Taman Negara, Maleisië

Taman Negara: alles wat je moet weten voor je bezoek

Reisgids 9 min lezen
Taman Negara: alles wat je moet weten voor je bezoek

Taman Negara is het grootste nationale park van het schiereiland, een regenwoud van zo’n 130 miljoen jaar oud midden in het binnenland van Maleisië. Je slaapt in Kuala Tahan, een dorpje aan de Tembeling, en het park zelf begint letterlijk aan de overkant van de rivier. Een bootje van een paar dubbeltjes en je staat in het oerwoud.

Na de drukte van Kuala Lumpur of de theeheuvels van de Cameron Highlands is dit een ander soort reizen. Hier zijn geen bars, geen winkelstraten en geen nachtleven. Wat je wel krijgt: een loopbrug door de boomtoppen, een heuvel met uitzicht over een groene deken die nergens ophoudt, en ‘s nachts een bos dat begint te kraken, te zoemen en te tjirpen zodra het donker wordt.

Een dag hier heeft een vast ritme. Je staat vroeg bij het overzetbootje, loopt het park in voordat de hitte komt en de groepen arriveren, en zit aan het eind van de middag met een vruchtensap op een ponton boven het water. ’s Avonds ga je met een gids en een zaklamp nog één keer terug het bos in.

De mooiste manier om aan te komen is over de rivier: een smalle houten boot die je in een uur of drie vanaf Kuala Tembeling stroomopwaarts brengt. Als backpacker kom je hier rond met ongeveer €28 per dag, en het grootste deel daarvan gaat naar je bed en je eten. Het park zelf kost bijna niets.

Waar staat Taman Negara om bekend?

Taman Negara staat bekend om één ding: oud, dicht, echt oerwoud. Een van de oudste regenwouden ter wereld, en je loopt er vanaf je guesthouse zo in.

Het bekendste stuk is de canopy walkway. Dat is een loopbrug van touw en smalle planken van 530 meter lang, die tot zo’n 40 meter boven de grond tussen de boomtoppen hangt. Er mogen maximaal vier mensen tegelijk op een overspanning, dus het voelt nooit als een rij. De entree is ongeveer €1, en de walkway is op vrijdag en bij noodweer dicht.

Vlak achter het hoofdkwartier ligt Bukit Teresek, een heuvel van 334 meter. De klim is kort en steil, en boven kijk je uit over een oerwoud dat tot de horizon doorloopt. Daarvoor betaal je niets extra, alleen je parkvergunning.

Dan de rivier. De Tembeling is je weg naar binnen, je eetzaal en je uitzicht tegelijk. De drijvende restaurants op pontons langs de oever zijn het hart van Kuala Tahan, en de rivierboot vanaf Kuala Tembeling is voor veel reizigers het moment dat ze van Taman Negara gaan houden.

En dan is er de nacht. Met een gids en een zaklamp zie je spinnen, schorpioenen, stokinsecten en paddenstoelen die licht geven in het donker. Met wat geluk loopt er een muskushert over het pad.

Hoeveel dagen heb je nodig in Taman Negara?

Voor Taman Negara raden we 2 tot 3 dagen aan. Meer hoeft niet, minder is jammer van de lange reis ernaartoe.

2 dagen: genoeg voor de hoogtepunten. Dag één kom je aan met de boot, haal je je parkvergunning en ga je ‘s avonds op nachtwandeling. Dag twee loop je vroeg de canopy walkway op en klim je daarna Bukit Teresek op, die aan dezelfde route ligt.

3 dagen: wat ons betreft de ideale lengte. Je houdt een dag over voor een boottocht naar de zwempoelen van Lata Berkoh of een bezoek aan een dorp van de Batek, en je hebt een ochtend zonder haast op de rivier.

4 dagen of meer: voor wie dieper het bos in wil. De langere tochten en meerdaagse trektochten doe je met een gids, en die regel je ter plekke bij een tourbureau in het dorp.

Kom je in december of januari, plan dan een dag speling in. In de moesson kan de rivier flink stijgen en gaat de walkway bij noodweer dicht.

Wat is de beste plek om te verblijven in Taman Negara?

Dat is snel beantwoord: in Kuala Tahan. Het is het enige dorp aan de rand van het park waar je als backpacker wilt slapen, en het is klein genoeg om in tien minuten door te lopen.

Het dorp aan de rivier: voor backpackers Een paar straten met guesthouses, eettentjes en tourbureaus, en langs de oever de rij drijvende restaurants. Het overzetbootje naar het hoofdkwartier van het park ligt om de hoek, net als de busjes en boten waarmee je weer vertrekt.

De rand van het dorp: voor rust en groen Een paar adressen liggen iets buiten het centrum, tegen de heuvel of aan de bosrand. Je loopt wat verder naar de steiger, soms met een stukje klimmen, maar je hebt het bos direct achter je kamer, met kans op neushoornvogels in de bomen.

Jerantut: het knooppunt Jerantut is het stadje waar het vervoer naar Taman Negara samenkomt, op een uur of drie van Kuala Lumpur. Er zijn verblijven, maar het is een overstapplek. Voor het park wil je aan de Tembeling zitten.

Welke plek raden wij backpackers aan?

Slaap in het centrum van Kuala Tahan, dicht bij de steiger. Je wilt ‘s ochtends vroeg zonder omweg bij het overzetbootje staan, en ‘s avonds in een paar minuten op een ponton zitten.

Echte slaapzalen zijn hier schaars. Mahseer Hostel is er een van: gemengde slaapzalen en slaapzalen voor alleen mannen of alleen vrouwen, met airco, op het terrein van Mahseer Chalet tussen rode houten huisjes. Ontbijt zit er niet bij, dus je eet in het dorp. Tekoma Resort Taman Negara heeft houten chalets op palen, een zwembad, ontbijt bij de prijs en ook slaapzalen.

Wil je meer comfort, dan heeft Xcape Resort Taman Negara met tachtig kamers airco en een klein zwembad, vanaf ongeveer €35 per nacht. D View Hill Hotel ligt tegen de heuvel aan de rand van het dorp, met eenvoudige kamers en houten huisjes vanaf ongeveer €22 en uitzicht op het bos.

Goed om te weten: de meeste guesthouses in Kuala Tahan, waaronder het populaire Agosto Taman Negara Hostel, boek je via hun eigen kanalen of gewoon bij aankomst. Buiten de drukke maanden lukt dat bijna altijd.

Xcape Resort Taman Negara

7,3 Erg goed · 38 reviews

Bekijk & boekvia Trip.com

Wat kun je doen in Taman Negara?

Je dagen hier gaan naar het bos en de rivier: de canopy walkway, de klim naar Bukit Teresek, een nachtwandeling met een gids, de zwempoelen van Lata Berkoh en een bezoek aan een dorp van de Batek. Het meeste doe je op eigen houtje, voor de nacht en de lange tochten neem je een gids.

Welke vijf wij als eerste zouden doen staat in de highlights van Taman Negara.

Hoe kom je in Taman Negara?

Taman Negara ligt midden op het schiereiland, en het knooppunt is Jerantut. Het laatste stuk naar Kuala Tahan leg je af over de weg of over de rivier.

Het makkelijkst is een doorgaand busje van een tourbureau vanuit Kuala Lumpur. Die rijden dagelijks, met of zonder het laatste stuk per boot, en doen er ongeveer vijf uur over. Reis je liever op eigen houtje, neem dan de bus of de trein naar Jerantut, ongeveer drie uur. Vandaar kan een lokale bus je in een uur tot anderhalf uur naar Kuala Tahan brengen, als hij rijdt: vraag dat op het busstation. Of je neemt een taxi naar de steiger van Kuala Tembeling voor de rivierboot.

Die rivierboot kost ongeveer €7, vertrekt meestal ‘s ochtends en aan het begin van de middag, en doet er een uur of drie over. Neem zonnebrand en een regenjas mee, want de boot is open.

Verder de route op ga je met een minivan naar de Perhentian-eilanden, via Kuala Besut en ongeveer acht uur onderweg. Naar Tioman is er geen rechtstreekse verbinding: je reist via Jerantut naar Mersing voor de ferry, en dat wordt een lange reisdag. Terug naar Kuala Lumpur of door naar de Cameron Highlands gaat ook via Jerantut.

In het park zelf loop je. Het overzetbootje naar het hoofdkwartier kost een paar dubbeltjes, en voor Lata Berkoh en de dorpen huur je een boot.

Is Taman Negara een bezoek waard?

Wat ons betreft wel. Op een route langs steden, theeheuvels en eilanden is dit de plek waar je Maleisië van binnen ziet: oerwoud tot de horizon, een bruine rivier en een dorp dat vroeg opstaat en vroeg slaapt.

Weet wel wat je krijgt. Er zijn geen bars en een blikje bier uit een winkeltje is een stuk duurder dan in de stad. Zie het als een paar gezonde dagen. Neem genoeg contant geld mee uit Kuala Lumpur of Jerantut.

De risico’s zitten in het bos zelf. Neem op elke wandeling twee liter water per persoon mee, blijf zonder gids op de gemarkeerde paden en begin laat in de middag niet meer aan een lange tocht, want het wordt hier snel donker. Bloedzuigers horen erbij, zeker na regen. Ze zijn onschuldig: met bloedzuigersokken of je broekspijpen in je sokken houd je de meeste buiten, en een die toch aan je hangt trek je niet los. Wacht tot hij loslaat of gebruik zout.

Bezoek je een Batek-dorp, bedenk dan dat je bij mensen thuis bent. Vraag voor elke foto toestemming en koop liever iets van wat ze maken.

De beste maanden zijn maart tot en met september. In oktober en november is het rustig in het dorp en groen in het bos, met wat meer bloedzuigers op de paden.

Ons advies: kom met de bus en vertrek met de rivierboot, of andersom. Dan zie je het binnenland vanaf de weg en het oerwoud vanaf het water. En sta op je tweede ochtend om zeven uur bij het overzetbootje: dan heb je de walkway bijna voor jezelf en hoor je het bos wakker worden.

Waar dit bij hoort