Vietnam voelt vanaf de eerste dag als een land waar alles kan. Scooters rijden over de stoep, een kraampje staat gewoon op de rijbaan en om zes uur ‘s ochtends zit de halve stad al op een krukje aan de pho. Die energie is precies waarvoor je komt, maar hij zegt weinig over hoe het land in elkaar zit.
Onder die chaos ligt een cultuur die draait om respect, kalmte en gezicht. Wie dat doorheeft, krijgt in Vietnam deuren open die voor de gehaaste toerist dichtblijven. En wie het niet doorheeft, staat voor hij het weet te schreeuwen tegen een marktvrouw die daarna helemaal niets meer voor hem doet.
Hieronder de ongeschreven regels die je reis makkelijker maken, en de paar geschreven regels die je echt moet kennen. Wat je in het land eet en drinkt staat apart in onze gids over eten en drinken in Vietnam.
Gezicht: waarom niemand boos wordt
De belangrijkste regel van Vietnam staat nergens op een bordje: word niet boos in het openbaar. Gezichtsverlies is hier een groot ding, voor jou en voor degene tegenover je. Een reiziger die zijn stem verheft omdat de bus te laat is of de rekening niet klopt, verliest op dat moment niet alleen zijn eigen gezicht maar ook dat van de ander, en daarmee elke kans dat het probleem nog wordt opgelost.
Wat wel werkt is precies het tegenovergestelde. Rustig blijven, glimlachen, de vraag nog een keer stellen. Onderhandelen op de markt doe je met een lach, niet met een frons. En kritiek geef je nooit waar anderen bij zijn. Wie dat volhoudt, merkt dat Vietnamezen opvallend vriendelijk en nieuwsgierig zijn en dat je makkelijk contact maakt.
Xin chào en twee handen
Een groet in het Vietnamees opent deuren. “Xin chào” is genoeg, en je hoeft het niet perfect uit te spreken. Wie het probeert, krijgt bijna altijd een lach terug.
Geef en ontvang dingen met twee handen: geld, een kaartje, een kop koffie. Gooi geld of kaartjes nooit achteloos op tafel, ook niet bij een kraampje waar je haast hebt. Het is een klein gebaar dat in Vietnam veel zegt over hoe je tegenover de ander staat.
Hoofd hoog, voeten laag
Het hoofd is het hoogste deel van het lichaam, letterlijk en figuurlijk. Raak dus nooit iemands hoofd aan, ook niet dat van een kind, hoe schattig het ook is. De voeten zijn het laagste deel: wijs er niet mee naar iemand, leg ze niet op een stoel en richt ze in een tempel nooit naar het beeld.
Tempels en pagodes
Vietnam staat vol tempels en pagodes, en ze zijn nog altijd in gebruik. Schoenen gaan uit voordat je naar binnen gaat en je schouders en knieën zijn bedekt. Neem een dunne sjaal of een lange broek mee in je dagtas, dan hoef je nergens rechtsomkeert te maken.
Binnen ben je stil, loop je om biddende mensen heen en raak je de beelden niet aan. Dit geldt ook op plekken die als bezienswaardigheid aanvoelen: de pagodes van Hue, de tempels van Hanoi en de Cham-tempels bij Hoi An zijn voor de mensen die er komen geen museum.
Onderhandelen, prijzen en de kleermaker
Op de markt hoort onderhandelen erbij, rustig en met een glimlach. Bij een kraampje zonder bordje spreek je de prijs vooraf af, en voor een rit neem je Grab, want dan staat de prijs vast en hoef je niet te onderhandelen. Wat backpackers in Vietnam geld kost is bijna nooit diefstal, maar onduidelijkheid over de prijs achteraf. Zie de reisgids van Hanoi.
Een paar situaties waar je vooraf duidelijk wilt zijn. Bij de kleermakers van Hoi An leg je de stof, de prijs en het aantal pasbeurten vast voordat er geknipt wordt, en je laat geen pak maken op je laatste dag. Bij een bootje op de rivier vraag je of de fooi voor de bootvrouw al in de prijs zit, en bij de roeiers van Ninh Binh spreek je die fooi vooraf af, meestal een paar euro per boot. Bij vis vraag je de prijs per kilo en laat je het gewicht op de weegschaal zien. En een cyclo die je een rondrit voor bijna niets aanbiedt, laat je staan.
Het verkeer: oversteken is een vaardigheid
Het verkeer in Hanoi en Saigon is voor veel reizigers de grootste cultuurschok, en het heeft zijn eigen regel: je steekt over in een rustig, constant tempo, en het verkeer stuurt om je heen. Niet rennen, niet aarzelen, niet halverwege stoppen. Juist dan wordt het onvoorspelbaar.
Langs de weg houd je je telefoon in je zak. Rukdiefstal vanaf een scooter gebeurt echt, vooral in Saigon en Hanoi, dus draag je tas aan de kant van de stoep en met de sluiting naar je lichaam. In een open tuktuk of achterop een Grab-scooter geldt hetzelfde. Bij Train Street in Hanoi blijf je achter het afgezette lijntje en volg je de tijden van het personeel.
De scooter en de wet
De scooter is de mooiste manier om Vietnam te zien en tegelijk de plek waar het vaakst misgaat. Een paar dingen die de wet zegt en die je verzekering ook zegt. Zonder geldig internationaal rijbewijs met de juiste categorie ben je niet verzekerd, hoe klein het ongeluk ook is, en in de provincie Ha Giang controleert de politie daar sinds 2023 actief op. Een helm is verplicht en daar wordt op gecontroleerd, van Hue tot Nha Trang. Rijden na een paar biertjes is een slecht idee, ook omdat de politie in Nha Trang actief op alcohol controleert.
Praktisch: geef je paspoort nooit af als borg bij een verhuurder, een kopie is genoeg. Maak foto’s van de scooter met alle bestaande krassen voordat je wegrijdt, want de discussie bij het inleveren is een bekend probleem. En heb je nog nooit op een scooter gezeten, dan zijn Hanoi, Saigon en de Ha Giang Loop de slechtst denkbare plekken om het te leren. Neem daar een Easy Rider en kijk om je heen. Zie de reisgids van de Ha Giang Loop.
Foto’s: wat je niet fotografeert
Maak geen foto’s van militaire gebouwen, uniformen of posten. Dat is in Vietnam geen kwestie van beleefdheid maar van de wet, en je wilt niet uitleggen waarom je een kazerne fotografeerde.
Bij mensen vraag je het even. En let op waar je staat: de gele muren met bloembakken in Hoi An zijn de voorgevels van iemands huis, dus ga daar niet ongevraagd poseren. In Sapa lopen vrouwen uit de dorpen soms de hele dag met je mee. Dat is gastvrij, maar ze verwachten aan het eind dat je iets van ze koopt. Zeg meteen bij het begin duidelijk ja of nee, dat is voor iedereen prettiger. Koop niets van kinderen die met je meelopen, hoe lastig dat ook is. Zie de reisgids van Sapa.
In de homestay
Op de Ha Giang Loop en in de dorpen rond Sapa slaap je bij mensen thuis, en dat werkt anders dan een hostel. Je eet wat de familie die avond kookt: een tafel vol schaaltjes die je met z’n allen deelt, en iedereen pakt van alles. ’s Avonds gaat de rijstwijn rond. Hij is sterker dan hij smaakt, en je zit de volgende ochtend wel weer op een scooter, dus één glas is gezellig en drie is een probleem.
Het is er simpel en ‘s nachts koud, zeker in de bergen. Dat is niet iets om over te klagen, dat is precies waar je voor kwam.
De basishouding die je overal ver brengt
Rustig blijven, glimlachen, twee handen, schoenen uit, prijs vooraf. Wie die vijf onthoudt, hoeft de rest niet uit zijn hoofd te leren. Vietnam is een land waar mensen graag contact maken met reizigers die de moeite nemen, en die moeite is klein: een groet, een beetje geduld en het besef dat jij hier te gast bent.
En wijk af en toe van je planning af. Stop bij dat kleine restaurant zonder Engelse menukaart, maak een praatje met de verkoper, stap uit in een dorpje waar bijna geen toeristen komen. De mooiste herinneringen aan Vietnam ontstaan zelden bij de bekende highlights, maar onderweg.
Per stad staat op de landenpagina van Vietnam wat je er doet, waar je slaapt en wat een dag kost.
Hoe weet je in Vietnam of iets wel of niet kan?
Kijk naar de mensen om je heen en doe wat zij doen. Staan de schoenen bij de deur, dan gaan die van jou ook uit. Zit iedereen rustig te wachten, dan wacht jij ook. Onderhandelt de vrouw voor je met een lach, dan doe jij dat ook.
Twijfel je, kies dan altijd de rustige kant: stem laag, handen zichtbaar, een glimlach erbij. In Vietnam is bijna niets een probleem zolang je het rustig aanpakt, en bijna alles een probleem zodra je begint te schreeuwen. De enige harde grenzen zijn de wet: het rijbewijs op de scooter, de helm en de foto’s van alles wat militair is. Die drie onthoud je, de rest voel je vanzelf aan.



