Het Maleisische deel van Borneo bestaat uit twee staten, en ze liggen verder uit elkaar dan je op de kaart zou denken. In het westen ligt Sarawak, met Kuching als hoofdstad aan een trage bruine rivier. In het noordoosten ligt Sabah, met Kota Kinabalu, de hoogste berg van Borneo en een oostkust waar orang-oetans, neusapen en schildpadden op je wachten. Tussen de twee steden zit anderhalf uur vliegen.
Wie zijn eerste Borneoreis plant, ziet vooral wat ze gemeen hebben: regenwoud, orang-oetans en een vlucht vanaf Kuala Lumpur. Toch reis je er op een heel andere manier. In Sarawak doe je bijna alles vanuit één stad, met de stadsbus en een bootje. In Sabah trek je van stop naar stop, en elke stop is een eigen avontuur: een berg, een rivier, een eiland.
Hieronder lees je wat elke staat je geeft, wat het kost, hoe de vlucht en de paspoortcontrole werken en hoeveel dagen je voor welke combinatie nodig hebt. Wat je op elke plek precies doet, staat in de highlights per stop, en daar linken we steeds naar door.
Sarawak: alles vanuit Kuching
Kuching is de zachte landing op Borneo. Je slaapt in het oude centrum tussen Chinese winkelhuizen en kattenbeelden, je ontbijt met een kom Sarawak laksa, en een half uur later sta je in Semenggoh bij het voederplatform. Daar leven half-wilde orang-oetans vrij in het bos. Rond negen uur en rond drie uur ligt er fruit klaar, en wie honger heeft komt eten. De entree is ongeveer twee euro.
Bako National Park is je tweede dag. Je neemt bus 1 naar Kampung Bako en vaart daarna nog twintig tot dertig minuten, en dan loop je tussen de neusapen rond het hoofdkwartier en de bebaarde zwijnen op het strand. Registreer je bezoek vooraf online bij Sarawak Forestry. Daarmee heb je zo ongeveer alles gehad wat je vooruit moet regelen: voor de rest van Kuching volstaan een stadsbus, een Grab en wat ringgits op zak.
Daarna wordt Sarawak breder dan de stad. In de Sarawak Cultural Village bij Santubong loop je een traditioneel langhuis binnen en zie je de dansen en ambachten van de Dayak-volken, en heb je nog twee nachten, dan vlieg je in ruim anderhalf uur naar Gunung Mulu National Park. Een weg is er niet. Daar wachten enorme grotten, en bij zonsondergang kringelen er miljoenen vleermuizen de lucht in.
Alles op een rij staat in de highlights van Kuching.
Ons oordeel: kies Sarawak als je Borneo rustig wilt beginnen, met een stad als thuisbasis en de dieren op een busrit afstand
Sabah: de berg, de rivier en het rif
Sabah is groter in alles. In Kota Kinabalu zakt de zon elke avond achter de eilanden in zee, en na een korte boottocht vanaf Jesselton Point snorkel je vanaf het strand van Sapi of Manukan. Op twee uur rijden staat Mount Kinabalu, 4.095 meter hoog, die je in twee dagen beklimt met een nacht in de berghutten van Panalaban. Wil je naar boven, boek dat dan als allereerste: de slaapplaatsen op de berg zitten maanden vooruit vol.
De oostkust is het dierenhart van Borneo. In Sepilok zie je om tien uur en om drie uur orang-oetans naar het voerplatform komen, met de zonneberen aan de overkant van het pad. Twee uur verderop vaar je bij zonsondergang over de Kinabatangan, waar de neusapen hun slaapplek zoeken en met geluk een kudde dwergolifanten aan de oever staat. En helemaal in het zuidoosten ligt Semporna, de haven voor Sipadan, waar maar ongeveer 250 duikers per dag het water in mogen.
Voor een aantal eilanden voor de kust van Sabah, waaronder Mabul, Kapalai en Sipadan, geeft het Nederlandse reisadvies kleurcode oranje. Voor Semporna zelf geldt geel. Lees het actuele advies en de voorwaarden van je reisverzekering voordat je daar duiken boekt, dan weet je precies waar je staat.
Per stop lees je meer in de highlights van Kota Kinabalu, Sepilok, de Kinabatangan en Semporna.
Ons oordeel: kies Sabah als de grote dieren, de top van Borneo of het beroemdste duikwater van Maleisië op je lijst staan
Orang-oetans en neusapen zie je aan allebei de kanten
Dit is de vraag die het vaakst de doorslag geeft, en het goede nieuws is dat je hem niet hoeft te beantwoorden. Beide staten hebben een voederplatform, en ze voelen anders.
Semenggoh is het bos zelf: de orang-oetans leven er vrij, en een platform op een half uur van je hostel maakt het tot de makkelijkste ontmoeting van Borneo. Sepilok is een opvangcentrum dat sinds 1964 orang-oetans leert overleven in het bos, met een kraamkamer waar je door een raam de jongste dieren ziet oefenen met klimmen. En op de Kinabatangan zie je ze helemaal in het wild, vanaf de boot, als je geluk hebt.
Op geen van die plekken is een orang-oetan gegarandeerd. Hangt er veel fruit in het bos, dan blijven ze vaker weg, want dan zorgt het bos zelf voor ze. Ga daarom twee keer: Semenggoh en Sepilok hebben allebei een tweede voedering in de middag, en in Sepilok is je kaartje de hele dag geldig. Blijf stil op het platform, flits niet, raak niets aan en voer niets. En ben je verkouden, sla dan een voedering over: orang-oetans kunnen het van je krijgen.
Voor neusapen werkt het net zo. In Bako zitten ze rond het hoofdkwartier van het park, en wie ze aan het eind van de middag wil zien blijft een nacht. Op de Kinabatangan zie je ze bij de zonsondergangcruise bijna altijd, in hele groepen langs de oever.
Wat het kost
Sarawak is de goedkoopste van de twee. In Kuching kom je met ongeveer €22 per dag rond, met een bed voor €6 en een maaltijd voor €1,50, en Semenggoh en Bako kosten weinig. Alleen de boot naar Bako tikt aan, ongeveer €40 retour voor een boot met vijf mensen, dus deel hem met andere backpackers.
In Sabah loopt het dagbudget op naarmate je verder naar het oosten gaat. Kota Kinabalu zit rond de €25 per dag, Sepilok en Semporna rond de €30. Aan de Kinabatangan betaal je een pakket met bed, maaltijden en cruises, vanaf ongeveer €110 voor twee dagen en een nacht in een slaapzaal, en dat komt neer op ongeveer €60 per dag.
Dan zijn er de twee grote uitgaven van Sabah. Voor Mount Kinabalu ben je aan vaste parkkosten al ongeveer €200 kwijt, en een compleet pakket begint rond de €550. Op Sipadan kost de vergunning alleen ongeveer €70, en een complete duikdag vaak €250 of meer. Wat de rest van Maleisië kost, staat in wat kost backpacken in Maleisië.
De vlucht en je paspoort
Naar Borneo vlieg je, want er vaart geen boot. Vanuit Kuala Lumpur ben je in ongeveer twee uur in Kuching en in zo’n tweeënhalf uur in Kota Kinabalu, en naar Kuching vlieg je ook rechtstreeks vanuit Johor Bahru. Met prijsvechters zijn die vluchten goedkoop zolang je op tijd boekt.
Wat veel reizigers verrast: Sabah en Sarawak hebben hun eigen immigratie. Ook na een binnenlandse vlucht vanaf het schiereiland sta je bij een balie en krijg je een eigen stempel. Houd je paspoort dus in je handbagage, ook op elke vlucht binnen Borneo, en bewaar al je stempels goed. Kun je bij vertrek niet laten zien wanneer je binnenkwam, dan kun je als overstayer worden behandeld. Een apart visum heb je niet nodig: met een Nederlands of Belgisch paspoort mag je 90 dagen visumvrij in Maleisië blijven. Alles over de aankomstkaart en de regels staat op onze visumpagina.
Ga je het binnenland van Borneo in, kijk dan ook even naar malaria. Of je pillen nodig hebt hangt af van je regio en je maanden, en dat staat in ons overzicht van vaccinaties.
Wanneer je gaat
De droge maanden vallen niet helemaal samen. In Kuching zijn juni tot en met september het droogst, met een kalme zee naar Bako; van december tot en met februari zit de stad in de moesson en kan de boot naar het park uitvallen. Kota Kinabalu is het droogst van februari tot en met april. Op de oostkust van Sabah, van Sepilok tot Semporna, is het van maart tot en met oktober het prettigst; van november tot en met februari kan de Kinabatangan buiten haar oevers treden.
Twee dingen om in je agenda te zetten. Sabah Parks sluit Sipadan elk jaar in november om het rif te laten herstellen. En op de top van Mount Kinabalu kan het rond zonsopkomst vriezen, in welke maand je ook klimt.
Wil je beide staten in één reis, dan zijn juni tot en met september de maanden waarin alles tegelijk klopt. Hoe dat in de rest van het land uitpakt, lees je in de beste reistijd voor Maleisië.
Hoeveel dagen heb je nodig?
Vijf dagen. Kies één kant. Drie tot vier dagen Kuching geeft je de stad, Semenggoh en Bako, met een dag voor Santubong of de Cultural Village. Of vlieg naar Sandakan en doe Sepilok en twee nachten aan de Kinabatangan: de dieren van Sabah in het kort.
Een week. Dit is de klassieke week op de oostkust van Sabah. Vlieg naar Sandakan, slaap een nacht of twee in Sepilok, twee nachten aan de Kinabatangan, en dan door naar Semporna voor de eilanden en een duikdag. Je vertrekt vanuit Tawau, dus je hoeft niet terug.
Tien dagen. Begin dan in Kota Kinabalu en neem de berg erbij. De bus naar Sandakan rijdt via Ranau langs de ingang van Kinabalu Park, dus na de klim stap je daar in en hoef je niet terug naar de stad. Vraag bij het park hoe laat hij ongeveer langskomt.
Twee weken of meer. Doe ze allebei. Drie tot vier dagen Kuching, de vlucht van anderhalf uur naar Kota Kinabalu, en dan Sabah van west naar oost. Met twee nachten extra past Mulu er nog tussen.
Hoe je ze combineert
De route die het minst heen en weer gaat, loopt van west naar oost. Vlieg vanuit Kuala Lumpur naar Kuching, daarna naar Kota Kinabalu, en reis over land naar de oostkust: met de bus van zes tot acht uur naar Sepilok, of in een uur vliegen naar Sandakan. De lodges aan de Kinabatangan halen je op in Sepilok of Sandakan en zetten je na afloop af bij de afslag naar Sukau, waar ‘s ochtends de bus naar Semporna langskomt. Spreek wel vooraf met de busmaatschappij af dat hij stopt.
Semporna is het eindpunt. Vanuit Tawau, anderhalf uur rijden, vlieg je naar Kota Kinabalu of rechtstreeks terug naar Kuala Lumpur. Heb je gedoken, wacht dan minstens een dag voordat je in het vliegtuig stapt, en plan die rustdag gewoon in. Wil je duiken op Sipadan, regel dan je vergunning nog voor je vluchten: die bepaalt je data, en meer daarover staat in duiken in Sipadan en Semporna.
Hoe Borneo in de rest van je reis past, staat in onze route van drie weken door Maleisië, en alle verbindingen in vervoer in Maleisië.
Heb je maar een week voor Borneo: Sabah of Sarawak?
Dat hangt af van wat je wilt meenemen. Zoek je de grote dieren en het water, kies dan Sabah: Sepilok, twee nachten aan de Kinabatangan en een paar dagen Semporna vullen een week tot de laatste dag, en je vliegt vanuit Tawau weer terug.
Wil je Borneo in een rustiger tempo, met een stad die je na twee dagen kent, eten op elke hoek en de orang-oetans op een half uur rijden, kies dan Sarawak. Kuching met Semenggoh en Bako is in vier dagen rond, en met de overige dagen vlieg je naar Mulu voor de grotten en de vleermuizen.
En heb je twee weken, doe ze dan allebei. Dan is het geen keuze meer, maar een route.





