De standaardroute door Cambodja is kort: Siem Reap voor de tempels, Phnom Penh voor de geschiedenis, dan door naar de kust. Battambang ligt daar precies tussenin en wordt door de meeste reizigers overgeslagen, meestal omdat het niemand is opgevallen dat het er is.
Dat is jammer, want dit is de tweede stad van het land en tegelijk de rustigste stop van je hele route. Koloniale gevels langs een rivier, een kunstscene die niemand tot attractie heeft gemaakt, en meteen achter de stad de vlakte waar Cambodja zijn rijst verbouwt.
Dit stuk gaat over de vraag of je die twee dagen moet nemen en hoe je ze indeelt. Wat er allemaal te doen is, en waarom het de moeite is, staat los uitgewerkt in de highlights van Battambang.
Wat de omweg je echt kost
Twee nachten en één busrit. Vanuit Siem Reap ben je er in ongeveer drie uur, vanuit Phnom Penh in vijf tot zes. Je hoeft er niets extra voor te vliegen en je hoeft je route niet om te gooien.
En er is een groep reizigers voor wie het helemaal geen omweg is: wie over land doorreist naar Thailand. De grens bij Poipet ligt maar twee uur naar het westen en vandaar rijden de bussen door naar Bangkok. Ga je die kant op, dan ligt Battambang letterlijk op je weg en kost die stop je alleen de nachten die je er slaapt. Hoe de hele route in elkaar zit staat in onze routeblog van Cambodja.
De enige echte keuze: de bus of de boot
Vanuit Siem Reap vaart er ook een boot. Acht uur over de Tonlé Sap, langs drijvende dorpen, vissers en huizen op palen, met water tot aan de horizon. Dat is geen vervoer meer maar een dagbesteding, en je ziet een kant van het land die je vanaf de weg volledig mist.
Daar zit dus de rekening: de boot kost je een hele dag, de bus een ochtend. Heb je in Cambodja een dag te veel, neem dan de boot. Heb je er een te weinig, neem de bus en geef die dag aan de fiets. Beide beslissingen zijn goed, maar neem hem vooraf, want je boekt geen boot meer op de ochtend zelf. Alle verbindingen staan in onze gids over vervoer in Cambodja.
Ons oordeel: de boot als de dag over is, anders de bus zonder spijt
Dag één: de berg, en de volgorde maakt alles uit
Je eerste hele dag draait om één heuvel, Phnom Sampeau, twaalf kilometer buiten de stad. Daar zitten twee dingen op elkaar gestapeld: boven in de berg de Killing Caves, een gedenkplaats uit de tijd van het Rode Khmer-regime, en beneden aan de voet de grot waar elke avond drie miljoen vleermuizen uit komen.
De fout die mensen maken is de volgorde. Ga eerst naar boven, in de middag, en wees daarna beneden op tijd. De entree voor de hele berg is ongeveer €2,50 en de klim is steil en schaduwloos, dus laat je voor een euro vijftig door een moto omhoog brengen. Voor de vleermuizen hoef je niets te betalen en niets te regelen: je haalt een drankje bij een kraampje onder aan de berg en je gaat zitten. Ze komen rond kwart voor zes en het houdt twintig minuten niet op.
Wees er ruim voor zessen, dus vertrek uit de stad rond vier uur. En check je koplamp voor je gaat, want je rijdt in het donker terug. Een tuktuk voor die halve dag kost ongeveer €10 en dat is voor twee personen meestal de rustigste oplossing.
Dag twee: vroeg de stad uit, en de middag vrij
De tweede dag hoort om te beginnen. Het land hier is kurkdroog vlak, dus een fiets is genoeg, en binnen tien minuten trappen zit je tussen rijstvelden, viskwekerijen en erven waar rijstpapier ligt te drogen. Een tour met gids kost vanaf zo’n €20 voor een halve dag; wil je het zelf doen, dan huur je een scooter voor rond de €7. Ga in beide gevallen vroeg, want tussen maart en mei loopt het hier op naar zevenendertig graden.
Eén ding is geen advies maar een regel: blijf op de verharde wegen en de gemarkeerde paden. In deze provincie liggen nog landmijnen, en je pakt niets op dat metaal lijkt.
Voor de middag blijft dan de bamboetrein over, en dat is precies de goede plek in je dag: veertig minuten, ongeveer €5, en daarna heb je niets meer nodig. Vraag je chauffeur wel welke van de twee lijnen hij bedoelt, want er is een oude en een nieuwe en dat zijn twee verschillende ritjes.
Waarom deze stad anders voelt dan de rest van je route
In Siem Reap en Phnom Penh sta je in een rij. Hier is geen rij, geen hek en geen kassa. Battambang is gewoon een Cambodjaanse provinciestad die zijn eigen gang gaat en waar toevallig kunst aan de muren staat, en dat is het hele verschil.
Dat merk je ‘s avonds het duidelijkst. Rond zessen loopt de boulevard langs de Sangker vol met mensen die er niet voor jou zijn: sporten, rondrennende kinderen, plastic stoeltjes en borden eten van een paar euro. Je kijkt niet naar iets, je zit er gewoon bij. Speelt het Phare-circus in de dagen dat je er bent, dan is dat de mooiste avond die deze stad te bieden heeft, en dat vraag je bij aankomst na in je hostel, want het draait niet elke dag.
Waar je slaapt en wat het kost
Reken op een kleine €17 per dag, en daarmee is dit een stuk goedkoper dan de stad waar je vandaan komt. Een bed kost ongeveer €5, een bord eten €2 en een biertje €0,60. De hostels zitten bijna allemaal in het centrum, op loopafstand van de rivier.
Welke buurt en hoeveel nachten wij aanraden staat in onze reisgids voor Battambang, en wat een reis door het hele land kost in wat kost backpacken in Cambodja.
Wanneer je hem beter bewaart
Heb je maar een week voor Cambodja, dan wordt het lastig. Siem Reap en Phnom Penh vragen allebei minstens twee dagen en de eilanden minstens drie, en dan is er geen ruimte meer. Battambang is de stop die je dan doorschuift naar een volgende keer, en daar zit geen schande in.
Reis je in maart, april of mei, dan begin je hier vroeg en houd je de middag leeg, want zevenendertig graden op een fiets is geen plan. In het regenseizoen staan de rijstvelden onder water en is dit landschap juist op zijn mooist, al worden de zijwegen dan modderig. Welke maanden voor je hele reis het beste uitkomen staat in wanneer ga je naar Cambodja.
Is Battambang de omweg waard?
Met tien dagen of meer voor Cambodja: ja. Twee nachten en drie uur bus vanaf Siem Reap, en je krijgt er de goedkoopste en rustigste stop van je route voor terug. Reis je over land door naar Thailand, dan is het zelfs geen omweg maar een tussenstop op de weg naar Poipet.
Met een week is het antwoord nee, en dat zeggen we liever eerlijk dan dat je je halve route gaat verbouwen. Geef die dagen dan aan Angkor of aan Koh Rong.
Ga je wel, dan is de indeling simpel. Eerste hele dag: in de middag de berg op, om vier uur naar beneden, om kwart voor zes zit je bij de grot. Tweede dag: vroeg op de fiets de stad uit, de middag voor de bamboetrein, en om zes uur naar de rivier. Dan heb je Battambang gezien zoals hij werkt, en niet zoals hij in een lijstje past.





