Maleisië

De 5 highlights van Maleisië die je écht niet wilt missen

Highlights 9 min lezen
De 5 highlights van Maleisië die je écht niet wilt missen

Maleisië verkoopt zichzelf slecht. Op de kaart is het een smal schiereiland en een stuk Borneo aan de overkant van de Zuid-Chinese Zee, en veel reizigers rijden er in een paar dagen doorheen. Wie blijft, ontdekt dat de mooiste dingen van dit land juist aan de randen liggen: op een bruine rivier in Sabah, aan een plastic tafel in George Town, of op een eiland zonder wegen aan de oostkust.

Daarom staan er op deze lijst drie plekken van het schiereiland en twee van Borneo. Dat is geen evenwichtsoefening. Borneo is gewoon het deel waar je achteraf het meest over vertelt, en het schiereiland is waar je het lekkerst eet en het makkelijkst reist.

Vijf ervaringen dus, en ze staan niet in de volgorde van de route. Bovenaan staat wat het langst bij je blijft hangen.

1. Neusapen en orang-oetans op de Kinabatangan

Half zes in de ochtend, mist op het water, en de gids zet de motor van het bootje uit. Dan kraakt het in de bomen op de oever. Een groep neusapen wordt wakker, de mannetjes met hun hangneus en bolle buik, de jongen die van tak naar tak springen. Een neushoornvogel vliegt laag over. Op de modder ligt een boomstam die ineens zijn ogen opendoet.

De Kinabatangan is met 560 kilometer de langste rivier van Sabah, en het laatste stuk loopt door een smalle strook bos tussen de palmolieplantages. Daardoor zitten de dieren hier dicht op elkaar langs het water: neusapen bij bijna elke cruise, krokodillen, varanen, met geluk orang-oetans in het wild en kuddes dwergolifanten die de rivier oversteken. Je slaapt in een lodge in Sukau of Bilit, en pakketten met een bed in een slaapzaal beginnen bij ongeveer €110 voor twee dagen en een nacht.

Rijd er niet rechtstreeks naartoe. Begin een dag eerder in Sepilok, waar om tien uur ‘s ochtends en drie uur ‘s middags orang-oetans uit het bos naar het voerplatform komen. Het opvangcentrum doet dat al sinds 1964, en de dieren die komen, komen vrijwillig. Daarna rijd je in twee uur door naar de rivier. Meer staat in de highlights van de Kinabatangan en de highlights van Sepilok.

Ons oordeel: het hoogtepunt van Borneo, en neem twee nachten aan de rivier, want de olifanten houden zich aan geen enkele afspraak

Sandakan: 3 dagen aan de Kinabatangan, het wilde hart van Borneo

★★★★☆ 4,4 · 189 reviews

Boek deze tourvia GetYourGuide

2. Van kraam naar kraam in George Town

Naar Penang ga je om te eten, en dat is geen bijzaak. Een kom asam laksa, zuur van de tamarinde en vol van de makreel, kost hier ongeveer anderhalve euro, en je eet hem op een krukje naast een wok waar al tientallen jaren hetzelfde gerecht uit komt. Je bestelt er meteen een tweede bij. Dat zegt genoeg.

Het systeem is simpel. In een hawker centre maakt elke kok één gerecht, jij zoekt een tafel, onthoudt het nummer en noemt dat nummer bij elk kraampje waar je bestelt. Asam laksa, char kway teow en satay komen dan vanzelf naar je toe. Gurney Drive aan de boulevard is het bekendste plein, Chulia Street in het centrum het makkelijkste.

En tussen de maaltijden door loop je door George Town, sinds 2008 Unesco-werelderfgoed. Pastelkleurige winkelhuizen, clanhuizen vol houtsnijwerk, de streetart van Ernest Zacharevic en de clan jetties, houten dorpjes op palen boven het water. Onze tip: eet de asam laksa op de markt van Air Itam, aan de voet van Kek Lok Si, en neem daarna het kabelspoor naar Penang Hill. Meer staat in de highlights van Penang.

Ons oordeel: de lekkerste drie dagen van je reis, en reken erop dat het er vier worden

Penang Plates: foodtour met meer dan 15 proeverijen

★★★★★ 4,9 · 1.092 reviews

Boek deze tourvia GetYourGuide

3. Snorkelen met haaien op de Perhentian-eilanden

Op de Perhentian-eilanden zwem je voor de lunch met haaien. Rifhaaien met een zwarte vinpunt, een meter lang en schuwer dan jij, cirkelen rond de rotsen van Shark Point. Een paar honderd meter verderop grazen groene zeeschildpadden op de bodem terwijl jij boven ze drijft. Zo’n snorkeltocht langs vijf plekken kost ongeveer een tientje.

Op het eiland zelf zijn geen wegen. Je loopt over junglepaden of je stapt in een watertaxi, en op Long Beach op Perhentian Kecil liggen de duikscholen zij aan zij tussen de chalets. Tien minuten over het junglepad en je staat in Coral Bay, waar de zon in zee zakt. Veel backpackers komen voor drie dagen en halen er hun eerste duikbrevet.

Twee dingen moet je weten. Er staat geen enkele pinautomaat op de eilanden, dus neem genoeg contant mee uit Kuala Besut. En kom tussen maart en oktober: daarna sluit de moesson het grootste deel van de eilanden. Vraag ook naar een snorkeltocht die ‘s ochtends vertrekt, dan lig je bij Shark Point met een paar boten in plaats van een vloot. Meer staat in de highlights van de Perhentian-eilanden.

Ons oordeel: het helderste water van het schiereiland, en de beste snorkeldag die je voor een tientje koopt

4. Het oerwoud van Taman Negara

Je eerste avond in Kuala Tahan eet je op het water, op een drijvend restaurant aan de Tembeling. Aan de overkant begint een bos dat er al zo’n 130 miljoen jaar staat. Als ‘s avonds de krekels en cicaden aanzwellen, twijfel je niet meer aan dat getal.

Naar dat bos steek je over met een bootje. Daar hangt de canopy walkway: 530 meter aan touwbruggen en smalle planken, tot zo’n veertig meter boven de grond, voor ongeveer een euro. Klim daarna Bukit Teresek op, 334 meter, voor een uitzicht over oerwoud dat tot de horizon doorloopt. En ga ‘s avonds nog een keer terug met een gids en een zaklamp, want in het donker zit er tien keer meer in dat bos dan je overdag zag.

De mooiste manier om aan te komen is de rivierboot vanaf Kuala Tembeling: een uur of drie stroomopwaarts, voor ongeveer zeven euro, met jungle aan beide kanten. Sta op je tweede dag om zeven uur bij het overzetbootje, dan heb je de walkway bijna voor jezelf. Let op: op vrijdag is hij dicht. Meer staat in de highlights van Taman Negara.

Ons oordeel: twee tot drie dagen in het oudste bos dat je ooit zult zien, en neem bloedzuigersokken mee

5. Zonsopkomst op Mount Kinabalu

Om twee uur ‘s nachts gaat je wekker in een berghut op 3.272 meter. Met een hoofdlamp loop je het laatste stuk over kaal graniet langs een touw, en als je boven op Low’s Peak staat, op 4.095 meter, komt de zon op boven heel Borneo. Het is de hoogste berg van het eiland, en de reden waarom veel backpackers naar Sabah komen.

De klim duurt twee dagen. Op dag één loop je vier tot zes uur naar de hutten van Panalaban, en dezelfde nacht ga je door naar de top. Zonder gids mag je de berg niet op, en de slaapplekken op de berg zijn beperkt. Een compleet pakket vanuit Kota Kinabalu begint bij ongeveer €550. Neem een warme laag en handschoenen mee: rond zonsopkomst kan het er vriezen, in welke maand je ook gaat.

Het belangrijkste is je timing. Boek de klim als allereerste, liefst een half jaar van tevoren, en bouw de rest van je reis eromheen. Lukt het niet, rijd dan naar Kundasang op de flank van de berg en kijk ‘s ochtends vanaf de groentevelden naar de grijze pieken boven de wolken. Meer staat in de highlights van Kota Kinabalu.

Ons oordeel: de zwaarste nacht van je reis, en het uitzicht waar je de jaren daarna nog naar terugverlangt

Heb je tijd over?

De koelte van de Cameron Highlands. Op 1.440 meter trek je voor het eerst in weken een trui aan. Kom rond half negen naar de theeplantage van BOH Sungei Palas, loop eerst het pad tussen de struiken de heuvel op terwijl de mist nog in het dal hangt, en drink pas daarna je thee op het terras. Vanuit Ipoh is het maar twee uur met de bus.

Kuching aan de andere kant van Borneo. Een rustige stad aan een bruine rivier, met orang-oetans in Semenggoh vlak buiten de stad en neusapen in Bako National Park. Begin je dag zoals de locals: met een kom Sarawak laksa. Waar Sabah en Sarawak in verschillen staat in Borneo: Sabah of Sarawak.

Het water van Semporna. Lagunes in tien tinten blauw, de vulkaankrater van Bohey Dulang en voor duikers Sipadan, waar per dag maar ongeveer 250 mensen het water in mogen. Voor een deel van de eilanden voor de kust, waaronder Sipadan en Mabul, adviseert Buitenlandse Zaken alleen noodzakelijke reizen. Check dus het actuele reisadvies en je reisverzekering voor je boekt. Alles over de vergunning staat in duiken in Sipadan en Semporna.

Een eiland voor elk seizoen. Reis je in onze winter, dan is de oostkust dicht en is Langkawi aan de westkust op zijn best. Welk eiland bij jouw maanden past staat in Perhentian, Tioman of Langkawi.

Onze vijf highlights van Maleisië

  1. Neusapen en orang-oetans op de Kinabatangan, met een ochtend in Sepilok ervoor
  2. Van kraam naar kraam eten in George Town op Penang
  3. Snorkelen met rifhaaien en schildpadden op de Perhentian-eilanden
  4. De canopy walkway en een nachtwandeling in Taman Negara
  5. De zonsopkomst op de top van Mount Kinabalu
Kun je alle vijf in één reis doen?

Ja, maar dan moet je seizoen kloppen. De Perhentian-eilanden zijn alleen van maart tot en met oktober open, en op Borneo is het van maart tot en met september het droogst. Reis je in die maanden, dan passen alle vijf in één route: Penang en Taman Negara op het schiereiland, de Perhentians aan de oostkust, en daarna vlieg je naar Kota Kinabalu voor de berg en de oostkust van Sabah. Hoe dat in drie weken past staat in onze route door Maleisië.

Reken voor Borneo op minstens een week. Kota Kinabalu en de berg kosten je drie tot vier dagen, Sepilok een of twee en de Kinabatangan twee tot drie. Naar Borneo vlieg je, want er gaat geen boot, en in minder dan drie uur ben je er vanaf Kuala Lumpur.

Moeten we er één uitkiezen: de Kinabatangan. George Town is lekkerder en de Perhentians zijn blauwer, maar een bootje bij zonsopkomst tussen de neusapen, met een orang-oetan hoog in de boomtoppen, is het moment waarop je beseft dat je echt op Borneo bent. Wanneer welk deel van het land op zijn best is staat in de beste reistijd voor Maleisië.

Waar dit bij hoort