Ubud ligt in de heuvels van het binnenland van Bali, en zodra je het centrum uit loopt, word je omringd door rivierdalen, palmen en rijstterrassen die als trappen tegen de hellingen op klimmen. Het is de plek waar het eiland groen wordt, en een paar graden koeler dan de kust.
In het centrum zelf is het minder stil. Tempelpoorten van bemoste steen staan tussen de cafés, yogastudio’s en massagesalons, en in het Monkey Forest wandelen makaken over de muren alsof de stad van hen is. ’s Avonds klinkt het gamelan-orkest uit het paleis, en ruik je wierook bij elke voordeur.
Het beste van Ubud begint net buiten de stad, en vroeg op de dag. De terrassen van Tegallalang in de ochtendmist, de heuvelrug van Campuhan bij zonsopkomst, het heilige bronwater van Tirta Empul voordat de bussen komen. En de grootste belevenis van allemaal begint midden in de nacht: de klim naar de kraterrand van Mount Batur.
Reken op ongeveer €25 per dag, met een bed vanaf zo’n €7 en een maaltijd bij een warung voor een euro of twee. De beste maanden zijn april tot en met oktober, als het droog is. In juli, augustus en september is het druk, dus boek dan je bed en je trek naar Batur op tijd.
Waar staat Ubud om bekend?
Ubud staat bekend om rijstterrassen, tempels en de zonsopkomst op een vulkaan, met daaromheen de rust van yoga, massages en gezond eten.
De rijstterrassen van Tegallalang zijn de bekendste van Bali: een vallei vol groene treden met palmen ertussen, waar de boeren nog altijd het water van veld naar veld leiden. In Tirta Empul baden Balinezen al meer dan duizend jaar onder een rij stenen spuiers, en je mag er zelf in, met een sarong om.
Dan Mount Batur, een actieve vulkaan van 1.717 meter. Je klimt in het donker naar de rand van de krater en ziet de zon opkomen boven het Baturmeer, met de Agung ernaast en op heldere dagen de Rinjani op Lombok.
En Ubud is cultuur. Elke avond wordt er gedanst in het koninklijk paleis, bij elke kruising staat een tempeltje en op de stoep liggen de offerbakjes van die ochtend.
Hoeveel dagen heb je nodig in Ubud?
Voor Ubud raden we 3 tot 4 dagen aan. Hier doe je alles vroeg, dus elke ochtend krijgt een eigen hoogtepunt en de middagen zijn voor het zwembad, een massage of een bui.
3 dagen: het centrum, de rijstvelden en de vulkaan. Dag één het Monkey Forest, de markt en ‘s avonds een dans in het paleis. Dag twee Tegallalang, Tirta Empul en Goa Gajah. Dag drie in het donker de Batur op.
4 dagen: wat ons betreft het mooiste tempo. Op de vierde ochtend loop je bij zonsopkomst over de heuvelrug van Campuhan en door naar de rijstvelden van Bangkiang Sidem, en ‘s middags volg je een kookles.
In het natte seizoen: de regen valt dan meestal in de middag, dus de ochtenden blijven droog. De kans op een heldere zonsopkomst op Batur is wel kleiner, dus een dag speling is geen luxe.
Plan de nacht voor Batur niet direct na een lange reisdag. Je wordt rond twee uur ‘s nachts opgehaald, dus ga die avond vroeg slapen.
Wat is de beste plek om te verblijven in Ubud?
Slaap in het zuiden van het centrum. Daar zitten de meeste hostels, vaak in een tuin achter een muur, met een zwembad en soms een rijstveld achter het hek.
Jalan Bisma: tussen de rijstvelden Een straat op loopafstand van het centrum, waar de hostels nog tussen de groene velden liggen. Hier word je wakker met uitzicht op rijst en hoor je ‘s nachts eerder kikkers dan scooters.
Monkey Forest Road: midden in de stad De straat langs het Monkey Forest, met het paleis en de markt op loopafstand. Cafés, warungs en yogastudio’s om de hoek, en de dansvoorstellingen ‘s avonds vlakbij. In de stille straatjes erachter slaap je toch rustig.
Pengosekan: tuinen en zwembaden Het zuidelijke stuk, met grote tropische tuinen en een van de bekendste hostels van het eiland. Ook hier liggen het Monkey Forest en het centrum op loopafstand.
Voor Tegallalang, Tirta Empul en Batur heb je vervoer nodig, waar je ook slaapt. Het voordeel van deze buurt: de trek naar Batur haalt je hier gewoon op.
Welke plek raden wij backpackers aan?
Voor je eerste keer raden we de buurt rond Jalan Bisma en Monkey Forest Road aan. Je loopt overal naartoe, en je vindt er hostels die zelf ook een groot deel van je programma regelen.
Drie adressen springen eruit. Puri Garden Hotel & Hostel aan Jalan Pengosekan is een van de bekendste hostels van Bali, met de prijzen om het te bewijzen. Het ligt in een grote tropische tuin met een zwembad, het ontbijt van het eigen café zit bij de prijs, en er is gratis yoga, een gratis massage en elke week een quizavond.
Kuna Bali zit in een stil straatje achter het Monkey Forest, met een zwembad, een dakterras en veel hout en groen. Ook hier gratis yoga en een gratis massage, en ‘s avonds film, een quiz, een familiediner of een feestje. Het hostel organiseert zelf een dagtrip langs de hoogtepunten rond Ubud.
Ubud Rice Field House aan Jalan Bisma draait om gezond leven. Elke ochtend een gratis ontbijt met vegan, vegetarische en glutenvrije opties, drie keer per week gratis yoga, en een rijstveld voor je raam.
Wat kun je doen in Ubud?
Bij zonsopkomst op de kraterrand van Mount Batur staan, door de terrassen van Tegallalang dalen, het reinigingsritueel onder de spuiers van Tirta Empul doen, tussen de makaken in het Monkey Forest wandelen en ‘s avonds de Legong zien in het paleis.
Alle plekken, met de beste tijdstippen, staan in de highlights van Ubud.
Hoe kom je in Ubud?
Ubud ligt in het binnenland, ongeveer een uur boven Sanur en anderhalf uur van het vliegveld. Kom je van Nusa Penida, dan vaar je terug naar Sanur en rijd je in een uur door. Vanuit Canggu ben je er in ongeveer anderhalf uur, met een toeristenshuttle of een taxi.
In Ubud zelf loop je het meeste. Het centrum is heuvelachtig en de stoepen zijn smal, maar in de volle hoofdstraten gaat lopen vaak sneller dan rijden, zeker ‘s middags. Op sommige plekken in het centrum mogen apptaxi’s je niet ophalen: loop dan een straat verder.
Voor de tochten buiten de stad huur je een scooter vanaf ongeveer €4 per dag, met een internationaal rijbewijs met motorcategorie. Heb je dat niet, dan huur je met een paar mensen een auto met chauffeur voor een dag, ongeveer €25 tot €30, of boek je de rondrit via je hostel.
Verder de route op rijd je in ongeveer tweeënhalf uur naar Munduk in de bergen, langs de meren van Bedugul en de watertempel van Ulun Danu Beratan. Ook naar Sidemen in het oosten rijd je rechtstreeks, in ongeveer anderhalf uur.
Is Ubud een bezoek waard?
Ja, en wat ons betreft hoort het in elke route over Bali. Nergens op het eiland komen de rijstvelden, de tempels en de vulkanen zo dicht bij elkaar als hier, en je ziet het allemaal voor ongeveer €25 per dag.
De truc is je wekker. Na achten staan de bussen bij Tegallalang en lopen de groepen bij Tirta Empul, om zeven uur hangt er nog mist in de vallei en zijn de Balinezen bij de bron onder elkaar. Wie Ubud vroeg doet, ziet een andere stad.
Een paar dingen om te weten. Draag in elke tempel een sarong en bedek je schouders. In het Monkey Forest laat je eten en plastic tasjes thuis, je kijkt de apen niet lang aan en je raakt ze niet aan. Loop je toch een krab of beet op, spoel de wond dan een kwartier met water en zeep en ga nog dezelfde dag naar een arts: op Bali komt rabiës voor. Bestel bier of flessen van een bekend merk en geen losse arak, en kies bij de koffietuinen een plek zonder civetkatten in kooien.
Ons advies: ga niet bij het grote uitzichtpunt van Tegallalang staan, maar loop de vallei in en aan de andere kant weer omhoog. Binnen tien minuten ben je de drukte kwijt, sta je tussen de terrassen zelf en zie je het water van veld naar veld lopen. Om zeven uur ‘s ochtends heb je dat bijna voor jezelf.




