Vraag tien reizigers wat Vietnam is en je krijgt tien verschillende antwoorden. De een heeft het over mistige bergpassen en homestays waar je aan één tafel eet, de ander over lampionnen boven een rivier, en de derde over veertien miljoen mensen en een scooterstroom die niet stopt.
Ze hebben alle drie gelijk. Vietnam is ruim zestienhonderd kilometer lang en niet veel breder dan Nederland, en dat maakt het noorden, het midden en het zuiden tot drie gebieden die weinig gemeen hebben. Ander klimaat, ander landschap, andere keuken, ander tempo. Wie hier drie weken doorbrengt heeft niet één land gezien maar drie.
Vietnam in het kort
Vietnam ligt langs de oostkust van het vasteland van Zuidoost-Azië, met Laos en Cambodja aan de westkant en China in het noorden. De kustlijn is ruim drieduizend kilometer lang, de gemiddelde dagtemperatuur ligt rond de achtentwintig graden en de officiële taal is Vietnamees. In de toeristische gebieden wordt steeds vaker Engels gesproken.
Betalen doe je in Vietnamese dong. Je wordt hier vanzelf miljonair: bedragen lopen al snel in de honderdduizenden, en het scheelt om de eerste dag even rustig te kijken hoeveel nullen er op een briefje staan.
Waarom het land zo lang en zo smal is
Die vorm bepaalt bijna alles aan een reis hier. Het land loopt van de Chinese grens tot de Mekongdelta, en op sommige plekken is het maar een paar tientallen kilometers breed. Daardoor liggen de bergen, de kust en de rijstvlakten vaak op een uur van elkaar, terwijl noord en zuid twee dagen reizen uit elkaar liggen.
Praktisch betekent het dat je route bijna vanzelf een rechte lijn wordt: van Hanoi naar Ho Chi Minh City, of andersom. Wat je onderweg doet is de keuze, niet welke kant je op gaat.
Drie klimaten in één land
Dit is het enige land op onze route waar de vraag naar de beste reistijd geen enkel antwoord heeft. In januari zit je in Hanoi in een grijze motregen van zeventien graden terwijl het in Ho Chi Minh City tweeëndertig graden en droog is. In juli regent het in het zuiden terwijl Nha Trang in de zon ligt.
Dat klinkt lastiger dan het is, want het betekent vooral iets goeds: er is bijna geen maand waarin het nergens in Vietnam goed weer is. Je past je route aan op je maand, niet je maand op je route. Welke regio wanneer op zijn best is staat helemaal uitgewerkt in wanneer ga je naar Vietnam.
Het noorden: bergen, mist en rijstterrassen
Boven Hanoi begint het gebied waar de meeste reizigers hun mooiste dagen beleven. Sapa ligt op vijftienhonderd meter met rijstterrassen die in september goudgeel staan, en verder naar het oosten ligt de Ha Giang Loop: driehonderdvijftig kilometer over bergpassen tegen de Chinese grens.
Dichter bij Hanoi liggen Ninh Binh en Cat Ba, waar kalkstenen rotsen uit het water en uit de rijstvelden omhoogsteken. Het noorden heeft vier echte seizoenen, dus neem een trui mee als je hier in de winter bent. In Sapa valt af en toe zelfs sneeuw.
Centraal-Vietnam: geschiedenis en de kortste goede periode
Het midden is smal en compact. Phong Nha heeft een nationaal park met zo’n vierhonderd grotten, Hue de Keizerlijke Citadel en de graftombes langs de rivier, en Hoi An een oude stad met achthonderd monumenten die na zessen in het licht van de lampionnen staat.
Let hier op de kalender. Dit is de natste regio van het land: september tot en met november is hier het regenseizoen, met kans op overstromingen in Hue en Hoi An en grotten in Phong Nha die dichtgaan. De beste periode is februari tot en met april, en die valt precies buiten wanneer de meeste mensen komen.
Het zuiden: hitte, delta en de grote stad
Ho Chi Minh City heeft veertien miljoen inwoners en is luider, warmer en moderner dan Hanoi. Hier zit ook het zwaardere deel van de reis: het War Remnants Museum in de stad en de Cu Chi-tunnels op veertig kilometer vertellen samen het verhaal van de oorlog.
Onder de stad ligt de Mekongdelta, waar het leven zich grotendeels op het water afspeelt. Verder naar de kust liggen Nha Trang, Mui Ne, Da Lat in de bergen en Phu Quoc voor wie op een eiland wil eindigen. Het zuiden is het simpelst te plannen: droog van ongeveer november tot en met april, op Phu Quoc vanaf december, en nat daarna.
De keuken is een reden op zich
Voor veel reizigers is het eten het beste van Vietnam, en dat is geen overdrijving. Pho, de noedelsoep die je hier bij het ontbijt eet. Banh mi, het stokbrood dat een overblijfsel is van de Franse tijd en dat inmiddels beter is dan het origineel. Bun cha in Hanoi, cao lau in Hoi An, verse loempia’s overal.
En de koffie. Vietnam is een van de grootste koffieproducenten ter wereld en drinkt hem sterk, met gecondenseerde melk, over ijs. Een maaltijd kost je hier ongeveer anderhalve euro, dus je kunt rustig alles proberen. Meer staat in eten en drinken in Vietnam.
Beleefdheid werkt hier anders dan thuis
De Vietnamese bevolking staat bekend als gastvrij en nieuwsgierig, en met een paar gewoontes kom je overal ver. Schoenen uit en schouders bedekt in tempels en pagodes. Iets aannemen of geven met beide handen. Een korte xin chào bij binnenkomst opent meer deuren dan je zou denken.
Het belangrijkste: word niet boos in het openbaar. Gezichtsverlies is hier een groot ding, en wie zijn stem verheft krijgt gegarandeerd minder voor elkaar dan wie rustig blijft glimlachen. Onderhandelen op de markt hoort erbij en gaat vriendelijk, niet fel. En maak geen foto’s van militaire gebouwen of uniformen. Meer daarover staat in regels en cultuur in Vietnam.
Een geschiedenis die je onderweg tegenkomt
Vietnam heeft een geschiedenis van duizenden jaren en invloeden uit China, Frankrijk en het eigen erfgoed zitten door elkaar heen. Je ziet het in de architectuur: een pagode naast een Frans koloniaal pand, met scooters die er middendoor rijden.
De twintigste eeuw is nooit ver weg. In het zuiden staan de musea en de tunnels, in het midden liggen de plekken langs de voormalige demarcatielijn, en in het noorden merk je vooral hoe snel het land sindsdien is opgebouwd. Het is geen zwaar land om doorheen te reizen, maar het loont om er één dag echt voor uit te trekken in plaats van er langs te lopen.
Reizen doe je ‘s nachts
De afstanden zijn groter dan de kaart doet vermoeden, en de oplossing is bijna altijd hetzelfde: je reist terwijl je slaapt. De slaapbus is het meest gebruikte vervoer van backpackers, met liggende stoelen en een prijs rond de tien euro. De nachttrein is duurder en prettiger, en verbindt de grote steden.
Voor de lange sprongen, bijvoorbeeld Hanoi naar Ho Chi Minh City, is vliegen goedkoop genoeg om te overwegen. En dan is er de motor: de Hai Van Pass langs de kust tussen Hue en Da Nang, of meerdere dagen op de Ha Giang Loop. Alle opties met prijzen en reistijden staan in onze gids over slaapbussen en nachttreinen.
Wat een reis hier kost
Vietnam is een van de goedkoopste landen van de route. Reken op ongeveer vijfentwintig euro per dag, met een bed vanaf zes euro, een maaltijd voor anderhalve euro en een biertje voor minder dan een euro. In dat dagbedrag zitten ook je verplaatsingen en de dingen die je onderweg boekt.
Waar het geld heen gaat is niet je eten maar je afstanden en de meerdaagse tochten. De Ha Giang Loop met een easy rider kost all-in zo’n vijfenveertig euro per dag, en een grottour in Phong Nha kan de duurste dag van je hele reis worden. Wat het precies optelt staat in wat kost backpacken in Vietnam.
Visum: 45 dagen, met één voorwaarde
Nederlandse en Belgische reizigers mogen tot maximaal vijfenveertig dagen visumvrij naar Vietnam. Wil je langer blijven, dan vraag je vooraf een e-visum aan.
Er zit wel een voorwaarde aan het visumvrij reizen: je moet een retour- of doorreisticket kunnen laten zien. Heb je dat nog niet, dan kun je een uitreisticket regelen. Wat er per land geldt hebben we bij elkaar gezet op onze visumpagina.
Waarom mensen langer blijven dan gepland
Bijna iedereen laat in Vietnam ergens zijn planning schuiven. Meestal is dat op de Ha Giang Loop, waar drie dagen er vier worden, of in Hoi An, waar een derde nacht een vijfde wordt.
Dat komt doordat dit land zich niet laat afvinken. De bekendste namen zijn de moeite waard, maar de dingen die blijven hangen zijn vaak de tussenstukken: een bus die stopt in een dorp, een kom pho op een plastic krukje, of het moment op een bergpas waarop je motor uitzet omdat je even wilt kijken.
Is Vietnam iets voor backpackers?
Ja, en het is een van de makkelijkste landen om mee te beginnen. Het is goedkoop, het eten is uitstekend, de infrastructuur voor reizigers is uitstekend geregeld en de klassieke route van noord naar zuid legt zichzelf uit: je hoeft weinig uit te zoeken om er goed doorheen te komen.
Waar het wel om vraagt is tijd. Twee weken is genoeg voor één helft van het land, drie weken voor de hele lijn als je doorreist, en vier weken als je ook nog wilt blijven hangen waar het bevalt. Probeer niet alles in tien dagen te proppen, want dan zit je vooral in een slaapbus.
En het klimaat vraagt om één keuze vooraf. Kijk eerst in welke maand je reist en welke regio dan het beste is, en bouw je route daaromheen. Doe je dat niet, dan kom je in oktober in Hoi An aan terwijl daar het water door de straten loopt. De hele route met alle stops staat in onze routeblog van Vietnam, en de vijf ervaringen die het langst blijven hangen in de 5 beste ervaringen in Vietnam.



