Een route door Maleisië lijkt op de kaart simpel: een schiereiland met twee kusten en aan de overkant van de zee een stuk Borneo. Het lastige zit niet in de afstanden maar in de regen. De westkust is droog als de oostkust in de moesson zit, en andersom. Plan je verkeerd, dan sta je in Kuala Besut bij een steiger waar geen boot vertrekt.
Daarom deze route: veertien stops, van Kuala Lumpur via de westkust en de oostkust naar Borneo, in een volgorde die met de seizoenen meeloopt. Per plek staat erbij hoeveel dagen je nodig hebt, hoe je bij de volgende komt en waar wij zouden slapen. Daarna in drie maten: drie, vier en zes weken. Met een Nederlands of Belgisch paspoort mag je 90 dagen visumvrij blijven, dus zelfs de lange versie past ruim.
Elke stop linkt door naar onze reisgids voor die plaats, met de wijken, de hostels en de dagplanning. Wil je eerst het land in grote lijnen zien, begin dan bij backpacken in Maleisië.
De route in één oogopslag
- Kuala Lumpur (3 dagen)
- Melaka (2 dagen)
- Ipoh (2 dagen)
- Cameron Highlands (2 tot 3 dagen)
- Penang (3 dagen)
- Langkawi (3 tot 4 dagen)
- Perhentian-eilanden (3 tot 4 dagen)
- Taman Negara (2 tot 3 dagen)
- Tioman (3 tot 4 dagen)
- Kuching (3 tot 4 dagen)
- Kota Kinabalu (3 tot 4 dagen)
- Sepilok (1 tot 2 dagen)
- Kinabatangan (2 tot 3 dagen)
- Semporna (3 tot 4 dagen)
Waarom in deze volgorde? Omdat de drie delen van het land elk hun eigen droge tijd hebben, en ze netjes achter elkaar liggen. De westkust rond Penang en Langkawi is het droogst van december tot en met maart. De eilanden aan de oostkust gaan rond maart open en zijn op hun best van april tot en met augustus. En Borneo is droog van maart tot en met september. Begin je in maart in Kuala Lumpur, dan heb je de westkust aan het eind van zijn droge tijd, sta je in april op de Perhentians als het water kalm wordt, en vlieg je daarna naar Borneo terwijl het daar droog blijft.
Er zit ook geen heen-en-weer in. Je reist van zuid naar noord langs de westkust, steekt bovenin over naar de oostkust, zakt daar af naar Tioman en vliegt vanuit het zuiden naar Kuching. Op Borneo werk je van west naar oost, en vanuit Tawau, vlak bij Semporna, vlieg je terug naar Kuala Lumpur. Je steekt de zee één keer heen en één keer terug over, en je rijdt nergens dezelfde weg terug.
Drie, vier of zes weken?
Tel je de ondergrens van alle stops op, dan kom je op 35 dagen, plus een paar lange reisdagen tussen de kusten. Alles in drie weken lukt dus niet. Dat hoeft ook niet: met minder stops krijgt de rest lucht, en Borneo verdient hoe dan ook een week.
3 weken: westkust, één eiland en Borneo
Kuala Lumpur (3), Cameron Highlands (2), Penang (3), Perhentian-eilanden (3), Kota Kinabalu (2), Sepilok (1), Kinabatangan (2) en Semporna (3). Dat zijn 19 dagen plus twee reisdagen, en je hebt dan de stad, de theeplantages, het eten van Penang, snorkelen met schildpadden, orang-oetans, neusapen en het water van Semporna gehad.
Je rijdt vanuit Kuala Lumpur in vier tot vijf uur rechtstreeks naar de Cameron Highlands, dus Melaka en Ipoh vallen af. Vanuit Penang gaat een minivan naar Kuala Besut, een lange reisdag dwars over het schiereiland. Na de Perhentians neem je de nachtbus terug naar Kuala Lumpur en vlieg je in zo’n tweeënhalf uur naar Kota Kinabalu. Aan het eind vlieg je vanuit Tawau terug naar Kuala Lumpur. Reis je tussen december en maart, als de oostkust dicht is, wissel dan de Perhentians om voor Langkawi.
4 weken: de westkust compleet en het oerwoud erbij
Neem de driewekenroute en voeg Melaka (2), Ipoh (2) en Taman Negara (2) toe. Melaka doe je direct na Kuala Lumpur, met de bus in twee tot tweeënhalf uur. Van daar rijdt een rechtstreekse bus in ongeveer vijf uur naar Ipoh, en Ipoh ligt op twee uur van de Cameron Highlands. Taman Negara komt na de Perhentians: minivans rijden vanuit Kuala Besut in ongeveer acht uur naar het park, en via Jerantut ben je daarna terug in Kuala Lumpur voor je vlucht naar Borneo.
Zo kom je op ongeveer 28 dagen, met de westkust van begin tot eind, het oudste regenwoud van het schiereiland en een volle week Sabah.
6 weken: alles, en je houdt nog de helft van je visum over
Alle veertien stops, in de volgorde hieronder. Met Kota Kinabalu op vier dagen zodat de klim op Mount Kinabalu erin past, en drie lange reisdagen (Langkawi naar de oostkust, Taman Negara naar Tioman en Tioman naar Borneo) kom je op ongeveer 41 dagen. Ruim binnen de 90 dagen visumvrij, dus je kunt overal een dag langer blijven waar het je bevalt.
De westkust: hawkers, theeplantages en een belastingvrij eiland
1. Kuala Lumpur (3 dagen)
Je landt op KLIA, en de KLIA Ekspres zet je in 28 minuten op KL Sentral voor ongeveer €11. Slaap in Chinatown als je een makkelijke aankomst en sfeer wilt, of in Bukit Bintang als je eten en uitgaan voor de deur wilt hebben. Dag één loop je door de oude stad rond Petaling Street en Merdeka Square, dag twee klim je vroeg de 272 treden naar de Batu Caves en sta je ‘s middags onder de Petronas Towers, dag drie is voor de Thean Hou-tempel en een bananenbladmaaltijd in Brickfields.
Het mooiste uitzicht op de torens kost niets: ga rond zonsondergang in KLCC Park zitten en wacht tot ze aangaan, en loop daarna door naar de grills van Jalan Alor. Zie de reisgids van Kuala Lumpur.
Vervoer naar de volgende stop: vanaf busstation TBS rijd je in twee tot tweeënhalf uur naar Melaka Sentral, voor ongeveer €3.
Ons oordeel: drie dagen, en bewaar één avond voor de torens die aangaan boven het park
2. Melaka (2 dagen)
De oudste stad van het land, en alles op Dutch Square is roestrood: het Stadthuys, de klokkentoren, de Christ Church uit 1753. Dag één de heuvel van St. Paul’s en het Baba & Nyonya Heritage Museum, met een cendol tegen de hitte. Dag twee huur je een fiets en volg je de rivier naar Kampung Morten, een Maleis dorp met houten huizen op palen midden in de stad, en eindig je bij de Straits Mosque voor de zonsondergang.
Plan Melaka in het weekend. Van vrijdag tot en met zondag gaat Jonker Street ‘s avonds dicht voor het verkeer en wordt het een nachtmarkt, en die wil je niet missen. Zie de reisgids van Melaka.
Vervoer naar de volgende stop: een rechtstreekse bus naar Ipoh doet er ongeveer vijf uur over. Of je gaat terug naar Kuala Lumpur en neemt daar de ETS-trein.
Ons oordeel: twee nachten, met het weekend erin, want Melaka is ‘s avonds op zijn mooist
3. Ipoh (2 dagen)
De stad van de witte koffie: bonen gebrand in palmolie en opgeklopt met gecondenseerde melk, en bij Sin Yoon Loong schenken ze hem al sinds 1937. Dag één is voor de oude stad, de muurschilderingen, Concubine Lane en een bord taugé-kip. Dag twee neem je een Grab naar de grottempels Sam Poh Tong en Kek Lok Tong, waar Boeddha’s in het halfdonker tussen de kalkrotsen zitten, en ga je laat in de middag naar Gunung Lang of Kellie’s Castle.
Zet de wekker. Om zeven uur zit je tussen de vaste gasten met hun krant, en op dat uur is de stad nog van de locals. In het weekend rijden veel Maleisiërs hierheen om te eten, dus kom doordeweeks als je de bekende koffiehuizen zonder rij wilt. Zie de reisgids van Ipoh.
Vervoer naar de volgende stop: de bus vanaf de Amanjaya-terminal rijdt in twee tot tweeënhalf uur de berg op naar Tanah Rata, voor ongeveer €4.
Ons oordeel: het beste ontbijt van je route, en twee dagen is precies genoeg
4. Cameron Highlands (2 tot 3 dagen)
Op 1.440 meter trek je voor het eerst in weken een trui aan: overdag is het hier rond de 22 graden, ‘s nachts zo’n 14. Dag één doe je met een Land Rover-tour het Mossy Forest en de theeplantage van BOH Sungei Palas, dag twee loop je vanuit Tanah Rata een jungletrail. Met een derde dag pak je een aardbeienboerderij mee en, op vrijdag of zaterdag, de nachtmarkt van Brinchang.
Wees om half negen bij BOH Sungei Palas en loop eerst het pad tussen de theestruiken op, voordat de bussen met dagjesmensen komen. Vraag bij je hostel welke trails open zijn en vertrek vroeg, dan ben je terug voor de middagbui. Zie de reisgids van de Cameron Highlands.
Vervoer naar de volgende stop: bussen en minivans rijden in vier tot vijf uur naar Penang, vooral in de ochtend en vroege middag.
Ons oordeel: twee nachten in de koelte om op te laden, drie als je van wandelen houdt
5. Penang (3 dagen)
Je komt naar Penang om te eten, en George Town maakt het je makkelijk: een kom asam laksa voor ongeveer anderhalve euro, op een krukje naast een wok die al decennia op dezelfde plek staat. Dag één loop je langs de streetart, door Little India en naar de clan jetties, dag twee neem je de bus naar Kek Lok Si en laat in de middag het kabelspoor naar de top van Penang Hill. Dag drie is voor het nationaal park: bus 101 naar Teluk Bahang en door het regenwoud naar Turtle Beach.
Slaap rond Chulia Street en Love Lane, daar zitten de hostels en de kraampjes. De gratis CAT-bus rijdt rondjes door het centrum. Insidertip: eet je asam laksa bij de markt van Air Itam, aan de voet van Kek Lok Si, voordat je de berg op gaat. Zie de reisgids van Penang en de highlights van Penang.
Vervoer naar de volgende stop: de vlucht naar Langkawi duurt ongeveer een halfuur. Goedkoper is de bus naar Kuala Kedah of Kuala Perlis en vandaar de veerboot. Een vaste directe boot vanuit George Town is er niet meer.
Ons oordeel: drie dagen, en wie vooral voor het eten komt, blijft langer
6. Langkawi (3 tot 4 dagen)
Het eiland waar bier ineens goedkoop is: Langkawi is sinds 1987 belastingvrij, en een blikje uit de supermarkt kost minder dan een euro. Huur een scooter op Pantai Cenang, voor ongeveer €8 per dag. Dag één is voor het strand en de zonsondergang, dag twee voor de SkyCab, de 125 meter lange Sky Bridge en de poelen van de Seven Wells, dag drie voor de mangroven van Kilim en het witte strand van Tanjung Rhu. Met een vierde dag ga je eilandhoppen langs Pulau Dayang Bunting.
Rij aan het eind van een middag naar de top van Gunung Raya, 881 meter, voor het uitzicht over het hele eiland. Het kost je alleen benzine. Rij wel op tijd terug, want de weg is donker en kronkelig. Zie de reisgids van Langkawi.
Vervoer naar de volgende stop: met de veerboot naar het vasteland en dan met de minivan dwars over het schiereiland naar Kuala Besut. Reken op een lange reisdag. Vanaf de pier vaart de speedboot in ongeveer veertig minuten naar de eilanden, voor ongeveer €7 plus ongeveer €6 entree voor het marine park.
Ons oordeel: drie dagen voor de hoogtepunten, vier als je ook een dag helemaal niets wilt doen
De oostkust: koraal, oerwoud en jungle tot aan het zand
7. Perhentian-eilanden (3 tot 4 dagen)
Twee eilanden, en als backpacker slaap je op het kleine: Perhentian Kecil, met Long Beach, de duikscholen en ‘s avonds vuurshows op het strand. Dag één loop je over het junglepad naar Coral Bay voor de zonsondergang, dag twee snorkel je langs Shark Point en Turtle Point, met rifhaaien van een meter en schildpadden onder je. Dag drie neem je de watertaxi naar Perhentian Besar, en met een vierde dag maak je een paar funduiken bij Tokong Laut of het Sugar Wreck.
Vraag bij je snorkeltocht naar een vertrek in de ochtend: de meeste boten gaan na de lunch, en om negen uur heb je de plekken bijna voor jezelf. Er staan geen pinautomaten op de eilanden, dus pin genoeg in Kuala Besut. Wie hier zijn Open Water haalt, is er drie tot vier dagen mee bezig, vanaf ongeveer €290. Zie de reisgids van de Perhentian-eilanden.
Vervoer naar de volgende stop: minivans rijden via Kuala Besut naar Taman Negara, ongeveer acht uur onderweg.
Ons oordeel: het helderste water van je route, en drie dagen voelen al snel als te weinig
8. Taman Negara (2 tot 3 dagen)
Je slaapt in Kuala Tahan en eet ‘s avonds op een drijvend restaurant aan de Tembeling, met aan de overkant een regenwoud van zo’n 130 miljoen jaar oud. Dag één haal je je parkvergunning en ga je ‘s avonds met een gids op nachtwandeling. Dag twee loop je over de canopy walkway, 530 meter touwbruggen tussen de boomtoppen, en klim je door naar Bukit Teresek voor het uitzicht. Met een derde dag vaar je naar de zwempoelen van Lata Berkoh.
Sta op dag twee om zeven uur bij het overzetbootje, dan heb je de walkway voor de groepen er zijn en hoor je het bos wakker worden. Bloedzuigersokken horen in je tas: de beestjes zijn onschuldig, maar je wilt ze buiten je schoenen houden. Zie de reisgids van Taman Negara.
Vervoer naar de volgende stop: er is geen rechtstreekse verbinding met Tioman. Je reist via Jerantut naar Mersing voor de ferry, een lange reisdag. Vanaf Mersing vaar je in anderhalf tot twee uur naar het eiland, voor ongeveer €12 tot €17 plus contant ongeveer €6 voor het zeereservaat. De vertrektijden hangen af van het tij.
Ons oordeel: twee dagen voor de walkway en de nacht in het bos, en blijf een derde als je van rivieren houdt
9. Tioman (3 tot 4 dagen)
Een groene bergrug in de zee, met dorpjes die je alleen per boot of te voet bereikt. In Air Batang rijden geen auto’s, wel varanen die naast je het pad oversteken. Dag één snorkel je vanaf de steiger, dag twee loop je het kustpad via Monkey Beach naar Salang en neem je een watertaxi terug. Dag drie is de jungletrek van zeven kilometer van Tekek naar Juara, twee tot drie uur met driehonderd meter klimmen, en met een vierde dag ga je duiken of naar Coral Island.
Blijf een nacht in Juara: dan zie je de zon opkomen boven de Zuid-Chinese Zee met het hele strand voor jezelf. Neem contant geld mee vanaf het vasteland, want de enige pinautomaat staat in Tekek en die raakt weleens leeg. Zie de reisgids van Tioman.
Vervoer naar de volgende stop: met de ferry terug naar Mersing, de bus naar Johor Bahru of Kuala Lumpur, en van daar vlieg je rechtstreeks naar Kuching. Sarawak heeft een eigen immigratie, dus houd je paspoort in je handbagage.
Ons oordeel: het ruigste eiland van de oostkust, en de trek naar Juara is wat je ervan onthoudt
Borneo: orang-oetans, de berg en het water van Semporna
10. Kuching (3 tot 4 dagen)
De hoofdstad van Sarawak voelt als een groot dorp aan een bruine rivier, met overal kattenbeelden en een houten sampan die je voor €0,20 naar de overkant brengt. Dag één is voor Main Bazaar, Carpenter Street en de waterfront, dag twee ga je vroeg naar het voederplatform in Semenggoh voor de orang-oetans. Dag drie neem je bus 1 naar Kampung Bako en de boot naar Bako National Park, voor neusapen en wilde zwijnen op het strand. Met een vierde dag klim je Mount Santubong op of bezoek je de Sarawak Cultural Village.
Begin elke dag met een kom Sarawak laksa, want de beste is rond het middaguur op. Kwam er in Semenggoh niemand naar het platform, ga dan ‘s middags nog een keer: in de vruchtentijd blijven ze vaker weg. Zie de reisgids van Kuching.
Vervoer naar de volgende stop: je vliegt in ongeveer anderhalf uur naar Kota Kinabalu, met meerdere vluchten per dag.
Ons oordeel: drie dagen, en je blijft er waarschijnlijk een vierde
11. Kota Kinabalu (3 tot 4 dagen)
KK is je uitvalsbasis voor Sabah, met de mooiste zonsondergang van Borneo en daarna gegrilde vis op de nachtmarkt. Dag één loop je door de stad en neem je een Grab naar Signal Hill, dag twee vaar je vanaf Jesselton Point in een kwartier naar Sapi of Manukan om te snorkelen. Dag drie en vier zijn voor Mount Kinabalu, 4.095 meter: op dag drie loop je naar de berghutten van Panalaban op 3.272 meter, op dag vier vertrek je om twee uur ‘s nachts naar Low’s Peak voor de zonsopkomst.
Boek die klim als allereerste, nog voor je vlucht. Een gids is verplicht, de slaapplaatsen zitten maanden vooruit vol, en reken voor de vaste parkkosten al op ongeveer €200, voor een compleet pakket met vervoer vanaf ongeveer €550. Lukt het niet, rij dan naar Kundasang en kijk ‘s ochtends vanaf de groentevelden naar de top. Ben je er op zondag, loop dan de markt op Gaya Street over. Zie de reisgids van Kota Kinabalu.
Vervoer naar de volgende stop: de bus naar Sandakan vertrekt vanaf busstation Inanam, doet er zes tot acht uur over en stopt bij de afslag naar Sepilok. Hij rijdt via Ranau langs de ingang van Kinabalu Park, dus na de klim hoef je niet terug naar de stad. Sneller is vliegen naar Sandakan in een uur.
Ons oordeel: vier dagen met de berg, twee zonder, en boek de klim voordat je iets anders boekt
12. Sepilok (1 tot 2 dagen)
Om tien uur ‘s ochtends wordt het stil op het houten platform, en dan komt er langs een touw een oranje orang-oetan uit de boomtoppen naar beneden. Het opvangcentrum vangt al sinds 1964 orang-oetans op en leert ze opnieuw in het bos te leven. De voederingen zijn om 10:00 en 15:00, met hetzelfde kaartje van ongeveer €6. Steek in de middagpauze over naar de zonneberen, en ga met een tweede dag vroeg naar de loopbrug van het Rainforest Discovery Centre.
Slaap in Sepilok zelf en niet in Sandakan, dan sta je zonder haast bij de eerste voedering. Kom ‘s middags terug: het is rustiger, en wie ‘s ochtends wegbleef, komt soms alsnog. Zie de reisgids van Sepilok.
Vervoer naar de volgende stop: de lodges aan de Kinabatangan halen je op in Sepilok of Sandakan, ongeveer twee uur rijden, vaak met een stop bij de Gomantong-grotten.
Ons oordeel: één volle dag met beide voederingen, en een tweede voor de boomtoppen
13. Kinabatangan (2 tot 3 dagen)
Je slaapt in een lodge in Sukau of Bilit en betaalt een pakket met bed, maaltijden en cruises, vanaf ongeveer €110 voor twee dagen en een nacht in een slaapzaal. Rond vier uur ga je het water op als de neusapen hun slaapplek zoeken, om half zes de volgende ochtend weer, met mist op de rivier en neushoornvogels boven je hoofd. Langs de 560 kilometer lange rivier zitten de dieren dicht op elkaar, en met geluk zie je een kudde dwergolifanten oversteken.
Neem twee nachten. Met één nacht ben je na de lunch alweer weg, met twee krijg je er een ochtend en een avond bij, precies de momenten dat de olifanten naar het water komen. Zie de reisgids van de Kinabatangan.
Vervoer naar de volgende stop: de ochtendbus van Sandakan naar Semporna komt langs de afslag naar Sukau. Laat je lodge je daar afzetten en spreek met de busmaatschappij af dat ze stoppen. Lukt dat niet, dan rijd je via Lahad Datu.
Ons oordeel: het wildste stuk van je hele reis, en twee nachten maken het verschil
14. Semporna (3 tot 4 dagen)
Een havenstadje met een steiger waar elke ochtend de speedboten vertrekken naar een van de mooiste stukken water van de wereld. Dag één klim je op Bohey Dulang voor het uitzicht over de lagune en snorkel je bij de zandbanken van Mantabuan en Sibuan, dag twee duik of snorkel je rond Mabul en Kapalai. Met een vergunning duik je op dag drie de steilwand van Sipadan: er mogen maar ongeveer 250 mensen per dag heen, je hebt minimaal Advanced Open Water nodig en Sabah Parks sluit het eiland elk jaar in november.
Regel die vergunning voordat je iets anders regelt, via een paar duikshops tegelijk. Voor Mabul, Kapalai, Sipadan en een paar andere eilanden geeft het Nederlandse reisadvies kleurcode oranje, en tussen zes uur ‘s avonds en zes uur ‘s ochtends wordt er niet gevaren: lees het actuele advies en check wat je reisverzekering dekt voor je boekt. Meer daarover in duiken in Sipadan en Semporna en de reisgids van Semporna.
Vervoer naar huis of verder: in anderhalf uur rijd je naar het vliegveld van Tawau, met vluchten naar Kota Kinabalu en rechtstreeks naar Kuala Lumpur. Wacht na je laatste duik minstens een dag voordat je vliegt.
Ons oordeel: de afsluiter van je route, met een rustdag erachter voor je vlucht
Praktisch: vervoer, seizoenen, visum en budget
Zo reis je tussen de stops
Langs de westkust gaat het soepel: de ETS-trein rijdt in ongeveer vier uur van Kuala Lumpur naar Butterworth, met een kaartje vanaf ongeveer €13, en vandaar zet de veerboot je in een kwartier over naar George Town. Naar de heuvels en de oostkust ga je met de bus en de minivan, naar de eilanden met ferry of speedboot. Naar Borneo vlieg je, want er gaat geen boot. Binnenlandse vluchten met prijsvechters zijn goedkoop als je op tijd boekt, en in de steden bestel je een Grab. Alles over bussen, treinen en vluchten staat in vervoer in Maleisië.
De beste maanden per kust
Voor een rondreis langs beide kusten en Borneo zijn maart tot en met oktober het prettigst, en vanaf april zijn beide kusten helemaal open. Per deel ziet het er zo uit:
- Westkust (Penang, Langkawi): het droogst van december tot en met maart, het natst van september tot en met november. Kuala Lumpur is juist van juni tot en met augustus het droogst.
- Oostkust (Perhentian-eilanden, Tioman): open van ongeveer maart tot en met oktober, op hun best van april tot en met augustus. Van november tot en met februari zit hier de noordoostmoesson en liggen veel boten en accommodaties stil.
- Borneo: het droogst van maart tot en met september. In Kota Kinabalu zijn februari tot en met april de beste maanden, in Kuching juni tot en met september.
Juni, juli en augustus zijn op de Perhentians de drukste maanden, dan boek je je eerste nachten op Long Beach vooraf. Meer per maand in de beste reistijd voor Maleisië.
Visum, MDAC en uitreisticket
Met een Nederlands of Belgisch paspoort mag je 90 dagen visumvrij in Maleisië blijven. Je paspoort moet nog minimaal zes maanden geldig zijn en je moet een retour- of doorreisticket kunnen laten zien: zo kom je aan een uitreisticket zonder je route vast te leggen. Vul in de drie dagen voor aankomst de gratis Malaysia Digital Arrival Card (MDAC) in. Sabah en Sarawak hebben hun eigen immigratie, dus na je vlucht naar Kuching of Kota Kinabalu sta je opnieuw bij een balie en krijg je een eigen stempel. Bewaar al je stempels goed. Alles op een rij staat op onze visumpagina.
Wat kost deze route?
Reken gemiddeld op ongeveer €30 per dag. Op het schiereiland kom je met minder toe: een bed in een slaapzaal voor €7 of €8 en een bord bij de hawker voor €2. Borneo is duurder, omdat je daar voor de natuur een tour of riviertocht boekt: aan de Kinabatangan ligt het dagbudget rond de €60. Bier is overal prijzig door de accijns, behalve op Langkawi en Tioman. De grote uitschieters reken je apart: de klim op Mount Kinabalu, de duiken bij Semporna en de binnenlandse vluchten. Voor drie weken kom je op die €30 per dag rond de €630, exclusief die extra’s. De hele rekensom staat in wat kost backpacken in Maleisië.
Heb je tijd over?
Dan zijn dit de extra’s die er zo bij passen. Vanuit Kuching vlieg je in ruim anderhalf uur naar Gunung Mulu National Park, met enorme grotten en bij zonsondergang miljoenen vleermuizen; plan er minstens twee nachten voor, want het weer gooit weleens een vlucht om. Vanuit Kuala Lumpur ga je een avond naar Kuala Selangor, waar de vuurvliegjes in de mangroven oplichten. Wil je je duikbrevet halen, dan kan dat op Tioman (vier dagen, vanaf ongeveer €200) of op de Perhentians (drie tot vier dagen, vanaf ongeveer €290). En wie het langzaam wil doen, neemt de oude junglelijn van Gemas naar Tumpat, met trage treinen dwars door het oerwoud.
Twijfel je tussen de eilanden, lees dan Perhentian, Tioman of Langkawi, en voor de keuze op Borneo Sabah of Sarawak.
Westkust, oostkust of Borneo eerst: hoe reis je mee met de twee moessons?
Dat hangt af van de maand waarin je vertrekt. De route hierboven is gemaakt voor een vertrek rond maart: dan pak je de westkust aan het eind van zijn droge tijd, zijn de Perhentians en Tioman in april open en kalm, en is Borneo daarna nog maanden droog. Vertrek je in juni, juli of augustus, dan werkt dezelfde volgorde ook. De westkust heeft dan vaker een middagbui, maar de hawkers gaan gewoon door en Kuala Lumpur zit juist in zijn droogste maanden.
Ga je in onze winter, tussen december en februari, draai het dan om. Houd je aan de westkust, met Penang en Langkawi op hun droogst, en bewaar de eilanden van de oostkust voor een volgende keer. Borneo kan dan ook, maar het is er natter: de voederingen in Sepilok gaan gewoon door onder het overdekte platform, terwijl de Kinabatangan kan overstromen en de boot naar Bako soms uitvalt. Houd daar een dag speling.
Ons advies: vertrek in maart of april, begin in Kuala Lumpur en eindig in Semporna. Dan reis je de hele route met de droge tijd mee, en is het laatste wat je ziet een lagune in tien tinten blauw.

















