Kuching, Maleisië

Kuching: alles wat je moet weten voor je bezoek

Reisgids 8 min lezen
Kuching: alles wat je moet weten voor je bezoek

Kuching is de hoofdstad van Sarawak, op Borneo, en voelt eerder als een groot dorp aan een bruine rivier dan als een stad. Langs de waterfront staan koloniale gebouwen en oude Chinese winkelhuizen, op de rotondes staan beelden van katten, en een houten sampan zet je voor ongeveer twintig cent over naar de overkant.

De naam zegt het al: kucing is Maleis voor kat. De stad neemt dat serieus genoeg om er beelden en zelfs een museum aan te wijden, en tegelijk luchtig genoeg om er zelf om te lachen. Dat is Kuching in het klein. Niemand heeft hier haast, en na een paar dagen jij ook niet meer.

Het grote werk ligt net buiten de stad. In Semenggoh komen ‘s ochtends orang-oetans uit de boomtoppen naar het voederplatform, en in Bako National Park hangen neusapen in de mangroven en scharrelen wilde zwijnen over het strand. Allebei doe je met een stadsbus of een Grab, en ‘s middags zit je weer in de stad.

Van het schiereiland kom je hier alleen met het vliegtuig, en Kuching is voor veel backpackers de eerste stop op Borneo. Reken op ongeveer €22 per dag, een bed in een slaapzaal vanaf zo’n €6 en een kom noedels voor anderhalve euro. Daarmee ben je hier goed uit.

Waar staat Kuching om bekend?

Kuching staat bekend om drie dingen: wilde dieren om de hoek, een relaxte oude stad aan de rivier en eten waar mensen speciaal voor komen.

De dieren eerst. In het Semenggoh Wildlife Centre leven half-wilde orang-oetans vrij in het bos. Twee keer per dag ligt er fruit klaar op het voederplatform, rond negen uur en rond drie uur, en wie zin heeft komt eten. De entree is ongeveer €2. Bako National Park, het oudste nationale park van Sarawak, is het andere uitje: regenwoud, mangroven, zandstenen kliffen en neusapen in de bomen rond het hoofdkwartier.

Dan de stad zelf. De waterfront langs de Sarawak-rivier is het hart, met aan de overkant het gouden parlementsgebouw en ‘s avonds de verlichte Darul Hana-brug. In de straten erachter staan tempels, oude winkelhuizen en overal die katten.

En het eten. Kuching ontbijt met Sarawak laksa, een romige, kruidige soep met garnalen, kip en vermicelli, en luncht met kolo mee, droge noedels met geroosterd varkensvlees. Je eet het in een kopitiam: een oud koffiehuis waar elk kraampje één ding maakt en jij aan een gedeelde tafel aanschuift.

Kuching is ook de toegang tot de rest van Sarawak. Vanaf hier vlieg je naar Gunung Mulu, en de cultuur van de Dayak-volken, met hun langhuizen, kom je in en rond de stad van dichtbij tegen.

Hoeveel dagen heb je nodig in Kuching?

Voor Kuching raden we 3 tot 4 dagen aan. De stad zelf heb je snel gezien, maar de parken eromheen vragen elk een eigen dag.

3 dagen: precies genoeg voor de basis. Een dag voor de oude stad, de kattenbeelden en een sampan aan het eind van de middag, een ochtend in Semenggoh bij de orang-oetans, en een hele dag in Bako.

4 dagen: wat ons betreft de beste keuze. Je houdt een ochtend over voor de klim op Mount Santubong of een bezoek aan de Sarawak Cultural Village, en je hoeft Bako niet in een gehaaste dag te proppen.

5 dagen of meer: als je in Bako een nacht wilt blijven of naar Mulu wilt vliegen. Voor Mulu trek je minstens twee nachten uit, want het weer gooit weleens een vlucht om.

Kom je in het natte seizoen, plan Semenggoh dan op een dag waarop je terug kunt komen. Hangt er genoeg fruit in het bos, dan komen de orang-oetans minder vaak naar het platform.

Wat is de beste plek om te verblijven in Kuching?

Slaap in het oude centrum, in de driehoek tussen de waterfront, Carpenter Street en Padungan Road. Daar zitten de meeste hostels, liggen de kopitiams voor je ontbijt en loop je zo naar de bushalte voor Bako en Semenggoh.

Carpenter Street en Main Bazaar: midden in de oude stad Hier sta je tussen de oude Chinese winkelhuizen en de tempels, op een paar minuten van de waterfront en de sampans. Wie het oude Kuching om zich heen wil hebben, slaapt hier.

Padungan Road: koffie en wat meer ruimte Iets verder van de rivier, tussen de winkelhuizen, de koffietentjes en de kattenbeelden. Je loopt tien tot vijftien minuten naar de waterfront, en ‘s avonds zit je in de barretjes en cafés aan deze kant van het centrum.

Een nacht in Bako: voor de neusapen in het avondlicht Geen wijk, wel een optie. In het park zelf kun je overnachten, en dan zie je de neusapen aan het eind van de middag als de dagbezoekers al weg zijn. Check vooraf bij Sarawak Forestry of er plek is.

Welke plek raden wij backpackers aan?

Voor je eerste keer in Kuching zou je het hele verblijf in het oude centrum doen. Alles ligt op loopafstand en het is hier ook ‘s avonds gezellig en veilig.

Wij zetten er drie bovenaan. Marco Polo aan Padungan Road is al jaren de vaste waarde: slaapzalen en privékamers, muren vol Borneose schilderingen en eigenaren die je helpen met Bako, Semenggoh of een longhouse. Ideaal als je solo reist of hulp wilt bij het plannen.

The Wheelhouse zit in een gerestaureerd winkelhuis uit de negentiende eeuw aan Carpenter Street, op twee minuten van de waterfront. Je slaapt in een capsule met gordijn, lampje en stopcontact, in een van de oudste straten van de stad. Check In Lodge, ook aan Padungan Road, is modern en rustig, met een dakterras, een klein binnenbadje en ontbijt dat je zelf pakt. Daar zijn het vooral privékamers, plus één slaapzaal.

Marco Polo

9,5 Fantastisch · 410 reviews

Bekijk & boekvia Hostelworld

Wat kun je doen in Kuching?

Je dagen in Kuching verdeel je tussen de stad en de natuur eromheen: orang-oetans in Semenggoh, neusapen in Bako, de waterfront met de sampans, de kattenstad, Mount Santubong en de Sarawak Cultural Village. Bijna alles bereik je met een stadsbus of een Grab.

Welke vijf wij het eerst zouden doen staat in de highlights van Kuching.

Hoe kom je in Kuching?

Vanaf het schiereiland kom je in Kuching alleen per vliegtuig. Vanaf Kuala Lumpur vlieg je in ongeveer twee uur, en ook vanaf Johor Bahru gaan er rechtstreekse vluchten, handig als je van Tioman komt. De vluchten zijn kort en vaak goedkoop.

Houd je paspoort bij de hand. Sarawak heeft een eigen immigratie, dus ook als je vanaf het schiereiland komt ga je door de paspoortcontrole en krijg je een nieuw stempel. Neem hem ook mee op elke vlucht binnen Borneo.

In de stad loop je. Het oude centrum is klein, en voor de sampan over de rivier betaal je ongeveer twintig cent, gepast bij het uitstappen. Naar Semenggoh neem je de stadsbus of een Grab, en naar Bako rijdt bus 1 in ongeveer drie kwartier naar Kampung Bako, waar de boot naar het park vertrekt. Een Grab-ritje binnen de stad kost ongeveer twee euro.

Verder de route op vlieg je naar Kota Kinabalu in Sabah, in ongeveer anderhalf uur en met meerdere vluchten per dag. Mulu bereik je alleen per vliegtuig, in ruim anderhalf uur.

Over land rijden er vanuit Kuching bussen naar Pontianak in Indonesië. Naar Kota Kinabalu is het over land een lange reis door Brunei, dus daar vliegen bijna alle backpackers.

Is Kuching een bezoek waard?

Absoluut. Kuching is de zachtste landing die je op Borneo kunt maken: een stad die je in een middag snapt, met orang-oetans en neusapen op een busrit afstand en een ontbijt waar je de rest van je reis aan terugdenkt.

Verwacht geen wilde avonden. Er zijn barretjes en cafés, maar het ritme van de stad is rustig, en bier is in heel Maleisië relatief duur. Je komt hier voor de natuur, het eten en het tempo.

In de parken gelden de regels van het bos. Registreer je bezoek aan Bako vooraf online bij Sarawak Forestry, laat daar geen eten open liggen want de makaken pakken alles mee, en ga nooit tussen een zwijnenmoeder en haar biggen in staan. In Semenggoh luister je naar de rangers en houd je afstand: een orang-oetan voer je niet en raak je niet aan. En mis de laatste boot uit Bako niet als je daar geen bed hebt.

De beste maanden zijn juni tot en met september, als het het droogst is en de zee naar Bako kalm. Van december tot en met februari is het moesson, met de meeste regen en een ruwe zee, en kan de boot naar Bako uitvallen. Daar staan wel lage prijzen tegenover.

Ons advies: ga op je eerste ochtend naar Semenggoh, niet op je laatste. Zie je geen orang-oetan, dan kom je ‘s middags of een dag later gewoon terug, en die kans wil je hebben.

Waar dit bij hoort