkaanmeer ter wereld, een krater van ongeveer honderd kilometer lang die een supervulkaan zo’n 74.000 jaar geleden in Sumatra blies. Steile groene wanden lopen rondom het water in, en midden in het meer ligt een eiland zo groot dat het zijn eigen dorpen, rijstvelden en wegen heeft: Samosir.
Als backpackers het over het Tobameer hebben, bedoelen ze bijna altijd Tuktuk. Dat is een rond schiereilandje aan de oostkust van Samosir, met één weg eromheen en bijna alle guesthouses en cafés van het eiland. De boot uit Parapat legt aan bij de steiger van je eigen guesthouse, en vanaf die steiger spring je het meer in.
Dit is het land van de Toba-Batak. Hun huizen hebben daken die omhoog krullen als de boeg van een schip, op zondag lopen de kerken vol, en ‘s avonds klinken hun liederen uit de cafés over het water. Je doet hier niet veel, en daar komt het precies op neer: zwemmen, een dag scooteren over het eiland, en verder kijken hoe de mist van het meer optrekt.
Duur is het niet. Met ongeveer €22 per dag kom je rond: een bed kost rond de twaalf euro, een maaltijd ongeveer €2 en een scooter €5 per dag. Voor ons is dit het hart van Sumatra, het eiland dat wat ons betreft het mooiste stukje van Indonesië is, en de stop waar je plannen het eerst sneuvelen.
Waar staat het Tobameer om bekend?
Het Tobameer staat bekend om zijn omvang, om de Batak-cultuur en om de rust die je er vindt na de jungle en de lange busritten van Noord-Sumatra.
Eerst het meer zelf. Het is ongeveer honderd kilometer lang en dertig kilometer breed, ligt op zo’n 900 meter hoogte en is ontstaan bij de uitbarsting van een supervulkaan. Het water is helder, koel en meteen diep, en bijna elk guesthouse in Tuktuk heeft een steiger of een trapje het meer in.
Dan de Toba-Batak. Op Samosir zie je hun cultuur van dichtbij: de stenen stoelen van Huta Siallagan in Ambarita, waar de koning en de oudsten eeuwenlang recht spraken, het stenen koningsgraf van koning Sidabutar in Tomok, en de dansen met de houten pop sigale-gale in het museum Huta Bolon in Simanindo. Langs de wegen staan grote, bonte familiegraven.
En aan tafel eet je Batak: arsik, karper uit het meer in een gele saus met andaliman, de citroenachtige peper die je tong laat tintelen. Daarbij drink je tuak, palmwijn uit een lapo, een Batak-café waar vaak gezongen wordt.
Hoeveel dagen heb je nodig bij het Tobameer?
Voor het Tobameer raden we drie tot vier dagen aan. Reken er alvast op dat het er meer worden.
3 dagen: genoeg voor de hoogtepunten. Dag één kom je aan met de boot en zwem je meteen. Dag twee rijd je op de scooter het eiland rond, langs Ambarita, Simanindo en de warme bronnen bij Pangururan. Dag drie houd je voor Tomok en het water.
4 dagen: ideaal, als je het ons vraagt. De vierde dag doe je niets: lezen op je balkon, een duik als het warm wordt, koffie aan het water. Dat is hier geen luxe, dat is de bedoeling.
5 dagen of meer: voor wie het tempo van het meer te pakken heeft. Je verlengt gewoon bij de balie van je guesthouse.
Boek daarom je eerste twee nachten, niet meer. Rond kerst en Nieuwjaar is dat anders: dan komen veel Batak-families terug naar het meer, en boek je je bed op tijd.
Wat is de beste plek om te verblijven bij het Tobameer?
Bij het Tobameer slaap je in Tuktuk, op Samosir. Wie aan de oever in Parapat slaapt, zit elke dag opnieuw op de boot; in Tuktuk stap je je deur uit en ligt het meer voor je.
Het hart van Tuktuk: voor wie alles om de hoek wil Aan de ringweg staan de meeste guesthouses, cafés en scooterverhuurders. Bijna elke kamer kijkt uit over het water, en de eettentjes liggen op loopafstand.
De noordkant van Tuktuk: voor wie het stil wil Kies een guesthouse aan de noordkant als je ‘s avonds alleen het water wilt horen. Daar is het nog een tikje rustiger dan in de rest van het schiereiland.
De punt bij Ambarita: met het meer tegen de rotsen Op de punt van het schiereiland, aan de kant van Ambarita, staan bungalows direct aan het water. De stenen stoelen van Huta Siallagan liggen op een korte rit.
Ambarita en Tomok: je uitstapjes Ambarita ligt een korte rit ten noorden van Tuktuk, Tomok iets verder naar het zuiden. Daar ga je overdag naartoe, en ‘s avonds ben je terug op je steiger.
Welke plek raden wij backpackers aan?
Ga voor Tuktuk, en het liefst een guesthouse met een eigen steiger. Echte hostels met slaapzalen zijn er nauwelijks: backpackers slapen hier in guesthouses en bungalows aan het water, vaak met een eigen kamer voor weinig geld.
Op de bestemmingspagina vind je er drie die we graag aanraden. Matraville Home Stay Lake Toba is een klein homestay met brandschone kamers, altijd warm water en een gastheer die je ophaalt bij de boot en een scooter voor je regelt, voor gemiddeld ongeveer €30 per nacht. Ontbijt zit er niet bij, maar de eettentjes liggen op loopafstand.
Tuk Tuk Timbul Bungalows ligt op de punt van het schiereiland, met houten bungalows in Batak-stijl direct aan het water en personeel dat ook Nederlands spreekt, voor ongeveer €40 per nacht. Tamado Cottages heeft acht kamers aan de ringweg, de mooiste met een balkon en meerzicht, en is met ongeveer €25 per nacht het goedkoopste van de drie.
Zeg bij het instappen in Parapat waar je slaapt. Dan zet de boot je bij je eigen steiger af, en sta je met je tas meteen aan het water.
Wat kun je doen bij het Tobameer?
Bij het Tobameer zwem en kajak je vanaf je steiger, rijd je op de scooter over Samosir en bezoek je de Batak-dorpen: de stenen stoelen van Ambarita, het koningsgraf van Tomok en de dansen in Simanindo.
Welke plekken je echt moet zien en hoe je je scooterdag indeelt, lees je in de highlights van het Tobameer.
Hoe kom je bij het Tobameer?
Samosir ligt midden in het meer, dus het laatste stuk is altijd een boot. Alle wegen leiden eerst naar Parapat, aan de oever.
Vanuit Berastagi rijden gedeelde toeristenbussen en auto’s in ongeveer vier uur naar Parapat, en vanuit Medan ben je vier tot vijf uur onderweg. Vlieg je liever, dan ligt het vliegveld Silangit ten zuiden van het meer, met vluchten uit Jakarta. Reken vandaar nog op een paar uur rijden naar de boot.
Van Parapat varen passagiersboten overdag ongeveer elk uur naar Tuktuk, in ongeveer drie kwartier en voor IDR 15.000 tot 20.000, zo’n €1. Reis je met een auto of scooter, dan neem je de autoveerboot van Ajibata naar Tomok. Plan je bus zo dat je voor het donker in Parapat bent, zodat je de laatste boot niet mist.
Op het eiland loop je in Tuktuk overal naartoe. Voor de rest van Samosir huur je een scooter, voor ongeveer IDR 100.000 per dag.
Verder de route op ga je naar het zuiden. Vanuit Parapat rijden bussen en gedeelde auto’s naar Padang Sidempuan, een lange dag over de bergen. Wil je in één keer door naar Bukittinggi, dan neem je de ALS-bus, die er twaalf tot zestien uur over doet voor ongeveer €15. Boek die een paar dagen vooruit, want hij zit vaak vol.
Is het Tobameer een bezoek waard?
Ja, en wat ons betreft is het de stop waar je Sumatra in je hart sluit. Een meer dat zo groot is dat het een eigen eiland heeft, een cultuur die je overal om je heen ziet, en het ritme van een plek waar niemand haast heeft.
Wat je hier serieus neemt, is de weg en het water. Neem je rijbewijs en een internationaal rijbewijs mee als je een scooter huurt, tank vol in Tuktuk en wees voor het donker terug. Zwem in de buurt van de steiger, want het meer is meteen diep, en peddel niet alleen ver het water op als de wind opsteekt. Krijg je paddo’s of andere drugs aangeboden, zeg dan nee: Indonesië straft drugsbezit heel zwaar.
De Batak zijn grotendeels christelijk. Bedek je knieën en schouders als je op zondag een kerk binnenloopt, en klim niet op een familiegraf voor een foto.
Kun je kiezen? Juni tot en met september zijn het droogst, met helder water en heldere luchten. Van oktober tot en met december valt de meeste regen, en rond kerst is het druk met Indonesische gasten. Op 900 meter is het overdag rond de 26 graden en ‘s avonds fris, dus neem een trui mee.
Ons advies: sta op één ochtend vroeg op, ga met een kop Batak-koffie op je steiger zitten en kijk hoe de mist van het water optrekt terwijl de eerste vissers voorbijvaren. Doe de rest van de dag zo weinig mogelijk. Daarvoor kom je naar het Tobameer, en daarna verleng je vanzelf.




