Op de kaart is Indonesië één land. Onderweg merk je al snel dat het er tientallen zijn. Op Sumatra wekt de moskee je om vijf uur, een week later stap je op Bali om offerbakjes van palmblad heen, en op Flores luiden op zondag de kerkklokken over de rijstvelden. Meer dan zeventienduizend eilanden, ruim vijfduizend kilometer van west naar oost, en daartussen geen wegen maar zeestraten.
Daarom plan je Indonesië niet als één rondreis, maar eiland voor eiland. Elk eiland heeft zijn eigen geloof, zijn eigen keuken, zijn eigen regenseizoen en zijn eigen manier van reizen. Op het ene stap je in een trein met airco, op het andere in een gedeeld busje over bergwegen, en op een derde is een houten boot drie dagen lang je bed.
En dus kies je. Je visum geldt dertig dagen en verleng je één keer, en in een maand haal je met gemak twee of drie eilanden. Wil je alles zien, reis dan van west naar oost. Wil je één ding zien dat je nergens anders vindt, begin dan op Sumatra.
Waarom Indonesië?
Indonesië is het land waar je na afloop niet kunt kiezen wat het mooiste was. Een orang-oetanmoeder die met haar jong in haar vacht boven je pad door de bomen klimt. De Zandzee van Bromo die in het eerste licht uit de wolken opdoemt, met een rokende krater in het midden. Een mantarog die onder je snorkel door glijdt bij Komodo. Het land telt 127 actieve vulkanen, en orang-oetans leven alleen nog op Sumatra en Borneo: twee eilanden die je hier allebei kunt bezoeken.
Daar komt bij dat het minder kost dan je denkt. Gemiddeld kom je rond met ongeveer €28 per dag, met een bed voor een euro of acht en een volle maaltijd in een warung voor twee. Wat het duur maakt, zijn de sprongen tussen de eilanden en de tochten die je alleen met een gids doet.
Zeven eilanden, zeven reizen
Sumatra: jungle, kratermeren en Minangkabau
Voor ons het mooiste eiland van het land, en tegelijk het eiland dat de meeste reizigers laten liggen. Je landt in Medan en zit een paar uur later in Bukit Lawang, aan de rand van Gunung Leuser, waar je met een erkende gids de jungle in loopt en na een nacht aan de rivier op een binnenband terugdrijft. Daarna klim je bij Berastagi voor zonsopkomst de Sibayak op, zwem je vanaf je steiger in het Tobameer, het grootste vulkaanmeer ter wereld, en kijk je bij Bukittinggi de Sianok-kloof in. Je reist hier over de weg, en een rit van vier uur is een korte. Wie dat aanneemt, krijgt een eiland dat nog niet is ingericht op toeristen. De hele route staat op onze pagina over Sumatra.
Java: treinen en vulkanen
Op Java reis je zoals de Indonesiërs zelf: met de trein, tussen rijstvelden en vulkaankegels door. In het westen en het midden draait het om de steden, met Jakarta als landingsplek en Yogyakarta met Borobudur, Prambanan en een sultan in zijn paleis. Hoe verder naar het oosten, hoe hoger en kouder het wordt, en hoe vroeger je wekker gaat: voor de zonsopkomst boven de caldera van Bromo en het blauwe vuur in de krater van de Ijen. Aan het eind zet de veerboot je in drie kwartier over naar Bali. Hoe die trein je van stop naar stop brengt, lees je op de pagina over Java.
Bali: drie eilanden in één
Bali is het enige hindoeïstische eiland van het land, en dat zie je vanaf je eerste ochtend aan de offerbakjes op de stoep. Het zuiden is voor de golven en de cafés van Canggu en Uluwatu, het midden rond Ubud en Munduk is groen, koel en vol tempels, en het oosten met Sidemen en Amed is het stille Bali van rijstvelden onder de Agung. Ons advies: geef het oosten minstens zoveel dagen als het zuiden. Alles over de route staat op onze pagina over Bali.
Lombok en de Gili’s: zand en een vulkaan
Een paar uur varen van Bali hoor je het verschil al voor je iets ziet: hier wekt de oproep tot gebed je, want dit is het islamitische land van de Sasak. Voor de kust liggen de Gili-eilanden, drie zandplaten zonder auto’s waar je vanaf het strand met schildpadden snorkelt. Op het vasteland staat de Rinjani, 3.726 meter hoog, met een turquoise meer in zijn krater. Vanuit Senaru sta je in twee dagen op de kraterrand, met dat meer onder je. Daarna rijstvelden in Tetebatu en surfbaaien rond Kuta. De vier stops op volgorde staan op de pagina over Lombok.
Flores: één weg van de zee naar de wolken
Flores begint met Komodo. Vanuit Labuan Bajo vaar je het nationaal park in, voor de varanen op Komodo en Rinca, het uitzicht over drie baaien op Padar en de manta’s in de stroming. Daarna rijd je over de Trans-Flores-weg de bergen in, langs de Ngada-dorpen rond Bajawa, tot Moni aan de voet van de Kelimutu, met drie kratermeren in drie kleuren. Het eiland is grotendeels katholiek en verrassend koel. Hoe je die weg in een of twee weken rijdt, staat op de pagina over Flores.
Kalimantan: het water op
Kalimantan is het Indonesische deel van Borneo, en hier houden de wegen op. In Tanjung Puting vaar je drie dagen op een klotok, een houten rivierboot met kok en kapitein, over de Sekonyer naar Camp Leakey en twee andere voederplekken van orang-oetans. Bij Derawan grazen schildpadden onder je steiger, en vaar je naar het kwallenmeer van Kakaban en de manta’s van Sangalaki. Je komt er per vlucht vanaf Java, en het is het duurste eiland van deze lijst. Hoe je de twee stops combineert, lees je op de pagina over Kalimantan.
Raja Ampat: het verste rif
Helemaal in het oosten, voor de kust van Papoea, ligt Raja Ampat: honderden eilanden met kalkrotsen als paddenstoelen in het water en het rijkste koraal ter wereld. Je vliegt naar Sorong, neemt de veerboot naar Waisai en slaapt in een houten homestay op palen, waar je je snorkel opzet vanaf de steiger. Dit is de duurste stop van het land, dus blijf minstens vier of vijf dagen.
Een land van veel geloven
Indonesië heeft meer moslims dan enig ander land ter wereld, en toch voelt het als een land van veel geloven tegelijk. Op Java en Sumatra hoor je vijf keer per dag de oproep tot gebed, rond het Tobameer zijn de Batak grotendeels christelijk, Bali is hindoeïstisch en Flores katholiek. Het staatsmotto zegt het zelf: Bhinneka Tunggal Ika, eenheid in verscheidenheid.
Voor jou betekent het dat je je kleding per eiland aanpast. Buiten Bali en de stranden bedek je schouders en knieën, en in Atjeh in het noorden van Sumatra gelden de strengste regels van het land. In een Balinese tempel draag je een sarong en een sjerp. Valt je reis in de Ramadan, dan zijn veel warungs overdag dicht en gaan aan het eind van de middag de kraampjes open waar iedereen samen het vasten breekt. Hoe je je verder gedraagt staat in regels en cultuur in Indonesië.
Wat al die eilanden delen is de gastvrijheid, en het eten. Op Sumatra is de keuken pittig en vol kokos, op Java zoeter, en op Bali staat varkensvlees op de kaart. In een Padang-restaurant bestel je niets: de ober zet tien of vijftien schaaltjes op tafel en je betaalt wat je aanraakt. Waar je wat eet, staat in eten en drinken in Indonesië.
Van eiland naar eiland
Indonesië reis je door te combineren. Het vliegtuig neem je voor de grote sprongen: Medan bereik je in ruim een uur vanuit Kuala Lumpur, van Padang vlieg je in iets minder dan twee uur naar Jakarta, en vanaf Lombok ben je in ongeveer vijf kwartier in Labuan Bajo. Boek die binnenlandse vluchten een paar weken van tevoren, dan zijn ze goedkoop. Naar Kalimantan en Raja Ampat ga je altijd per vlucht.
Daartussen reis je over land en water. Op Java rijdt de trein van KAI tussen alle grote steden, met airco en op tijd, en van Jakarta naar Yogyakarta ben je zo’n zes uur onderweg. Op Sumatra gaat alles met bussen en gedeelde busjes over bergwegen. De veerboot van Ketapang naar Bali vaart dag en nacht, en vanaf Amed brengt een snelle boot je in ongeveer vijf kwartier naar de Gili’s. In de steden bestel je een Grab of Gojek, en wie een scooter huurt, heeft een motorrijbewijs en een internationaal rijbewijs nodig. Alle opties staan in vervoer in Indonesië.
Wat een dag kost
Gemiddeld reken je in Indonesië op ongeveer €28 per dag, maar de verschillen per eiland zijn groot. Sumatra is met ongeveer €21 per dag het goedkoopst, gevolgd door Java met €24, Lombok met €25 en Bali met €27. Op Flores kom je rond met ongeveer €28, de boot door Komodo niet meegerekend. Kalimantan en Raja Ampat zijn een klasse apart: op een klotok in Tanjung Puting reken je ongeveer €125 per dag met alles erbij, en in Raja Ampat ongeveer €50 per dag plus zo’n €85 aan heffingen.
Wat het budget laat oplopen, zijn de tochten met een gids: twee dagen jungle bij Bukit Lawang kost €120 per persoon, en de Rinjani vanaf ongeveer €150 voor twee dagen. Reken die apart. Alles uitgesplitst per eiland staat in wat kost backpacken in Indonesië.
Visum en aankomst
Met een Nederlands of Belgisch paspoort heb je een visum nodig, ook voor Bali. Dat is het visum bij aankomst: vraag het vooraf online aan als e-VOA op evisa.imigrasi.go.id, of regel het aan de balie op het vliegveld. Het kost IDR 500.000, ongeveer €25, en geeft je 30 dagen. Eén keer verlengen met 30 dagen kan, voor ongeveer hetzelfde bedrag, en daarmee kom je op maximaal 60 dagen. Weet je vooraf al dat je langer blijft, dan vraag je op hetzelfde portaal een toeristenvisum voor 60 dagen aan.
Je paspoort moet bij aankomst nog minimaal zes maanden geldig zijn en in goede staat: een scheurtje of waterschade is al genoeg voor een weigering. Houd een retour- of doorreisticket bij de hand, en regel er een uitreisticket als je nog geen vervolgvlucht hebt. Vul in de drie dagen voor aankomst de gratis All Indonesia Arrival Card in, alleen via de officiële site of app. Ga je naar Bali, dan betaal je daar ook een toeristenbelasting van IDR 150.000, ongeveer €7,50, vooraf via Love Bali.
Twee dingen om na te kijken vlak voor vertrek. De immigratiedienst heeft aangekondigd dat het visum duurder wordt, maar op 19 oktober 2026 was er nog geen ingangsdatum. En blijf je langer dan je visum toestaat, dan betaal je een boete van IDR 1.000.000 per dag, ongeveer €50. Belgen verlengen online en gaan daarna langs het immigratiekantoor van de plek uit hun aanvraag. Alles op een rij, met de officiële bronnen, staat op onze visumpagina.
Geld: je bent hier snel miljonair
Je betaalt in rupiah, en een automaat geeft biljetten van IDR 100.000. Reken met ongeveer IDR 20.000 voor een euro: haal er vier nullen af, deel door twee, en je zit goed. Pin bij een automaat van een bank, het liefst binnen.
Op Bali betaal je in veel cafés met je kaart, op Sumatra en Flores bijna overal contant. En juist op de mooiste plekken staat vaak geen automaat: in Bukit Lawang, Moni, Senaru en Tetebatu reken je er beter niet op, en op de klotok en de boten bij Komodo betaal je cash. Pin dus in elke stad voor de dagen erna. Welke kaart je meeneemt, staat bij betaalkaarten.
Internet: Sumatra draait op WhatsApp
Buiten Bali werkt bijna niemand met een boekingssite, maar vrijwel iedereen beantwoordt een appje. De gids in Bukit Lawang, de chauffeur naar het meer, de homestay in Harau: je regelt het via WhatsApp. Zorg dus dat je vanaf dag één mobiel internet hebt, met een simkaart uit Medan of een e-sim die je voor vertrek installeert.
Reken wel op gaten in het bereik. Op de bergweg over Flores valt het geregeld weg, op de Sekonyer in Tanjung Puting heb je een groot deel van de tocht niets, en in Raja Ampat gaat de generator van je homestay om middernacht uit. Download je kaarten offline voor je vertrekt.
Veilig onderweg
Het reisadvies van Buitenlandse Zaken is geel voor het grootste deel van Indonesië. Raja Ampat hoort bij de provincie Zuidwest-Papoea, maar ligt ver van de onrustige hooglanden waar de reisadviezen over gaan, en ook Zuidwest-Papoea is geel. Reis je met een Belgisch paspoort, let dan op: België raadt niet-essentiële reizen af naar alle zes de Papoea-provincies, dus ook naar Raja Ampat. Check in elk geval wat je reisverzekering dekt en lees vlak voor vertrek het actuele advies voor jouw paspoort.
De rest is gewone voorzichtigheid. Vulkanen kunnen zonder waarschuwing actiever worden, en dan gaat de krater dicht: check het bij de parkbeheerder of je hostel. Kies bij overtochten een bekende maatschappij en wacht een dag als het stormt. Drink geen zelfgestookte arak, want die kan methanol bevatten, en bestel bier of cocktails met merkdrank. Op Bali komt rabiës voor, dus aai geen honden op straat en houd afstand van de apen bij de tempels. Welke prikken je nodig hebt, staat bij vaccinaties voor Indonesië.
Waar begin je?
De meeste reizigers vliegen naar Bali, blijven er drie weken en hebben een prachtige reis. Maar Bali is één eiland van zeventienduizend. Onze tip is om op Sumatra te beginnen: vlieg vanuit Kuala Lumpur of Singapore naar Medan, loop twee dagen door de jungle van Bukit Lawang, zak via het Tobameer af naar Bukittinggi en vlieg daarna door naar Java en Bali. Dan zie je in één reis beide kanten van het land.
Hoe je dat in een maand doet, staat in onze route door Indonesië in vier weken, en Sumatra in detail in onze route over Sumatra in twee weken. De vijf ervaringen die het langst blijven hangen staan in de 5 highlights van Indonesië, en welk eiland in welke maand op zijn best is in de beste reistijd voor Indonesië. Alle dertig stops op volgorde, met hostels en dagbedragen, vind je op de landenpagina van Indonesië.
Is Indonesië iets voor backpackers?
Ja, en voor bijna elk soort backpacker. Wie het makkelijk wil beginnen, heeft Bali en de Gili’s, met sociale hostels, snelle boten en Engels op elke hoek. Wie avontuur zoekt, gaat naar Sumatra of Flores, waar je met een paar woorden Bahasa Indonesia en een appje naar je volgende homestay ver komt. Terima kasih (dank je) en enak! (lekker!) openen hier meer deuren dan je denkt.
Waar het om vraagt, is een keuze. Met dertig dagen haal je twee of drie eilanden goed, en dat is precies de maat van je visum. Probeer je er vijf in te proppen, dan zit je vooral op vliegvelden. Kies liever één eiland waar je de tijd neemt en één dat je in het voorbijgaan meepakt.
Moeten we er één uitkiezen om mee te beginnen: Sumatra. Niet omdat de rest minder is, maar omdat je hier de jungle met een handvol andere trekkers deelt en de mensen langs de weg je nog nazwaaien. Plan je reis rond het droge seizoen van april tot en met oktober, en houd overal een dag speling voor de boot of de bergweg.



