Bijna niemand gaat naar één land. Je boekt een ticket naar Bangkok, je hebt tien weken, en ergens tussen het zoeken naar hostels en het lezen over visums dringt de echte vraag door: in welke volgorde eigenlijk? Want je kunt deze landen in een handvol richtingen doen, en de verkeerde keuze kost je dagen in bussen, een gemiste grens of drie weken regen.
Het goede nieuws is dat er een route ligt die zichzelf uitlegt zodra je hem één keer ziet. Vier landen, vier grenzen, en aan het eind sta je weer op het vliegveld waar je begon. Backpackers rijden hem al veertig jaar, en dat is niet uit gebrek aan fantasie: het is gewoon de volgorde waarin de wegen en de rivieren liggen.
Wij hebben van elk land apart een route uitgeschreven, met de stops, de hostels en het vervoer. Dit stuk gaat over de naden ertussen: welke kant je op gaat, hoe je die grenzen oversteekt, of je visums passen en wat het geheel kost. Ga je voor het eerst, begin dan bij eerste keer backpacken en overweeg of één of twee landen niet genoeg is.
De route in het kort
Je landt in Bangkok en werkt naar het noorden: Chiang Mai, Pai, en dan Chiang Rai, dat precies op de goede plek ligt. Twee uur verderop ligt de grens.
Vanaf daar gaat het zo:
- Thailand van Bangkok tot Chiang Rai. Onze route staat in drie weken door Thailand.
- De grens over naar Laos bij Chiang Khong, en dan twee dagen met de slowboat de Mekong af naar Luang Prabang.
- Laos van boven naar beneden: twee weken door Laos.
- De grens over naar Vietnam vanuit Thakhek, richting Phong Nha.
- Vietnam van het midden naar het zuiden: van noord naar zuid door Vietnam.
- De grens over naar Cambodja vanuit Ho Chi Minh City naar Phnom Penh.
- Cambodja tot Siem Reap: tien dagen door Cambodja.
- Terug naar Bangkok over de grens bij Poipet, en je cirkel is rond.
Je kunt hem ook precies andersom rijden. Dat maakt voor het vervoer niets uit, maar voor het weer wel, en daar gaat de volgende paragraaf over.
Welke kant op? Dat bepaalt je vertrekmaand
Hier zit de enige echte valkuil in de planning, en hij kost mensen hun mooiste dagen.
Vertrek je tussen november en februari, dan maakt de richting niet uit. Dat is in Thailand, Laos én Cambodja de beste periode: droog, zonnig, en in het noorden ‘s ochtends fris genoeg voor een trui. Rijd de route gewoon zoals hierboven.
Vertrek je in maart of april, draai hem dan om. In die twee maanden is het in het noorden van Thailand en Laos brandseizoen: de landbouwbranden vullen de lucht dagenlang met rook, het zicht over de bergen verdwijnt en de luchtkwaliteit zakt weg. Precies de bergen waar je voor kwam. Begin dan in het zuiden, doe Cambodja en Vietnam eerst, en kom pas in mei in het noorden aan.
Voor Vietnam bestaat geen goed antwoord op de vraag “wanneer”, want het land is te lang voor één klimaat. Dat werkt hier juist in je voordeel: welke kant je ook op gaat, er is altijd een deel van Vietnam waar het goed weer is. Per maand staat het uitgewerkt in wanneer ga je naar Vietnam, en hetzelfde doen we voor Thailand, Laos en Cambodja.
De vier grensovergangen
Dit is het stuk waar mensen tegenop zien, en dat valt reuze mee. Alle vier zijn het gewone dagen met een bus of een boot erin.
Thailand naar Laos: Chiang Khong en de slowboat
De grens ligt bij Chiang Khong, ongeveer twee uur rijden vanaf Chiang Rai, en je steekt hem over via de Friendship Bridge. Aan de andere kant ligt Huay Xai, en daar begint de slowboat: twee dagen over de Mekong naar Luang Prabang, met een overnachting halverwege.
Let op één ding: die boot vertrekt maar één keer per dag. Kom je laat bij de grens aan, dan slaap je gewoon een nacht in Huay Xai en vertrek je de volgende ochtend uitgerust. Geen straf. Hoe die dag precies loopt staat in Chiang Rai als doorreis naar Laos en in twee dagen op de slowboat.
Laos naar Vietnam: Cha Lo
Vanuit Thakhek reis je door naar Vietnam via de grens bij Cha Lo, en je komt uit bij Phong Nha, waar de grotten zijn. Dat is meteen een van de mooiste eerste indrukken die Vietnam te bieden heeft.
Vietnam naar Cambodja: Bavet
Vanuit Ho Chi Minh City rijdt de bus in zes tot zeven uur naar Phnom Penh, via de grens bij Bavet. Dat is de makkelijkste van de vier: één bus, één dag, klaar.
Zit je in het zuiden bij Phu Quoc, dan kan het ook via Ha Tien en de grens bij Prek Chak, en dan kom je uit in Kampot. Dat is de mooiere route als je toch al aan die kant zit.
Cambodja naar Thailand: Poipet
De grens ligt bij Poipet, twee uur ten westen van Siem Reap, en vandaar rijdt de bus door naar Bangkok. Reken op een lange dag. Vliegen kan ook en scheelt je die dag, want het nieuwe vliegveld bij Siem Reap ligt ongeveer een uur rijden naar het oosten.
Twee dingen die bij elke grens gelden. Neem contant geld mee, want pinnen kan er vaak niet en je betaalt in lokale munt. En stop een paar pasfoto’s in je paspoort, want daar wordt bij meerdere grenzen om gevraagd.
Hoeveel tijd heb je nodig?
Onze vier routes zijn samen ongeveer tien weken, en dan reis je nog stevig door. Reken op:
| Land | Onze route | Stops |
|---|---|---|
| Thailand | 3 weken | 12 |
| Laos | 2 weken | 8 |
| Vietnam | 3 weken | 14 |
| Cambodja | 10 dagen | 5 |
Heb je minder, kies dan liever twee landen goed dan vier landen half. Dat is geen troostprijs: de mensen die achteraf het meest tevreden zijn over hun reis zijn bijna nooit degenen die de meeste stempels hebben gehaald.
- Zes weken: twee landen. Thailand en Laos loopt het mooist, met de slowboat als scharnier. Vietnam en Cambodja is de andere logische helft.
- Acht weken: drie landen, en dan laat je Vietnam of Thailand vallen.
- Twaalf weken: alle vier, met genoeg ruimte om ergens te blijven hangen. En dat gebeurt, want er is altijd één plek waar je langer blijft dan gepland.
Passen je visums?
Ja, maar reken het één keer na, want de termijnen verschillen per land.
- Thailand: met een Nederlands of Belgisch paspoort krijg je sinds 15 september 2026 dertig dagen visumvrij, en je verlengt eenmalig met dertig dagen bij een immigratiekantoor. Kijk vlak voor vertrek in ons visumoverzicht of dat nog zo is.
- Laos: je hebt een visum nodig, vooraf online als e-visum of bij aankomst. Dertig dagen geldig.
- Vietnam: 45 dagen visumvrij. Je vult vooraf het digitale aankomstformulier in en je moet een retour- of doorreisticket kunnen laten zien.
- Cambodja: visum nodig, vooraf online via het officiële portaal of bij aankomst voor 30 dollar contant. Dertig dagen geldig.
Omdat je per land maximaal drie weken blijft, past elk stuk ruim binnen zijn eigen termijn. De klok begint immers opnieuw zodra je een grens over gaat. Wat er precies voor jouw paspoort geldt, reken je uit met de paspoortkiezer op onze visumpagina, en dat retourticket regel je zonder een dure vlucht te kopen via het uitreisticket.
Wat kost de hele reis?
Per land houden wij deze dagbedragen aan, en daar zitten je bed, je eten, je biertje én het vervoer tussen de stops in:
| Land | Per dag | Onze route | Subtotaal |
|---|---|---|---|
| Thailand | €30 | 21 dagen | €630 |
| Laos | €25 | 14 dagen | €350 |
| Vietnam | €25 | 21 dagen | €525 |
| Cambodja | €25 | 10 dagen | €250 |
| Samen | 66 dagen | €1.755 |
Dus grofweg €1.750 voor ruim twee maanden, exclusief je vliegticket naar Bangkok en terug, en exclusief de grote uitstapjes waar je zelf voor kiest: een duikbrevet, de Ha Giang Loop, een meerdaagse tocht.
Wil je het per plaats uitgesplitst zien, dan staat dat in wat kost backpacken in Thailand en de versies voor Vietnam, Laos en Cambodja. Je eigen route uitrekenen kan in Mijn Reis, waar je onderweg ook je uitgaven bijhoudt.
Als je maar één grens over wilt
Niet iedereen wil acht weken op pad. Deze drie combinaties werken los van elkaar prima, elk met één grensovergang:
- Thailand en Laos. De mooiste van de drie, puur vanwege die slowboat. Bangkok, het noorden, en dan de Mekong af.
- Vietnam en Cambodja. Eén bus van Ho Chi Minh City naar Phnom Penh en je bent er. Twee landen die totaal niet op elkaar lijken.
- Thailand en Cambodja. De kortste: van Bangkok rijd je in een lange dag naar Siem Reap, of je vliegt het in een uur.
En de Filipijnen dan?
Die horen er wel bij, maar niet in deze route. De Filipijnen bestaan uit meer dan 7.000 eilanden en liggen achter een zee: je komt er alleen met een vlucht, en binnen het land reis je verder met binnenlandse vluchten, ferry’s en bangka’s.
Dat maakt het geen mindere bestemming, integendeel, maar wel een eigen reis. Plan hem als los blok aan het begin of het eind, en gebruik de route langs elf eilanden. Reken daar wel op ongeveer €35 per dag in plaats van €25, en dat verschil is bijna helemaal water en lucht: boten en binnenlandse vluchten.
Maleisië en Singapore zijn het omgekeerde verhaal: die liggen over land gewoon aan deze route vast, als verlengstuk naar het zuiden. Tussen Hat Yai in Zuid-Thailand en Penang rijden minivans en bussen in drie tot vier uur, en onderaan het Maleisische schiereiland neem je de trein of de bus over de Causeway naar Singapore. In Maleisië reken je op ongeveer €30 per dag, net als in Thailand, voor het eten van Penang, theeplantages in de heuvels en orang-oetans op Borneo. Singapore kost met €55 per dag meer, en is daarvoor de makkelijkste start of finish van je reis, met rechtstreekse vluchten vanuit Amsterdam. Hoe je die twee aan elkaar knoopt staat in Singapore en Maleisië combineren.
In welke volgorde doe ik deze vier landen het beste?
Bangkok in, naar het noorden, met de slowboat Laos in, dan Vietnam, dan Cambodja, en over de grens bij Poipet terug naar Bangkok. Die volgorde volgt gewoon de wegen en de rivieren, en je eindigt waar je begon, dus je hoeft geen dure enkeltjes te stapelen.
De enige reden om hem om te draaien is je vertrekmaand. Ga je in maart of april, begin dan in het zuiden: in die twee maanden is het in het noorden van Thailand en Laos brandseizoen, en dan sta je op een uitzichtpunt in de rook naar iets te kijken wat je niet ziet. Tussen november en februari maakt het niet uit en klopt elke richting.
En als je twijfelt tussen alles zien en ergens blijven: kies het tweede. Vier landen in zes weken kan, maar dan zit je vooral in bussen. Twee landen in zes weken is een reis waar je nog jaren over praat.



