Indonesië is geen land dat je in één keer doorreist. Het is een rij van meer dan zeventienduizend eilanden, van Sumatra in het westen tot Papoea in het oosten, over een afstand van ruim vijfduizend kilometer. Daartussen liggen geen wegen maar zeestraten. Dus plan je Indonesië zoals de Indonesiërs het zelf zien: per eiland.
En elk eiland is een eigen wereld. Op Sumatra hangen orang-oetans boven het pad en wonen de Batak rond een kratermeer zo groot als een binnenzee. Java is het drukke hart, met treinen tussen de steden en vulkanen die ‘s nachts roken. Bali ruikt naar wierook en offerbloemen, Lombok en de Gili’s draaien om zand en de Rinjani, en op Flores zwemmen mantaroggen langs de eilanden waar de komodovaraan leeft. Andere godsdienst, andere keuken, ander weer: soms in een vlucht van een uur.
Daarom kies je. In dertig dagen haal je met gemak twee of drie eilanden, en dat is precies de goede maat: je visum geldt dertig dagen en verleng je één keer. Wil je alles zien, reis dan van west naar oost, zoals de eilanden hieronder op een rij staan. Wil je één ding zien dat je nergens anders vindt, begin dan op Sumatra.
Waarom Indonesië?
Indonesië is het land waar je achteraf niet kunt kiezen wat het mooiste was: de zonsopkomst op een vulkaan, de orang-oetan die een meter boven je hoofd langs slingert of de mantarog onder je snorkel. En het kost minder dan je denkt.
- Orang-oetans in de jungle van Sumatra en Borneo
- Zonsopkomst op Bromo, blauwe vlammen in de Ijen
- Hindoetempels op Bali, Borobudur op Java
- Duiken met manta's bij Komodo en in Raja Ampat
- Surfgolven van Uluwatu tot Kuta Lombok
- Eilandhoppen tot ver voorbij de laatste hostel
Indonesië past bij backpackers die avontuur zoeken, natuurliefhebbers, duikers en surfers, en bij iedereen die na Bali wil weten wat er verderop ligt.
Beste reistijd voor Indonesië
Indonesië ligt op de evenaar en is het hele jaar warm, aan de kust rond de dertig graden en in de bergen een stuk frisser. Het ritme wordt bepaald door de regen. Op Java, Bali, Lombok en Flores is het droge seizoen ongeveer van april tot en met oktober, en valt de meeste regen van december tot en met maart. Sumatra ligt dwars over de evenaar en kent geen echt droog seizoen: daar regent het vaker, meestal in korte, harde buien aan het eind van de middag. Raja Ampat werkt andersom en is op zijn rustigst van oktober tot en met april.
De maanden april tot en met oktober zijn voor een rondreis over meerdere eilanden het prettigst. Rebels on the Road tip: mik op mei, juni of september. Dan is het droog, maar zijn de Europese zomervakanties nog niet begonnen of net voorbij, en betaal je op Bali en de Gili’s minder voor je bed. Wil je de Rinjani op Lombok beklimmen, kijk dan naar de kalender: het park sluit de paden meestal van januari tot en met maart, als de regen ze te glad maakt. En valt je reis in maart, zoek dan de datum van Nyepi op, het Balinese nieuwjaar. Die dag ligt heel Bali stil, inclusief het vliegveld.
Praktische informatie
Met een Nederlands of Belgisch paspoort heb je voor Indonesië een visum nodig, ook voor Bali. Dat is het visum bij aankomst: vraag het vooraf online aan als e-VOA op de site van de Indonesische immigratiedienst, of regel het aan de balie op het vliegveld. Het kost IDR 500.000, ongeveer €25, en geeft je 30 dagen. Je kunt het één keer met 30 dagen verlengen, voor hetzelfde bedrag. Je paspoort moet nog minimaal zes maanden geldig zijn en in goede staat, en houd een ticket voor je verdere reis bij de hand. Vul in de drie dagen voor aankomst de gratis All Indonesia Arrival Card in. Ga je naar Bali, dan betaal je daar ook een toeristenbelasting van IDR 150.000, ongeveer €7,50. De immigratiedienst heeft aangekondigd dat het visum duurder wordt, dus kijk het bedrag vlak voor vertrek na op onze visumpagina.
De munt is de Indonesische rupiah (IDR). Reken met ongeveer IDR 20.000 voor een euro: haal er vier nullen af en deel door twee, dan zit je goed. Je bent hier snel miljonair, want een automaat geeft biljetten van IDR 100.000. Op Bali betaal je in veel cafés met je kaart, op Sumatra en Flores bijna overal contant. Pin bij een automaat van een bank, liefst binnen. Welke kaart je meeneemt staat bij betaalkaarten.
De landstaal is Bahasa Indonesia, en daarnaast spreken Indonesiërs samen honderden eigen talen, van Javaans tot Balinees. Op Bali, de Gili's en in Labuan Bajo kom je met Engels overal uit. Op Sumatra en Flores minder, en daar maken een paar woorden het verschil: terima kasih (dank je), berapa? (hoeveel?) en enak! (lekker!).
Het reisadvies van Buitenlandse Zaken is geel voor het grootste deel van Indonesië. Raja Ampat hoort bij de provincie Zuidwest-Papoea, maar ligt ver van de onrustige hooglanden waar de reisadviezen over gaan, en ook daar is het geel. Voor Belgen geldt een eigen advies, dus lees het advies voor jouw paspoort. Vulkanen kunnen zonder waarschuwing actiever worden: de toegang tot een krater gaat dan dicht, en dat check je bij de parkbeheerder. Het verkeer is druk, zeker op Bali. Rijd je zelf, draag dan een goede helm en kijk wat je reisverzekering dekt. Kies bij overtochten een bekende maatschappij en wacht een dag als het stormt.
Voor Indonesië is geen enkele prik verplicht. De GGD adviseert iedere reiziger DTP en hepatitis A; buiktyfus, dengue, hepatitis B, Japanse encefalitis en rabiës staan op de persoonsgebonden lijst, en die hangen af van hoe lang en hoe je reist. Bij malaria verschilt het per eiland. Op Bali is er volgens de GGD geen risico; voor Sumatra, Java, Flores, Borneo en Papoea kijkt de GGD naar je regio en je maanden. Welke prikken jij nodig hebt en wanneer je moet beginnen staat in ons overzicht van vaccinaties voor Azië.
Ons dagbudget is een gemiddelde over het hele land, en de verschillen zijn groot. Op Sumatra, Java en Flores slaap je in een homestay voor zeven of acht euro, ontbijt inbegrepen, en eet je een volle maaltijd in een warung voor anderhalve tot twee euro. Bali en de Gili’s zijn duurder, vooral als je in de cafés van Canggu ontbijt. Wat het budget echt laat oplopen zijn de vluchten tussen de eilanden en de tochten die je alleen met een gids doet, zoals een jungletrek bij Bukit Lawang, een boottocht door Komodo of de Rinjani. Reken die apart, en boek binnenlandse vluchten een paar weken van tevoren.
Backpacker-budget: ongeveer €28 per dag
- €8hostelbed
- €2lokale maaltijd
- €2,50biertje
- €15treinrit
Richtprijzen voor één backpacker; met een feestje of een duik erbij loopt het snel op.
De cultuur van Indonesië

Indonesië heeft meer moslims dan enig ander land ter wereld, en toch is het een land van heel veel geloven tegelijk. Op Java en Sumatra hoor je vijf keer per dag de oproep tot gebed. Bali is hindoeïstisch, met een tempel op elke hoek en elke ochtend kleine offertjes van palmblad en bloemen op de stoep. Rond het Tobameer wonen de Batak, die grotendeels christelijk zijn, en op Flores lopen de kerken op zondag vol. Het staatsmotto zegt het al: Bhinneka Tunggal Ika, eenheid in verscheidenheid.
Wat al die eilanden delen is de gastvrijheid. Indonesiërs zijn nieuwsgierig en vragen je binnen een minuut waar je vandaan komt, of je getrouwd bent en waar je naartoe gaat. Op Java en Sumatra willen mensen graag met je op de foto. Dat hoort erbij, en een glimlach terug opent meer deuren dan welk gesprek ook.
Op Bali stap je om de offertjes op de stoep heen, op Sumatra wekt de moskee je om vijf uur en op Flores luiden zondag de kerkklokken.
Buiten Bali kleed je je wat bedekter, zeker in Aceh in het noorden van Sumatra, waar strengere regels gelden. In een Balinese tempel draag je een sarong en een sjerp; bij de grote tempels leen of huur je die bij de ingang. Valt je reis in de Ramadan, dan zijn veel warungs op Java en Sumatra overdag dicht, maar gaan aan het eind van de middag de kraampjes open waar iedereen samen het vasten breekt. Alcohol is er gewoon op Bali, de Gili’s en Flores, en lastiger te vinden in de rest van het land.
- Je schoenen uitdoen bij iemand thuis en in een moskee
- Een sarong en sjerp dragen in een Balinese tempel
- Geven, aanpakken en eten met je rechterhand
- Rustig blijven als iets misgaat: wie zijn stem verheft, verliest het gesprek
- Op de offertjes op de stoep stappen
- Iemand over het hoofd aaien, ook geen kind
- Zelfgestookte arak drinken: bestel cocktails met merkdrank
- Dieren aanraken of voeren, ook niet als een gids het aanbiedt
De Indonesische keuken
De Indonesische keuken ken je al een beetje, want de Nederlandse rijsttafel komt hiervandaan. Maar ter plekke proef je hoe groot de verschillen zijn. Op Sumatra is het eten pittig en rijk aan kokos, op Java zoeter, op Bali staat varkensvlees op het menu dat je op de rest van de eilanden bijna niet vindt. Je eet in een warung, een eetkraam met een paar plastic krukjes, en betaalt voor een volle maaltijd zelden meer dan twee euro.
Tijdens je reis kun je onder andere genieten van:






Ga op Sumatra zeker een keer naar een Padang-restaurant. Je bestelt niets: de ober zet tien of vijftien schaaltjes op tafel en je betaalt alleen wat je aanraakt. Drink er een kopi tubruk bij, zwarte koffie met het gruis nog in je glas, of een es teh manis, zoete ijsthee die overal bij hoort. En kom je een tempeh-stalletje tegen: dat gefermenteerde sojablok is een Javaanse uitvinding, en vers gebakken is het een ander product dan wat je thuis in de supermarkt koopt.
Sumatra: orang-oetans, kratermeren en Minangkabau

Sumatra is in onze ogen het mooiste stukje van Indonesië, en misschien wel van de hele regio. Het is het zesde grootste eiland ter wereld, ruim elf keer zo groot als Nederland, en het grootste deel ervan is nog bergen, vulkanen en regenwoud. Toch komt hier maar een fractie van de reizigers die Bali trekt, en dat merk je: je deelt de jungle met een handvol trekkers, en de mensen langs de weg zwaaien je nog na.
Je landt in Medan, en een paar uur later sta je in Bukit Lawang, een dorpje aan een snelle rivier op de rand van het Gunung Leuser National Park. Hier loop je met een gids de jungle in, op zoek naar orang-oetans. De meeste die je ziet komen uit een oud opvangprogramma en leven nu vrij in het bos, met hun jongen. Je houdt afstand, je voert niets, en toch kan het gebeuren dat er een recht boven je pad door de bomen klimt. Na een nacht in een junglekamp aan de rivier drijf je de volgende ochtend op een binnenband terug naar het dorp.
Daarna gaat het de hoogte in. Bij Berastagi beklim je voor zonsopkomst de vulkaan Sibayak, met uitzicht op de Sinabung ernaast. Dan het Tobameer, het grootste vulkaanmeer ter wereld: een krater van zo’n honderd kilometer lang, met in het midden het eiland Samosir. Daar slaap je in Tuktuk, tussen de Batakhuizen met hun zadeldaken, en huur je een scooter voor een rondje over het eiland.
Rijd je verder naar het zuiden, dan knip je de lange rit op in Padang Sidempuan en kom je uit in het land van de Minangkabau. In Bukittinggi kijk je de Sianok-kloof in en eet je rendang waar hij vandaan komt. In de Harau-vallei liggen rijstvelden onder loodrechte rotswanden met watervallen, en bij de Bungus-baai eindig je op een eilandje voor de kust bij Padang, vanwaar je doorvliegt naar Java.
Java: vulkanen, tempels en treinen

Op Java woont meer dan de helft van alle Indonesiërs, en toch is het eiland voor backpackers vooral een rij vulkanen. Je reist er van west naar oost met de trein, en dat is meteen een van de fijnste manieren om het land te zien: tussen de rijstvelden door, met een bakje nasi uit het restauratierijtuig.
Je begint in Jakarta, de hoofdstad, en neemt de trein naar Yogyakarta, het culturele hart van Java. Daar ligt Borobudur, de grootste boeddhistische tempel ter wereld, en Prambanan, een hindoeïstisch complex met torens van bijna vijftig meter. In de stad zelf vind je batik, het paleis van de sultan en de beste gudeg van het eiland.
Daarna wordt het vroeg opstaan. Vanuit Malang rijd je naar Bromo, waar je in het donker naar een uitkijkpunt klimt en de zon ziet opkomen boven een zee van zand met rokende kraters erin. Bij de Ijen begin je nog vroeger: midden in de nacht vertrek je voor een tocht naar de kraterrand, waar je in het donker blauwe vlammen van brandend zwavelgas ziet en bij het eerste licht een turquoise zuurmeer. Neem het gasmasker aan dat je gids je geeft, en kijk vlak voor je gaat of de krater open is.
Van Bali naar Flores

Vanaf de oostpunt van Java zet een veerboot je in drie kwartier over naar Bali, en dan verandert alles. Bali is het eiland dat iedereen kent, en het verdient zijn naam: surfen bij Uluwatu, rijstterrassen en yoga in Ubud, kliffen en mantaroggen bij Nusa Penida. Onze tip is de andere kant van het eiland: de koele heuvels van Munduk, het dal van Sidemen onder de Agung en het zwarte zand van Amed, waar je vanaf het strand naar het koraal snorkelt.
Vanuit Amed vaart een snelle boot naar de Gili-eilanden, drie eilandjes zonder auto’s en scooters, waar je op blote voeten naar je bed loopt en tussen de schildpadden snorkelt. Op Lombok zelf wacht de Rinjani, 3.726 meter hoog, met een kratermeer dat je vanaf Senaru in twee of drie dagen bereikt. Daarna rust je uit in Tetebatu tussen de tabaksvelden of op de surfstranden van Kuta Lombok.
En dan Flores. Vanuit Labuan Bajo vaar je het Nationaal Park Komodo in: komodovaranen op Rinca en Komodo, het uitzicht van Padar en mantaroggen in de stroming. Reis je daarna het eiland over, dan kom je langs de traditionele dorpen rond Bajawa en eindig je in Moni, aan de voet van de Kelimutu, met drie kratermeren die elk een andere kleur hebben.
Reizen door Indonesië
Reizen door Indonesië is een kwestie van combineren: het vliegtuig voor de grote sprongen, trein, bus en boot voor de stukken ertussen. Binnenlandse vluchten zijn goedkoop als je een paar weken van tevoren boekt, en vaak de enige snelle weg. Medan bereik je in ruim een uur vanuit Kuala Lumpur, Padang heeft vluchten naar Jakarta, en vanaf Bali en Lombok vlieg je door naar Labuan Bajo.

Op Java neem je de trein. De spoorwegmaatschappij KAI rijdt tussen alle grote steden, op tijd en met airco, en van Jakarta naar Yogyakarta ben je zo’n zes tot acht uur onderweg, voor ongeveer €15 tot €30, afhankelijk van de klasse. Op Sumatra gaat alles over de weg, met bussen en gedeelde minibusjes over bochtige bergwegen: reken daar op lange dagen en plan rustig. Tussen Bali, de Nusa-eilanden, de Gili’s en Lombok varen snelle boten, en daarnaast gaan er trage publieke veerboten, goedkoper en ook prima. Een insider-tip: van Lombok naar Labuan Bajo kun je ook in een paar dagen met een boot varen, langs onbewoonde eilanden en de varanen van Komodo, in plaats van te vliegen.
Voor Borneo en Raja Ampat stap je altijd in het vliegtuig. Tanjung Puting bereik je via Pangkalan Bun op Kalimantan, waar je een paar dagen op een houten rivierboot de jungle in vaart naar de voederplekken van de orang-oetans. Derawan ligt verder naar het oosten, met schildpadden en een meer vol kwallen die niet steken. En Raja Ampat, het rijkste koraal ter wereld, bereik je via Sorong en een veerboot naar Waisai.
In de steden bestel je een Grab of Gojek: auto of brommertaxi, vaste prijs, geen onderhandelen. Op een paar plekken op Bali mogen ze je niet overal oppikken; loop dan een straat verder. Wil je zelf een scooter huren, dan heb je een motorrijbewijs en een internationaal rijbewijs nodig. Lees eerst scooter huren in Zuidoost-Azië over je verzekering.
- VliegtuigDe grote sprongen tussen de eilanden
- KAI-treinVan stad naar stad over Java
- Bus & minibusOver Sumatra en naar de vulkanen
- Ferry & snelle bootNaar Bali, Lombok en de Gili's
- Grab & GojekVaste prijs in de steden
Indonesië voor iedere reiziger
Indonesië is zo groot dat iedereen er zijn eigen land vindt: de een komt voor de golven, de ander voor de jungle.
Backpackers vinden goedkope homestays, warungs op elke hoek en een route die nooit af is.
Natuurliefhebbers zien orang-oetans op Sumatra en Borneo, komodovaranen op Flores en vulkanen bij zonsopkomst.
Duikers zwemmen met manta's bij Komodo en Nusa Penida, en vinden in Raja Ampat het rijkste rif ter wereld.
Surfers hebben op Bali en Lombok golven voor elk niveau, van de beginnersstranden van Canggu tot de riffen van Uluwatu.
Ga je alleen, dan is Indonesië een land waar je snel mensen leert kennen: in de hostels van Bali en de Gili’s, op een boot door Komodo of aan de rivier in Bukit Lawang. Wat solo reizen praktisch betekent staat in alleen reizen door Zuidoost-Azië. Wat je meeneemt, inclusief een warme trui voor de vulkanen en een sarong voor de tempels, staat in onze paklijst voor Zuidoost-Azië.


















