Op Bali stap je ‘s ochtends om een offerbakje van palmblad heen, met een bloem en een wierookstokje erop. Op Sumatra wekt de moskee je om vijf uur. En op Flores luiden op zondag de kerkklokken. Drie eilanden, drie geloven, en alle drie heten ze Indonesië.
Indonesië heeft meer moslims dan enig ander land ter wereld, en toch is het geen land van één regel. Het staatsmotto zegt het al: Bhinneka Tunggal Ika, eenheid in verscheidenheid. Wat op Bali gewoon is, valt in een dorp op Lombok op, en wat je in Bukittinggi laat staan, bestel je aan het meer zonder nadenken.
Daarom zijn de regels hier per eiland net iets anders, maar nooit moeilijk. Een sarong in je dagtas, je rechterhand, bedekte schouders buiten Bali en een glimlach terug: daarmee kom je overal binnen. Wat je onderweg eet en drinkt, staat apart in eten en drinken in Indonesië.
Een land van veel geloven
Op Java en Sumatra roept de moskee vijf keer per dag op tot het gebed. Bali is het enige hindoeïstische eiland van het land, met een tempel op elke hoek. Rond het Tobameer wonen de Batak, grotendeels christelijk, en op Flores lopen de kerken op zondag vol: daar is het grotendeels katholiek. En in Oost-Java, in en rond de caldera van Bromo, wonen de Tengger, een hindoeïstisch volk dat één keer per jaar, tijdens Yadnya Kasada, in het donker naar de krater klimt om offers van groente, bloemen en kippen in de vulkaan te werpen.
Wat al die eilanden delen, is de gastvrijheid. Reken erop dat iemand je binnen een minuut vraagt waar je vandaan komt, of je getrouwd bent en waar je heen gaat: nieuwsgierigheid is hier beleefdheid. Op Java en Sumatra wil men ook graag met je op de foto. Lach terug en ga erbij staan, want daarmee open je meer deuren dan met welk gesprek ook.
Bali: offertjes, tempels en ceremonies
Elke ochtend leggen Balinezen kleine offertjes van palmblad en bloemen op de stoep en voor de deuren. Je stapt er niet op, en ook niet overheen alsof ze er niet liggen: je loopt eromheen. Komt er een processie of ceremonie de weg op, dan wacht je even, en je onderbreekt nooit een ceremonie voor een foto. In Sidemen zijn de tempels en ceremonies echt van de dorpen zelf, en daar merk je dat het meest.
In een Balinese tempel draag je een sarong en een sjerp, en je schouders zijn bedekt. Bij de grote tempels leen of huur je ze bij de ingang: bij Pura Luhur Uluwatu krijg je ze mee, bij Besakih zit de sarong in je entree en bij Lempuyang huur je hem aan de poort. Koop er in Sidemen gerust een bij de weefsters, dan heb je hem voor de rest van je reis in je tas. Bij Uluwatu stop je ook je zonnebril, pet en oorbellen weg, want de makaken weten precies wat ze moeten pakken.
Wil je meer dan kijken, ga dan naar Tirta Empul bij Ubud. Daar baden Balinezen al meer dan duizend jaar in heilig bronwater onder een rij stenen spuiers, en je mag zelf het water in. Met een sarong, in de volgorde van de spuiers zoals de Balinezen voor je, en met het besef dat het voor hen een gebed is.
En kijk of Galungan in je reis valt, het grootste feest van de Balinese kalender. Het komt elke 210 dagen terug, de volgende keren op 13 januari en 11 augustus 2027. Tien dagen lang, tot en met Kuningan, hangen er penjors boven elke dorpsstraat, hoge bamboepalen met slingers van palmblad, en lopen families in wit en goud met offertorens op hun hoofd naar de tempel. Zorg dat je dan in Sidemen, Munduk of rond Ubud bent: in de dorpen is het feest van iedereen.
Nyepi: de dag dat Bali stilligt
Valt je reis in maart, zoek dan de datum van Nyepi op, het Balinese nieuwjaar. Op die stiltedag ligt heel Bali een etmaal stil, inclusief het vliegveld. Plan er dus geen vlucht of boot op. Wie hem wel inplant, maakt iets bijzonders mee.
Islamitisch Java, Sumatra en Lombok
Buiten Bali is Indonesië grotendeels islamitisch, en dat merk je aan kleine dingen. Aan de oproep tot gebed, op Lombok ook om half vijf ‘s ochtends: oordopjes horen in je tas. Aan de vrijdag, wanneer op Lombok rond het middaggebed veel winkels even dichtgaan. En aan de moskeeën, die voor reizigers open staan zolang je de regels kent.
Van Medan tot Lombok werkt het zo: schoenen uit bij de deur, schouders en knieën bedekt, en je komt buiten de gebedstijden. In de Grote Moskee van Medan, uit 1906, met zwarte koepels en glas-in-lood, dragen vrouwen een hoofddoek, die je bij de ingang leent. In Jakarta laat de Istiqlal, de grootste moskee van Zuidoost-Azië, je een rondleiding volgen, maar niet tijdens het vrijdaggebed. Er recht tegenover staat de katholieke kathedraal, en dat zegt veel over het land.
Op Lombok zie je dat de islam ook zijn eigen vormen heeft. In Bayan, onder Senaru, staat een van de oudste moskeeën van het eiland, en in het noorden leeft de Wetu Telu-traditie, een mengvorm van islam en oude Sasak-gebruiken.
Kleding: de stad, het strand en het dorp
Op Bali, de Gili’s en de stranden van Kuta Lombok kleed je je zonder veel nadenken, behalve in een tempel. Daarbuiten bedek je je schouders en knieën, zeker in de dorpen en bij een moskee. In West-Sumatra doe je dat ook in de stad zelf. Het strengst is het in Atjeh, in het noorden van Sumatra: daar gelden de strengste kledingregels van het land.
Zwemmen gaat net zo. In de Harau-vallei en op de stranden van de Bungus-baai waar locals komen, zwem je met een T-shirt over je badkleding. Op Derawan en in de rest van Kalimantan trek je in het dorp iets over je bikini, en houd je het strandleven bij je cottage en op de boot.
De Batak en de Minangkabau
Sumatra is het eiland van de volken, en twee ervan kom je op je route zeker tegen. Rond Berastagi en het Tobameer wonen de Batak, en ze zijn niet één groep. De Karo-Batak hebben een eigen taal, een eigen keuken en een eigen bouwstijl: in Dokan wonen families nog in houten langhuizen van meer dan honderd jaar oud. Vraag daar toestemming voor je iemand fotografeert of een huis binnenstapt.
Op Samosir wonen de Toba-Batak, met huizen met daken als scheepsboegen, bonte familiegraven langs de weg en liederen die ‘s avonds over het water klinken. In Huta Siallagan in Ambarita staan de stenen stoelen waar de koning en de oudsten eeuwenlang recht spraken. Bij het koningsgraf van Tomok krijg je een ulos-doek om te dragen, en op een Batak-graf klim je nooit voor een foto. In Huta Bolon zie je de Batak-dansen, met de houten pop sigale-gale die meedanst.
Verder naar het zuiden begint het land van de Minangkabau, vroom islamitisch en een van de weinige volken ter wereld waar huis en land via de vrouwen gaan. Je herkent ze aan de rumah gadang, lange huizen met puntdaken die omhoog krullen als de horens van een waterbuffel. Rond Bukittinggi staan ze tussen de rijstvelden, en in de ateliers van Pandai Sikek wordt de goudgeweven songket nog met de hand gemaakt. West-Sumatra is streng islamitisch: drink geen alcohol op straat of bij een moskee.
Te gast in de dorpen van Lombok en Flores
Op Lombok wonen de Sasak. In Sade en Ende, op de weg van Kuta naar het vliegveld, staan hun huizen van bamboe en riet, met rijstschuren onder hoge puntige daken en de keuken midden in het huis. Rond februari of maart vieren ze Bau Nyale: in de nacht na volle maan lopen duizenden mensen bij Kuta de zee in om kleurige zeewormen te vangen, ter ere van prinses Mandalika. De datum volgt de Sasak-kalender. In Tetebatu vraag je of je mag fotograferen, zeker bij mensen thuis of op het land, en loop je over de dijkjes in plaats van door een rijstveld.
Op Flores zijn de Ngada-dorpen rond Bajawa geen openluchtmusea. In Bena en Luba wonen families tussen stenen altaren, megalieten en de ngadhu en bhaga, de paal en het huisje die de voorouders van elke clan voorstellen. In Bena betaal je een kleine bijdrage, waarvoor je ook een sarong leent, en in Luba geef je een vrije gift. Schrijf je in het gastenboek in, vraag voor elke foto toestemming, klim niet op de megalieten, altaren of graven, en deel geen snoep uit aan de kinderen. Rond de jaarwisseling vieren veel Ngada-dorpen hun Reba-feest, met dans, zang en offers voor de voorouders.
Bij Moni zijn de drie kratermeren van de Kelimutu voor de Lio de rustplaatsen van de zielen. Laat er dus niets achter, en klim niet over de hekken voor een betere foto.
Zondag op Samosir, Flores en Raja Ampat
Waar de meeste mensen christelijk zijn, is de zondag de rustdag. Op Flores staat in elk dorp een kerk, en is de zondag stil. Aan het Tobameer bedek je je schouders en knieën als je een kerk binnenloopt, en rond kerst en Nieuwjaar komen veel Batak-families terug naar het meer: boek je bed in die weken op tijd.
In Raja Ampat merk je de zondag aan het water. Dan is er de kerkdienst, en varen er minder boten. Plan je eilandtochten en je ferry dus op een andere dag.
Foto’s: eerst vragen
In Indonesië blijft je camera bijna nooit in je tas, en de mensen lachen je meestal vriendelijk toe. Juist daarom vraag je het eerst. Bij de langhuizen van Dokan, op het land rond Tetebatu en in de Ngada-dorpen bij Bajawa wonen mensen gewoon, en in het regenboogdorp Jodipan in Malang maak je geen foto’s in iemands huis zonder te vragen. Bij een ceremonie op Bali wacht je tot het moment voorbij is, en een drone steek je in Komodo niet zonder overleg met je bemanning op: daar is een aparte vergunning voor nodig.
De ramadan en Lebaran
Valt je reis in de ramadan, dan zijn veel warungs op Java, Sumatra en in de dorpen van Lombok overdag dicht. Eet en drink overdag niet demonstratief op straat. Op de Gili’s en in Kuta Lombok merk je er weinig van. En aan het eind van de middag gaan overal de kraampjes open waar iedereen samen het vasten breekt: een van de mooiste momenten van de dag. In 2027 begint de ramadan naar verwachting rond 8 februari.
Het einde van de ramadan heet Lebaran, en dan reist half Java naar zijn familie. In de dagen ervoor en erna zijn de treinen weken van tevoren uitverkocht, ook de dure klassen. Boek je treinen dan in één keer zodra de verkoop opengaat. Op de dag zelf zijn de steden juist stil, en heb je Kota Tua in Jakarta of het paleis in Yogyakarta bijna voor jezelf.
Je rechterhand, je hoofd en je stem
Dan de dagelijkse dingen. Geef, pak aan en eet met je rechterhand. Doe je schoenen uit als je bij iemand thuis binnenkomt en in een moskee. Aai niemand over het hoofd, ook geen kind. En blijf rustig als er iets misgaat, met je boot, je bus of je kamer: wie zijn stem verheft, verliest het gesprek.
Met een paar woorden kom je verder dan je denkt, zeker op Sumatra en Flores, waar minder Engels wordt gesproken. Terima kasih is dank je, berapa? is hoeveel, en enak! is lekker. Dat laatste zeg je in elke warung, en je zult het vaak zeggen.
Alcohol, arak en drugs
Alcohol is er gewoon op Bali, de Gili’s en Flores, en lastiger te vinden in de rest van het land. In West-Sumatra staat bier alleen in een paar toeristencafés, in het noorden van Lombok schenken veel warungs het niet, en in Kalimantan neem je het mee uit de stad. Aan het Tobameer drink je ‘s avonds tuak, palmwijn, en in Bajawa moke, de sterke palmdrank van Flores.
Eén ding laat je altijd staan: losse arak en zelfgestookte drank, ook als een onbekende hem aanbiedt. Die kan methanol bevatten. Op Sumatra zijn mensen er ziek van geworden, en voor de Gili’s waarschuwt Nederland Wereldwijd er speciaal voor. Bestel bier uit een flesje of cocktails met flessen van een bekend merk.
En dan de drugs. Op de Gili’s worden openlijk paddenstoelen aangeboden, en aan het Tobameer paddo’s. Ga er niet op in. De drugswetten in Indonesië zijn streng, en drugsbezit wordt heel zwaar gestraft, hoe ontspannen de sfeer op het strand ook is.
Dieren: kijken, niet aanraken
Veel van wat je in Indonesië komt zien, leeft in het wild, en daar horen vaste regels bij. Orang-oetans in Bukit Lawang en Tanjung Puting voer je niet en raak je niet aan, ook niet als een gids het aanbiedt, en je houdt minstens tien meter afstand. Ben je verkouden, blijf dan thuis van de trek: orang-oetans kunnen het van je overnemen. Bij de komodovaranen loop je altijd achter een ranger. Schildpadden en manta’s raak je niet aan en jaag je niet achterna, schildpadeieren koop je niet, en een olifantenrit boek je nergens. Ook de kopi luwak van civetkatten in kooien laat je aan je voorbij gaan. Hoe je de orang-oetans op een goede manier ziet, staat in orang-oetans zien in Indonesië.
De regels op papier
Voor je aankomt, regel je drie dingen. Je visum bij aankomst kost IDR 500.000, ongeveer €25, voor 30 dagen, en ook Bali valt eronder. In de drie dagen voor aankomst vul je de gratis All Indonesia Arrival Card in, alleen via de site of de app van de immigratiedienst: er zijn sites die er geld voor vragen. En ga je naar Bali, dan betaal je daar ook een toeristenbelasting van IDR 150.000, ongeveer €7,50, het makkelijkst vooraf via de officiële site van Love Bali.
Neem een paspoort mee dat nog minstens zes maanden geldig is en in goede staat: met een scheurtje of waterschade kun je Indonesië niet in of uit. En blijf niet langer dan je visum toestaat, want dat kost IDR 1.000.000 per dag, ongeveer €50. Alles over het visum en de verlenging staat op onze visumpagina.
Vier dingen om te onthouden
Een sarong in je dagtas, schouders en knieën bedekt buiten Bali, je rechterhand, en eerst vragen voor je een foto maakt. Daarmee ben je overal welkom. In een land waar volken met honderden eigen talen en verschillende geloven al eeuwen naast elkaar leven, is een reiziger die die vier dingen weet snel geen vreemde meer.
Per plaats staat op de landenpagina van Indonesië wat je er doet, waar je slaapt en wat een dag kost. Twijfel je tussen het hindoeïstische Bali en het islamitische Lombok, lees dan Bali of Lombok.
Moet je je als vrouw in Indonesië bedekken?
Niet overal. Op Bali, de Gili’s en de stranden van Kuta Lombok hoef je er weinig op te letten, en alleen in een tempel bedek je je schouders en draag je een sarong en sjerp. Die leen of huur je bij de grote tempels bij de ingang.
Buiten Bali is het netjes om je schouders en knieën te bedekken, zeker in de dorpen en bij een moskee. In West-Sumatra doe je dat ook in de stad, in een moskee als die van Medan draag je een hoofddoek die je bij de ingang leent, en in Atjeh in het noorden gelden de strengste regels van het land. Zwemmen doe je daar waar locals komen met een T-shirt over je badkleding. Een sarong of dunne sjaal in je dagtas is dus het handigste wat je meeneemt: daarmee ben je in een paar seconden klaar voor elke tempel, moskee of dorpsstraat.



