Ipoh ligt precies tussen Kuala Lumpur en Penang, twee uur met de trein vanaf KL, en is de stad waar Maleisiërs in het weekend speciaal heen rijden om te eten. Op de lijstjes van backpackers staat het vaak als tussenstop. Wie er een nacht blijft, snapt al bij het ontbijt waarom dat zonde is.
De stad is groot geworden van het tin, en dat geld zie je nog terug in de oude stad: koloniale winkelpanden, marmeren koffiehuizen en een treinstation zo wit en zo statig dat de locals het de Taj Mahal van Ipoh noemen. Ertussen hangen de muurschilderingen van Ernest Zacharevic, dezelfde kunstenaar die de muren van Penang beroemd maakte.
Een dag in Ipoh begint vroeg en draait om eten. Om zeven uur zit je aan Jalan Bandar Timah met een witte koffie en een eiertaartje, ‘s middags eet je taugé-kip aan een plastic tafel op straat, en tegen het eind van de middag sta je in een grot vol Boeddha’s terwijl het buiten ruim dertig graden is. ’s Avonds steek je de rivier over naar de nieuwe stad voor de rest van het menu.
Het is ook een van de goedkopere stops op de route. Met ongeveer €20 per dag kom je hier ruim rond, een bed in een slaapzaal kost rond de €8 en een bord eten een euro of twee. Wat je wel moet weten: de bekendste koffiehuizen zijn in het weekend vol met dagjesmensen uit KL en Penang, dus kom doordeweeks of zet je wekker.
Waar staat Ipoh om bekend?
Ipoh staat bekend om drie dingen: witte koffie, de oude stad met zijn streetart en de tempels die diep in de kalkrotsen rond de stad zijn gebouwd.
De witte koffie is hier uitgevonden en wordt nog steeds op dezelfde manier gemaakt. De bonen worden in palmolie gebrand en daarna opgeklopt met gecondenseerde melk, tot er een romig laagje schuim op ligt. Sin Yoon Loong schenkt hem sinds 1937, Nam Heong zit aan dezelfde straat, en een kop kost je vanaf ongeveer €0,60.
De oude stad is het tweede visitekaartje. In 2014 schilderde Ernest Zacharevic hier een reeks muurschilderingen, waaronder een oude man met een kop koffie en een meisje met een papieren vliegtuigje. Inmiddels zijn er veel meer bijgekomen, en middenin ligt Concubine Lane, een smal steegje vol lampionnen en winkeltjes.
En dan de kalkrotsen. Rond Ipoh steken groene wanden recht uit het vlakke land omhoog, en daarin bouwden monniken tempels als Sam Poh Tong, Kek Lok Tong en Perak Tong. Daarbij komt het eten: Ipoh geldt als een van de beste foodsteden van Maleisië, met taugé-kip als bekendste gerecht.
Hoeveel dagen heb je nodig in Ipoh?
Voor Ipoh raden we 2 dagen aan. Dan heb je een dag voor de oude stad en het eten, en een dag voor de grottempels en de kalkrotsen.
1 dag: goed te doen als je haast hebt, en dan kies je voor de oude stad. Koffie, streetart, Concubine Lane en een lunch met taugé-kip. Ben je voor vier uur bij de grotten, dan pak je er nog één mee.
2 dagen: wat ons betreft precies goed. De tweede dag neem je een Grab langs de grottempels en eindig je laat in de middag bij het meer van Gunung Lang of bij Kellie’s Castle.
3 dagen of meer: fijn als je echt komt om te eten. Je hebt dan tijd om meerdere ochtenden een ander koffiehuis te proberen en om ‘s avonds rustig de nachtmarkt af te lopen.
Een dagtrip vanuit Kuala Lumpur kan, met de trein van ongeveer twee uur. Maar omdat Ipoh precies op de route naar de Cameron Highlands en Penang ligt, is een nacht blijven slimmer: dan zit je de volgende ochtend om zeven uur aan de koffie.
Wat is de beste plek om te verblijven in Ipoh?
Ipoh wordt door de Kinta-rivier in tweeën gedeeld, en voor backpackers is de keuze snel gemaakt.
De oude stad: voor backpackers Aan de westkant van de rivier staan de koloniale panden, de koffiehuizen en de muurschilderingen, en daar zitten ook de meeste hostels. Het treinstation ligt op loopafstand, dus je kunt met je rugzak zo naar je bed lopen. ’s Avonds is het hier rustig.
De nieuwe stad: om te eten Aan de overkant van de rivier zitten goede eettentjes en een paar beroemde adressen. Je loopt er via een van de bruggen in een paar minuten naartoe, dus je hoeft er niet te slapen om er ‘s avonds te eten.
Ga je met de bus verder? Slaap toch in de oude stad De langeafstandsbussen vertrekken van de Amanjaya-terminal, een stuk ten noorden van het centrum. Daar hoef je je bed niet op af te stemmen: je blijft gewoon in de oude stad en neemt op de ochtend van vertrek een Grab naar je bus.
Welke plek raden wij backpackers aan?
Wie in Ipoh slaapt, slaapt in de oude stad. Alles waarvoor je komt ligt op loopafstand, en je bent ‘s ochtends als eerste bij de koffie.
Op onze bestemmingspagina noemen we drie hostels die er uitspringen. Dé Cafe & Rest House is een capsulehostel met een café en een van de best beoordeelde adressen van de stad: ze organiseren een foodtour over de nachtmarkt, een spelletjesavond en een filmavond, en om tien uur is het stil. The Brownstone Hostel & Space is een verbouwd stadshuis met een lichte binnenplaats en een daktuin, fijn voor stellen en wie van design houdt. Miner’s House Ipoh aan Jalan Raja Musa Aziz is klein en brandschoon, met een gratis ontbijt.
Een bed in een slaapzaal kost in Ipoh rond de €8. Kies dus vooral op sfeer: sociaal en uitgerust bij Dé Cafe, ruimte en design bij The Brownstone, rust en ontbijt bij Miner’s House.
Wat kun je doen in Ipoh?
Meer dan je van een tussenstop verwacht: witte koffie in de koffiehuizen waar hij vandaan komt, een ochtend streetart, drie grottempels op één middag en een bootje over een meer tussen de kalkwanden.
Welke plekken je echt moet zien en in welke volgorde, lees je in de highlights van Ipoh.
Hoe kom je in Ipoh?
De makkelijkste manier is de ETS-trein vanaf KL Sentral in Kuala Lumpur. Die doet er ongeveer twee tot tweeënhalf uur over en kost vanaf ongeveer €5. In het weekend en in vakanties zit hij vol, dus boek dan een paar dagen vooruit. Vanuit Melaka rijdt een rechtstreekse bus in ongeveer vijf uur, of je stapt in Kuala Lumpur over op de trein.
In de stad loop je. De hele oude stad en het treinstation doe je te voet, en voor de grottempels, Gunung Lang en Kellie’s Castle neem je Grab. Een rit naar de grotten duurt een kwartier en kost ongeveer €2. Neem wel contant geld mee, want in de koffiehuizen en bij de stalletjes betaal je cash.
Verder de route op heb je twee kanten. De bus naar de Cameron Highlands vertrekt van de Amanjaya-terminal en rijdt in twee tot tweeënhalf uur de berg op naar Tanah Rata. Er gaan een paar bussen per dag, vooral in de ochtend en vroege middag. Wil je meteen naar de kust, neem dan de trein in ongeveer anderhalf uur naar Butterworth en daar de veerboot naar Penang.
Is Ipoh een bezoek waard?
Wat ons betreft zeker, en het is misschien wel de meest onderschatte stop op de route. Ipoh is rustiger en goedkoper dan Kuala Lumpur, en je eet er misschien wel het lekkerst van heel Maleisië.
Verwacht geen stad van grote monumenten of een bruisend uitgaansleven. De kracht van Ipoh zit in kleine dingen: een marmeren tafeltje in een koffiehuis van generaties oud, een steegje met lampionnen, een grot waar het in de middaghitte heerlijk koel is.
Een paar dingen maken je verblijf makkelijker. Bedek je schouders en knieën in de grottempels, laat je eten in je tas bij de grotten omdat er apen zitten, en trek schoenen aan voor de steile trap van Perak Tong. Bij Gunung Lang vaart het laatste bootje rond vijf uur terug, dus plan dat niet te krap.
Het droogst is het in januari en februari. Van september tot en met december valt bijna dagelijks een bui, met oktober als natste maand, maar dan zit je gewoon een uurtje in een koffiehuis en loop je daarna verder.
Ons advies: blijf minstens één nacht, en ga de volgende ochtend om zeven uur aan Jalan Bandar Timah zitten met een koude witte koffie. Loop daarna door de oude stad terwijl de rolluiken omhooggaan en de muurschilderingen nog in de schaduw staan. Dat uur is van de locals, en het is het beste van Ipoh.




