Sumatra is in onze ogen het mooiste stukje van de aarde. Dat is een grote uitspraak, dus hier is wat je ervoor terugkrijgt: een orang-oetan die twintig meter boven je pad een vrucht plukt, een vulkaankrater die om zes uur ‘s ochtends naar zwavel ruikt, een meer zo groot dat het een eigen eiland heeft, en een kloof vol rijstvelden waar de mist pas om negen uur optrekt. Daartussen rijd je urenlang door bergen die van boven tot onder groen zijn, langs dorpen waar je nog de enige buitenlander bent.
Sumatra vraagt ook iets van je, en dat hoort erbij. Er rijdt geen trein door de bergen en er vaart geen snelle boot langs de kust. Je reist over de weg, in een gedeelde minibus of een nachtbus, en een rit van vier uur is hier een korte. Hostels zijn er weinig, en buiten Medan en Padang slaap je in guesthouses en homestays waar de eigenaar ook je volgende rit regelt. Wie dat aanneemt, krijgt een eiland dat nog niet is ingericht op toeristen, en dat is precies de reden om te gaan.
In de route door Indonesië is Sumatra het begin. Je landt in Medan, met een vlucht uit Kuala Lumpur, Penang, Singapore of Jakarta, en zakt in twee tot drie weken af naar het zuiden. Aan het eind vlieg je vanaf Padang in nog geen twee uur naar Jakarta, en daar begint Java.
Waarom Sumatra?
Op Sumatra reis je in drie weken door drie volken, twee kratermeren en een van de laatste grote regenwouden van Azië, en je deelt het met een fractie van de reizigers die naar Bali gaan.
- Orang-oetans in het wild bij Bukit Lawang, met een erkende gids en op afstand
- Zonsopkomst op de krater van de Sibayak
- Het Tobameer, het grootste vulkaanmeer ter wereld, met zwemmen vanaf je steiger
- De Batak en de Minangkabau, elk met hun eigen huizen, geloof en keuken
- De Sianok-kloof en de rotswanden van de Harau-vallei
- Rendang en nasi padang in het land waar ze vandaan komen
Sumatra past bij backpackers met tijd, natuurliefhebbers en iedereen die liever een lange busrit maakt dan een plek deelt met honderd andere reizigers.
Onze route over Sumatra
De route loopt van noord naar zuid, van Medan naar Padang. Zo reis je nooit terug, en eindig je vanzelf bij de vlucht naar Java.
- Medan, 1 tot 2 dagen. Je landing op Sumatra, met een sultanspaleis en een van de beste straatkeukens van het land. Bewaar je honger voor de avond.
- Bukit Lawang, 3 tot 4 dagen. Het dorp aan de Bohorok, aan de rand van Gunung Leuser. Hier doe je de jungletrek van twee dagen, met een nacht aan de rivier.
- Berastagi, 2 tot 3 dagen. Koel en hoog in het Karo-land, met de Sibayak voor zonsopkomst en de langhuizen van Dokan.
- Tobameer, 3 tot 4 dagen. Je slaapt in Tuktuk op Samosir, rijdt een dag rond op de scooter en doet verder vooral niets. Reken erop dat je verlengt.
- Padang Sidempuan, 1 tot 2 dagen. De salakstad waar je de lange rit naar het zuiden breekt, met tijgers in het Barumun-reservaat als je het vooraf regelt.
- Bukittinggi, 3 tot 4 dagen. Het hart van de Minangkabau, aan de rand van de Sianok-vallei, met Maninjau en de 44 bochten op een dag scooteren.
- Harau-vallei, 2 tot 3 dagen. Rijstvelden onder loodrechte rotswanden, watervallen om in te zwemmen en een houten hut voor een tientje.
- Bungus-baai, 2 tot 3 dagen. Vissersboten, het witte strand van Marak en Padang om de hoek voor je vlucht.
Tien dagen: het noorden
Met tien dagen neem je de noordelijke helft, en die is op zichzelf al een complete reis. Een nacht in Medan, drie dagen in Bukit Lawang voor de trek, twee in Berastagi en vier aan het Tobameer. Vanaf het meer ben je in vier tot vijf uur terug in Medan, of je vliegt vanaf Silangit, ten zuiden van het meer, naar Jakarta. Met een week extra komt het westen erbij, en daarmee de Minangkabau.
Twee weken
In twee weken haal je het noorden en het westen, als je de nachtbus neemt. Na drie dagen Tuktuk stap je in Parapat op de ALS-bus, die je in twaalf tot zestien uur in één keer naar Bukittinggi brengt. Daar neem je drie dagen voor de kloof, de markten en Maninjau, en je sluit af met twee dagen in de Bungus-baai. Met een paar dagen extra breek je de rit in Padang Sidempuan en komt de Harau-vallei erbij.
Drie weken: noord tot west
Drie weken is de maat waarin alle acht de stops passen, en het is de reis die wij iedereen gunnen. Je rijdt van het meer naar het zuiden met daglicht en uitzicht, slaapt een nacht in Padang Sidempuan, neemt vier dagen voor Bukittinggi en drie voor de Harau-vallei. Dan heb je in de Bungus-baai nog tijd voor Marak en een laatste avond in Padang. Het past precies binnen je visum van dertig dagen, met ruimte voor Java erachteraan.
Beste reistijd voor Sumatra
Sumatra ligt dwars over de evenaar en kent geen echt droog seizoen. Het regent het hele jaar, meestal als een stevige bui aan het eind van de middag. Juni tot en met september is op bijna de hele route het droogst, en dan zijn de junglepaden, de vulkanen en de boottochten op hun best. Alleen Medan zelf is in de eerste maanden van het jaar het droogst. De warmte hangt af van de hoogte: in Medan en aan de kust rond de 31 graden, in Berastagi, bij het meer en in Bukittinggi tussen de 22 en 27 graden, met frisse nachten.
In droge jaren kan tussen april en november nevel van bosbranden over het eiland drijven. Je merkt het aan een witte lucht en minder uitzicht op de vulkanen. In de regentijd blijft Sumatra goed te doen, maar plan je busritten in de ochtend: na zware regen kan een bergweg een paar uur dicht zitten door een aardverschuiving.
Reizen door Sumatra
Sumatra reis je over de weg. De ritten zijn lang, maar je rijdt door het landschap waarvoor je komt.
Aankomen. Je vliegt op Kualanamu, ongeveer veertig kilometer buiten Medan, met rechtstreekse vluchten uit Kuala Lumpur, Penang, Singapore en Jakarta. De vliegveldtrein brengt je in ongeveer drie kwartier naar het centrum, voor IDR 40.000, ongeveer €2.
Rondreizen. In het noorden rijd je met gedeelde toeristenbussen en auto’s die je guesthouse regelt, en naar Samosir neem je de boot vanuit Parapat. Dan komt de lange rit naar het zuiden: in twee dagen overdag met een nacht in Padang Sidempuan, of in één keer met de ALS-bus. In het westen worden de afstanden kort. In Medan en Padang bestel je een Grab of Gojek, in Bukittinggi een angkot voor €0,20, en op het meer en in Harau huur je een scooter, mits je een internationaal rijbewijs met de categorie motor hebt.
Verder de route op. Vanaf Minangkabau International Airport bij Padang vlieg je in iets minder dan twee uur naar Jakarta, met meerdere vluchten per dag. Uit de Bungus-baai ben je ongeveer anderhalf uur onderweg naar het vliegveld; regel die rit een dag van tevoren via je losmen.
- AankomstVlucht naar Kualanamu, trein naar Medan in 45 minuten
- Medan naar Bukit LawangToeristenbus, 4 tot 5 uur · ongeveer €10
- Bukit Lawang naar BerastagiToeristenbus, ongeveer 5 uur
- Berastagi naar het TobameerOngeveer 4 uur naar Parapat, dan de boot naar Tuktuk
- Parapat naar Padang SidempuanGedeelde auto of bus, een lange dag over de bergen
- Naar BukittinggiEen halve dag, of de ALS-bus in één ruk vanaf Parapat
- Harau en PadangHarau ongeveer 1,5 uur · Padang ongeveer 3 uur
- Naar JavaVlucht Padang naar Jakarta, iets minder dan 2 uur
Praktische informatie
Sumatra is een van de goedkoopste eilanden van Indonesië. Een bed kost zes tot vijftien euro, een maaltijd in een warung anderhalf tot twee euro, en zelfs de nachtbus van het meer naar Bukittinggi kost maar ongeveer €15. Het geld gaat zitten in de jungletrek: reken voor twee dagen in Gunung Leuser op €120 per persoon, alles inbegrepen. Voor het visum lees je onze visumpagina, en welke prikken je nodig hebt staat bij vaccinaties voor Indonesië.
Op Sumatra betaal je bijna alles contant, en juist op de mooiste plekken staat geen pinautomaat. Pin in Medan genoeg voor Bukit Lawang, inclusief je trek, en in Bukittinggi voor de Harau-vallei. Neem kleine biljetten mee voor boten, angkots en de entree van watervallen. Welke kaart je meeneemt staat bij betaalkaarten.
Medan is islamitisch en gemengd, en verder naar het noorden, in Atjeh, gelden de strengste kledingregels van het land. Rond Berastagi en het meer zijn de Batak grotendeels christelijk: daar staat varkensvlees op de kaart en loopt de kerk op zondag vol. In het westen wonen de Minangkabau, vroom islamitisch en een van de weinige volken ter wereld waar huis en land via de vrouwen gaan. Bedek schouders en knieën, en drink je biertje bij het meer.
De Sibayak bij Berastagi beklim je zelf, met een gids of een groepje; vraag vooraf bij je guesthouse of de berg open is. De Sinabung ernaast is actief en met een verboden zone eromheen, en het klimpad van de Marapi bij Bukittinggi is sinds begin 2025 gesloten. Bekijk ze vanaf een uitzichtpunt en check het reisadvies van Nederland Wereldwijd.
Boek de ALS-bus een paar dagen vooruit, want hij zit vaak twee tot drie dagen van tevoren vol. Neem een trui mee tegen de airco en iets tegen wagenziekte, want de wegen slingeren urenlang. Download je kaarten offline: in de bergen en in de Bungus-baai valt het bereik soms weg.
Backpacker-budget: ongeveer €21 per dag
- €9hostelbed
- €1,75lokale maaltijd
- €2,60biertje
- €15ALS-bus van Parapat naar Bukittinggi
Richtprijzen voor één backpacker; met een feestje of een duik erbij loopt het snel op.
Rebels on the Road tip
Sumatra draait op WhatsApp. De gids in Bukit Lawang, de chauffeur naar het meer, de homestay in Harau en de losmen in Bungus: bijna niemand werkt met een boekingssite, maar vrijwel iedereen beantwoordt een appje. Zorg dus dat je vanaf de eerste dag mobiel internet hebt, met een simkaart uit Medan of een e-sim die je voor vertrek installeert. En gebruik het netwerk: vraag op elke stop je gastheer of hij je volgende rit kan regelen en het nummer van je volgende guesthouse kent. Op Sumatra kent iedereen iemand verderop, en zo rijd je van noord naar zuid zonder ooit zelf een busstation te hoeven zoeken.
Veelgestelde vragen
Hoeveel dagen heb je nodig op Sumatra?
Drie weken voor alle acht de stops, van Medan tot de Bungus-baai. Met twee weken haal je het noorden en het westen als je de nachtbus van het meer naar Bukittinggi neemt, en met tien dagen doe je het noorden: Medan, Bukit Lawang, Berastagi en het Tobameer.
Waar begin je op Sumatra?
In Medan, want daar landen de vluchten uit Kuala Lumpur, Penang, Singapore en Jakarta. Van daar reis je naar het zuiden en eindig je in Padang, vanwaar je doorvliegt naar Java. Andersom kan ook, met een vlucht naar Padang.
Is Sumatra duur voor backpackers?
Nee. Met ongeveer €21 per dag kom je rond, en in Berastagi en Bukittinggi lukt het met minder. Reken de jungletrek in Bukit Lawang apart: twee dagen met een nacht aan de rivier kost €120 per persoon.
Hoe lang duurt de busrit van het Tobameer naar Bukittinggi?
Met de ALS-bus in één keer twaalf tot zestien uur, voor ongeveer €15. Wil je de bergen zien, breek de rit dan in Padang Sidempuan: dan rijd je twee dagen overdag en steek je bij Bonjol de evenaar over.
Is Sumatra veilig?
Ja, met gewone voorzichtigheid. Let vooral op in het verkeer, bij de vulkanen en op het water, en weet aan de kust dat je bij een aardbeving meteen naar hoger gelegen grond gaat. Kijk voor vertrek op het reisadvies van Nederland Wereldwijd.
















