De Filipijnen zijn het buitenbeentje van Zuidoost-Azië, en dat begint bij de kaart. Waar je in Thailand, Vietnam, Laos en Cambodja gewoon in een bus stapt en een paar uur later ergens anders uitstapt, ligt hier tussen bijna elke stop water. Zevenduizendzeshonderdeenenveertig eilanden, verdeeld over drie groepen die elk een vlucht van elkaar liggen.
Dat maakt dit land duurder en trager dan de buurlanden, en tegelijk is het precies wat het zo goed maakt. De mooiste plekken zijn alleen per boot bereikbaar, en dat merk je zodra je er bent: lagunes waar je met een kajak naartoe peddelt, stranden waar niemand ligt, en een rif dat vijf meter uit de kust begint.
De Filipijnen in het kort
Het land ligt ten oosten van het vasteland van Zuidoost-Azië, in de Stille Oceaan, en heeft met zesendertigduizend kilometer een van de langste kustlijnen ter wereld. De gemiddelde dagtemperatuur ligt rond de eenendertig graden en het is het hele jaar door warm.
De officiële talen zijn Filipijns, ook wel Tagalog, en Engels. Dat laatste is een groot verschil met de buurlanden: bijna iedereen spreekt hier goed Engels, en dat maakt de Filipijnen een van de toegankelijkste bestemmingen van de regio, zeker als het je eerste keer in Azië is. Betalen doe je in Filipijnse peso.
Waarom het water alles bepaalt
Dit is het ene ding dat je moet snappen voordat je gaat plannen. De drie eilandgroepen zijn Luzon in het noorden, met Manilla, de Visayas in het midden, met Cebu, Bohol en Siquijor, en Mindanao in het zuiden, met Siargao. Palawan, waar El Nido en Coron liggen, is een lange smalle strook aan de westkant.
Binnen zo’n groep verplaats je je met ferry’s en bangka’s, de smalle houten boten met uitleggers aan de zijkant. Tussen de groepen vlieg je. Dat is de reden dat de Filipijnen met ongeveer vijfendertig euro per dag na Singapore het duurste land van onze route zijn, terwijl een bed en een bord eten er nauwelijks meer kosten dan in Thailand.
De praktische conclusie is simpel: blijf binnen één of twee eilandgroepen als je drie weken hebt. Alles wat je aan vluchten bespaart, kun je op het water uitgeven.
Wanneer je moet gaan
Het klimaat is tropisch, met een droog en een nat seizoen. December tot en met februari is droog, zonnig en aangenaam, en dat is de beste tijd voor eilandhoppen en duiken. Maart tot en met mei is warm en zonnig en nog steeds prima voor het strand.
Juni tot en met november is het regenseizoen, en daar hoort iets bij dat de buurlanden niet kennen: dit is ook het tyfoonseizoen. Dat betekent niet dat je dan niet kunt gaan, maar wel dat je je planning anders inricht. Meer daarover staat in wanneer naar de Filipijnen.
Plan niet elke dag vol
Dit is het beste advies dat we voor dit land hebben. Vertragingen horen erbij: een ferry die niet vaart omdat de zee te ruw is, een binnenlandse vlucht die verschuift, een boottocht die een dag opschuift. Dat gebeurt niet alleen in het regenseizoen.
Reken daarom altijd een dag speling voor je vlucht naar huis, en boek je aansluitingen niet te strak achter elkaar. Een gemiste aansluiting kost je hier een extra nacht en soms een nieuw ticket, dus houd daar ook geld voor apart en niet alleen tijd.
Een cultuur die niet op de buren lijkt
De Filipijnen zijn gevormd door Aziatische, Spaanse en Amerikaanse invloeden, en dat voel je meteen. Ruim drie eeuwen Spaans bestuur hebben het land katholiek gemaakt, met kerken in bijna elk dorp en fiësta’s die het hele jaar door ergens gevierd worden. De Amerikaanse tijd bracht het Engels en het basketbal, dat je op elk pleintje ziet.
De bevolking staat bekend als een van de vriendelijkste ter wereld en dat is geen brochurezin. Je wordt hier aangesproken, uitgenodigd en meegenomen, en een praatje maken is de norm en niet de uitzondering.
Po, opo en Filipino time
Een paar gewoontes helpen enorm. Gebruik po en opo als beleefdheidsvorm tegenover ouderen: het zijn twee lettergrepen en het valt op als je het doet. Neem een uitnodiging om mee te eten aan. En verwacht niet overal Engels op de kleinere eilanden, waar een paar woorden Tagalog je verder brengen.
En dan Filipino time, want dat is echt een ding. Afspraken zijn hier richtinggevend en niet bindend, en de boot vertrekt wanneer hij vertrekt. Boos of ongeduldig worden werkt averechts, net als iemand bekritiseren waar anderen bij zijn, want ook hier is gezichtsverlies een groot ding. Een bot nee zeggen doet men liever niet: een vriendelijk misschien later is hier het antwoord. Meer staat in regels en cultuur op de Filipijnen.
De keuken is anders, en onderschat
De Filipijnse keuken is minder bekend dan de Thaise of de Vietnamese en dat is jammer, want er zit veel in. De invloeden zijn Aziatisch en Spaans door elkaar: adobo, vlees gestoofd in azijn en sojasaus, is het nationale gerecht. Lechon is geroosterd speenvarken en verschijnt bij elk feest. Pancit zijn gebakken noedels, sinigang een zure soep.
Zoet eindig je met halo-halo, een berg geschaafd ijs met van alles erdoor. En op de eilanden eet je vooral vis: je wijst hem aan op de talipapa, de kleine markt, en laat hem ernaast grillen. Dat is bijna altijd het beste bord van je dag. Meer staat in eten en drinken op de Filipijnen.
Onder water ligt het echte hoogtepunt
De Filipijnen liggen midden in de Coral Triangle, het gebied met de grootste onderwaterbiodiversiteit ter wereld, en dat merk je overal. Schildpadden op het zeegras, koraaltuinen op snorkeldiepte, mantaroggen en op sommige plekken haaien.
De bekendste duikgebieden zijn Malapascua, waar voshaaien bij zonsopgang omhoogkomen, Coron met zijn Japanse scheepswrakken, Apo Island en het afgelegen Tubbataha Reef. En Moalboal, waar een school van miljoenen sardines het hele jaar door vlak voor het strand hangt en waarvoor je alleen een snorkel nodig hebt. Alles daarover staat in duiken en snorkelen op de Filipijnen.
Vervoer: vliegen, varen en de jeepney
Tussen de eilandgroepen vlieg je, en wie ruim van tevoren boekt betaalt fors minder dan wie het onderweg regelt. Binnen een groep vaar je met ferry’s en bangka’s, meestal voor een tientje.
Op de eilanden zelf huur je een scooter, vanaf zes euro per dag, en daarmee doe je alles. In Manilla rijdt de jeepney, de kleurrijke omgebouwde legertruck die het straatbeeld bepaalt en waarvan een rit ongeveer twintig cent kost: het goedkoopste vervoer van onze hele route. Op Boracay zijn gewone voertuigen verboden en rijd je met een elektrische trike. Alles op een rij staat in vliegen, varen en rijden op de Filipijnen.
Wat een reis hier kost
Reken op ongeveer vijfendertig euro per dag voor het hele land. Ter plekke valt het mee: op Siquijor kom je uit op achttien euro per dag, op de meeste eilanden op twintig, en de duurste stops komen niet boven de vijfentwintig. Een bed kost zes tot negen euro en een maaltijd twee tot drie.
Het verschil zit dus niet in wat je ter plekke uitgeeft maar in wat je tussen de eilanden kwijt bent. Dat is bijna helemaal water en lucht, en het is precies waar je op kunt sturen. Hoe dat uitpakt staat in wat kost backpacken op de Filipijnen.
Neem overal meer contant geld mee dan je denkt nodig te hebben. Op de kleinere eilanden staat geen betrouwbare geldautomaat, en waar er wel een staat is hij regelmatig leeg.
Visum: 30 dagen, en let op je uitreisticket
Nederlandse en Belgische reizigers mogen tot maximaal dertig dagen visumvrij naar de Filipijnen, en dat is korter dan bij de buurlanden. Verlengen kan vaak gewoon ter plaatse.
Eén ding is hier belangrijker dan elders: je moet je uitreisticket bij aankomst kunnen laten zien, en er wordt hier vaker naar gevraagd dan in de rest van de regio. Heb je nog geen doorreisticket, dan regel je een uitreisticket. Wat er per land geldt staat op onze visumpagina.
Waarom je terugkomt
Er is geen reiziger die de Filipijnen in één keer af heeft. Daarvoor liggen de eilanden te ver uit elkaar en zijn het er te veel, en dat is meteen de charme: je kiest een hoek van het land en die doe je goed, in plaats van een rondje langs alle bekende namen.
Dat maakt het ook een land dat zich niet laat afvinken. De reizigers die er het meeste aan hebben gehad zijn bijna altijd degenen die op één eiland langer bleven dan gepland, omdat de boot toch niet ging of omdat het gewoon beviel.
Zijn de Filipijnen geschikt als eerste bestemming in Azië?
Ja, en op één punt zelfs makkelijker dan de buurlanden: bijna iedereen spreekt Engels. Je hoeft nooit met handen en voeten te overleggen over een bus of een kamer, en dat scheelt in het begin veel gedoe.
Waar het lastiger is dan Thailand of Vietnam is de logistiek. Er is hier geen doorgaande route die zichzelf uitlegt, want elke stop vraagt om een boot of een vlucht, en die moet je vooruit regelen. Voor een eerste reis zouden we daarom binnen één eilandgroep blijven: alleen Palawan of alleen de Visayas is een complete reis van twee tot drie weken, en dan is de planning ineens overzichtelijk.
Neem ook meer tijd dan je denkt nodig te hebben. Dertig dagen visumvrij klinkt als veel, en op een kaart met zevenduizend eilanden is het dat niet. Hoe je de stops aan elkaar knoopt staat in onze routeblog van de Filipijnen, en de vijf ervaringen die het langst blijven hangen in de 5 beste ervaringen op de Filipijnen.



