Melaka, Maleisië

Melaka: alles wat je moet weten voor je bezoek

Reisgids 8 min lezen
Melaka: alles wat je moet weten voor je bezoek

Twee uur bussen vanaf Kuala Lumpur, richting het zuiden, en je staat in de oudste stad van Maleisië. Sinds 2008 hoort het historische hart van Melaka bij het Unesco-werelderfgoed, net als George Town op Penang, en het is zo klein dat je er in één ochtend lopend doorheen bent. Een fiets is hier geen luxe, maar het handigste vervoermiddel dat je kunt huren.

Het eerste wat je ziet is de kleur. Op Dutch Square hebben Stadthuys, klokkentoren en Christ Church dezelfde roestrode verf, en tussen die gebouwen door tuffen trishaws behangen met plastic bloemen, stripfiguren en knipperlampjes. Je hoort hun muziek al lang voordat ze de hoek om komen. Kitsch? Absoluut. En precies daarom onweerstaanbaar.

Achter die kleur zitten vijfhonderd jaar handel. Eerst kwamen de Portugezen, toen de Nederlanders, daarna de Britten. Maar het eigen gezicht van Melaka komt van de Peranakan: Chinese handelaren trouwden met Maleise vrouwen, en hun kinderen bouwden een eigen stijl van wonen en koken. Je ziet die stijl in de winkelpanden van Jonker Street en je proeft hem in een kom nyonya laksa.

Kom in het weekend. Op vrijdag, zaterdag en zondag mogen er ‘s avonds geen auto’s meer door Jonker Street en schuift de hele straat vol met marktkramen. Met twee dagen heb je de stad gezien, en een budget van ongeveer €22 per dag is hier meer dan genoeg.

Waar staat Melaka om bekend?

Om drie dingen: een koloniaal verleden dat je overal ziet, de weekendmarkt op Jonker Street en de Peranakan-keuken.

Voor een Nederlander is Dutch Square een vreemd soort thuiskomen. In 1641 namen de Nederlanders de stad, die zij Malakka noemden, over van de Portugezen, en ze bleven ruim anderhalve eeuw. Het Stadthuys en de Christ Church uit 1753 zijn uit die tijd. Klim de trap achter het plein op naar de ruïne van de St. Paul’s-kerk, en loop aan de andere kant naar beneden naar de Porta de Santiago, de enige poort die nog over is van het Portugese fort A Famosa.

In het weekend draait alles om Jonker Street. Je eet je een weg langs de kramen met saté, gegrilde inktvis, ananaskoekjes, cendol en kipballetjes met rijst, voor een hapje ben je al klaar met ongeveer €1, en op een podium staat altijd wel een oudere meneer met volle overgave karaoke te zingen.

En dan het eten zelf. De Peranakan noemen hun keuken nyonya: Chinese kooktechniek met Maleise kruiden, kokos en tamarinde. Bestel hier zeker chicken rice op z’n Melakaans, met de rijst gedraaid tot balletjes. Als toetje neem je cendol met gula melaka, donkere palmsuiker die zijn naam aan de stad dankt.

En natuurlijk de trishaws. Elke bestuurder heeft zijn eigen thema, van bloemen tot stripfiguren, en uit bijna elke trishaw klinkt muziek uit een speakertje.

Hoeveel dagen heb je nodig in Melaka?

Voor Melaka raden we 2 dagen aan. Genoeg voor de oude stad, de rivier en een avond op de markt, met nog ruimte om een stuk te fietsen.

Een dagtrip vanuit Kuala Lumpur: het kan, de bus doet er twee uur over. Alleen rijd je dan terug op het moment dat Melaka wakker wordt: ‘s avonds branden de lichtjes langs de rivier en loopt de markt vol.

1 nacht: het minimum als je de stad echt wilt zien. Een ochtend op Dutch Square en St. Paul’s Hill, een middag in het Baba & Nyonya Heritage Museum en de avond op Jonker Street.

2 dagen: wat ons betreft precies goed. De tweede dag huur je een fiets, volg je de rivier naar het houten dorp Kampung Morten en fiets je aan het eind van de middag naar de Straits Mosque voor de zonsondergang.

Plan die twee dagen zo dat er een vrijdag of zaterdag in zit. Van maandag tot donderdag staan er ‘s avonds geen kramen op Jonker Street en is het er veel stiller.

Wat is de beste plek om te verblijven in Melaka?

Daar hoef je in Melaka niet lang over na te denken: zoek een bed in de oude stad of er vlak tegenaan. Alles wat je komen zien hebt, ligt dan binnen tien minuten wandelen.

De oude stad rond Jonker Street en Dutch Square: voor backpackers De meeste hostels zitten hier in oude winkelpanden, tussen de eettentjes en de bezienswaardigheden in. ’s Avonds stap je zo vanuit je deur de markt op, en wie vroeg zijn bed uit komt, heeft het rode plein nog bijna voor zichzelf. Over het wandelpad langs de rivier kom je overal in de stad.

Kota Laksamana: net buiten de drukte Vijf minuten wandelen van Jonker Street en Dutch Square vandaan slaap je net wat rustiger, in Kota Laksamana. De markt en het plein zijn daar nog steeds om de hoek.

Wat je niet wilt, is slapen bij het busstation Melaka Sentral, een paar kilometer van het centrum. Pak daar na het uitstappen direct een Grab of de stadsbus naar de oude stad, en laat je tas pas daar vallen.

Welke plek raden wij backpackers aan?

Wij zouden in de oude stad blijven, het liefst ergens waar je een fiets kunt lenen of huren. Dan heb je de stad in twee dagen helemaal gezien zonder een Grab nodig te hebben.

Op onze bestemmingspagina noemen we drie adressen. Wil je comfort, kies dan Ola Lavanderia Cafe: je slaapt boven een café, gasten geven het bijna een tien, alle kamers hebben airco, je krijgt handdoek, shampoo en drinkwater zonder bijbetalen, en de fiets huur je gewoon beneden. Zoek je andere backpackers, dan is Ringos Foyer Guest House and Hostel je plek: simpel, met capsules in de slaapzalen, een dakterras en eigen fietstochten door de stad, een paar minuten van Jonker Street. En voel je je liever ergens thuis, ga dan naar Three Little Birds Home in Kota Laksamana, met een tuin, een boekenkastje en twee fietsen die je gratis mag pakken.

Een bed kost in Melaka ongeveer acht euro. Neem voor Three Little Birds wel contant geld mee, want daar betaal je niet met je kaart.

Ola Lavanderia Cafe

9,9 Fantastisch · 752 reviews

Bekijk & boekvia Hostelworld

Wat kun je doen in Melaka?

Je hebt hier alleen je benen of een fiets nodig, en veel van het mooiste is gratis: Dutch Square, de heuvel van St. Paul’s, de weekendmarkt en de wandeling langs de rivier.

Welke plekken je echt moet zien, en op welk moment van de dag, staat in de highlights van Melaka.

Hoe kom je in Melaka?

Met de bus, want een treinstation heeft Melaka niet. Je stapt uit op Melaka Sentral. Uit Kuala Lumpur vertrekken de bussen van TBS, van ‘s ochtends tot ‘s avonds, en voor ongeveer €3 ben je in twee tot tweeënhalf uur in Melaka.

Het laatste stukje naar de oude stad doe je met de stadsbus of met een Grab, die er een kwartier over doet en ongeveer €2 kost. Vanaf dan kun je overal lopen, of je huurt voor ongeveer €2 per dag een fiets. Sommige hostels geven je er zelfs gratis eentje mee.

Daarna trek je noordwaarts. Een rechtstreekse bus naar Ipoh rijdt ongeveer vijf uur. De andere optie: terug naar Kuala Lumpur en daar de ETS-trein naar Ipoh nemen. Trekken de bergen meer, dan ga je via KL in één ruk door naar de Cameron Highlands.

Melaka is een uitstap naar het zuiden. De klassieke route maakt deze omweg eerst en trekt daarna noordwaarts, via Ipoh en de Cameron Highlands naar Penang.

Reis je vanuit Singapore, reken dan op vier tot vijf uur in de bus.

Is Melaka een bezoek waard?

Wat ons betreft wel, en zeker voor Nederlanders. Er zijn weinig plekken waar je een Nederlandse kerk uit 1753 ziet staan tussen Chinese winkelpanden, met een trishaw vol knipperlichtjes ervoor. Melaka voelt tegelijk vreemd en vertrouwd.

Weet wel wat je krijgt. Melaka is een kleine, toeristische stad die je in twee dagen goed leert kennen, en daar is hij ook precies op gemaakt. Op een paar honderd meter loop je door vijfhonderd jaar geschiedenis, je eet Peranakan-gerechten zoals je ze nergens anders proeft, en je weekendavonden zijn gevuld met de markt.

Je loopt hier ontspannen rond, ook ‘s avonds: Melaka is rustig en veilig. Stap je in een trishaw, spreek dan eerst af welke route je rijdt en wat het in totaal kost, meestal €5 tot €10 per rit. Neem water en een pet mee, want in het centrum is weinig schaduw, en klim de heuvel van St. Paul’s ‘s ochtends op in plaats van in de middaghitte. Gaat je fiets even aan de kant, doe hem dan op slot, en zorg voor bedekte schouders en knieën als je een moskee of tempel in loopt.

Warm is het altijd, en in elke maand kan er ‘s middags een bui vallen. Januari tot en met maart zijn de droogste maanden, met februari voorop, al is het rond Chinees Nieuwjaar druk. November en december zijn het natst, en dan is het juist rustiger en goedkoper.

Ons advies: plan je bezoek rond een vrijdag of zaterdag en blijf minstens één nacht. Begin vroeg op Dutch Square, sluit de dag af tussen de kramen van Jonker Street en fiets de ochtend erna over het rivierpad naar Kampung Morten, voor een koffie in een warung tussen de mensen die er wonen.

Waar dit bij hoort