Er zit een patroon in Cambodja waar bijna iedereen in trapt. Je boekt twee nachten Kampot als tussenstop tussen Phnom Penh en de eilanden, je komt aan bij de rivier, en drie dagen later zit je er nog. Het gaat zo vaak zo dat je er bijna op kunt rekenen.
Het gekke is dat dat niet komt doordat er zoveel te doen is. Kampot heeft geen strand, geen tempelcomplex, geen museum en geen uitgaansbuurt. Er is geen enkele bezienswaardigheid waar je vanuit Nederland een vliegticket voor koopt. Wat er wel is, is een plek waar niets je opjaagt, en dat blijkt in een route vol tempels en geschiedenis verrassend veel waard.
Dit stuk gaat dus niet over wat je in Kampot kunt doen. Dat staat compleet in de highlights van Kampot. Dit gaat over waarom die twee nachten er bijna altijd drie of vier worden, wat die extra nacht je kost en wanneer je hem beter niet neemt.
Waarom je hier tot rust komt en in de rest van Cambodja niet
Kijk naar de stops ervoor. In Siem Reap sta je om half vijf op voor de zonsopkomst bij Angkor en loop je daarna de hele dag door de hitte langs tempels. In Phnom Penh doe je Tuol Sleng en de Killing Fields, en dat is een dag waar je stil van wordt. Beide plekken zijn de reden dat je naar Cambodja komt, en beide vragen iets van je.
Dan kom je aan in een stadje van niks aan een bruine rivier, met koloniale gevels die niemand heeft opgeknapt en een markt waar je in tien minuten door bent. Er is geen lijst die je afwerkt. De eerste ochtend merk je dat je voor het eerst in twee weken niets hebt waar je op tijd moet zijn, en dat is precies het moment waarop mensen hun bus omboeken.
Het scheelt ook dat de stad klein is. Je loopt overal naartoe, je komt in drie dagen dezelfde mensen tegen in hetzelfde café, en je hoeft nooit iets te regelen om de deur uit te kunnen.
De dag heeft hier twee uren die vastliggen
Zeven uur ‘s ochtends en zes uur ‘s avonds. Daartussen ligt alles open.
Om zeven uur is het koel en zijn de wegen buiten de stad leeg. Dat is het uur waarop je de scooter pakt, zonder plan de zoutpannen en de peperplantages in rijdt en om half elf terug bent voordat de zon er echt in gaat hangen. Eén regel hoort erbij: blijf op de verharde weg. Op het Cambodjaanse platteland ligt nog oude munitie in de grond, en een leuk uitziend karrenspoor is dat risico niet waard.
Om zes uur schuift de halve stad naar het water. Niet omdat er iets begint, gewoon omdat de zon achter de bergen aan de overkant zakt. Je regelt er niets voor en het kost je niets.
En daartussen doe je dus weinig. Dat is geen verloren dag, dat is waar je voor betaalt.
De twee dingen die je hier wel moet plannen
Bokor is het enige in Kampot waar het weer over jou beslist. Boven op de berg hangt vaak wolk, ook als het beneden strak blauw is, en dan zie je van het uitzicht over de Golf van Thailand niets. In het regenseizoen, van mei tot augustus, kan dat dagen achter elkaar duren. Kijk dus eerst naar de top voordat je vertrekt en ga anders morgen. Een berg die je niet ziet is een dag die je aan de rivier had kunnen doorbrengen.
Het kajakken door de Green Cathedral wil je bij zonsondergang doen, niet ergens midden op de dag. Dezelfde mangroves zijn tussen twaalf en drie gewoon warm en stil, en tegen zessen zakt het licht laag tussen de takken door en zijn de vogels wakker. Het verschil is groter dan je zou denken, en het is het enige waarvoor we in Kampot een tijdstip zouden vastleggen.
Wat een extra nacht je kost
Kampot is met zo’n €17 per dag een van de goedkoopste stops van het land, en dat is de tweede helft van de verklaring. Een bed kost ongeveer €5, een bord eten €2,50 en een biertje €0,60. Een dag langer blijven kost je hier minder dan één lunch met een cocktail op Koh Rong.
Dat is precies waarom de weerstand ontbreekt. Op de eilanden of in Siem Reap ga je bij een extra nacht nog even rekenen. Hier gebeurt dat niet.
Waar die dagen vandaan komen
Ergens moeten ze wel vandaan komen, en daar willen we eerlijk over zijn. Heb je een week voor Cambodja, dan is de rekening hard: Siem Reap vraagt twee dagen, Phnom Penh twee, en Koh Rong is zonde als je er niet minstens drie neemt. In dat geval zijn twee nachten Kampot precies goed en stap je op de derde ochtend op de bus.
Heb je tien dagen of meer, dan is die extra nacht bijna gratis. Kampot ligt namelijk nergens uit de route: Phnom Penh is vier uur met de bus, Sihanoukville twee, en wie doorreist naar Vietnam steekt bij Ha Tien de grens over richting Phu Quoc. Je schuift je route dus één dag op zonder een stop te laten vallen. Hoe het geheel in elkaar zit staat in onze routeblog van Cambodja, de verbindingen zelf in onze gids over vervoer in Cambodja, en wat de hele reis kost in wat kost backpacken in Cambodja.
Hoeveel dagen wij aanraden en in welke buurt je het beste slaapt, dat staat in onze reisgids voor Kampot.
Voor wie twee nachten genoeg is
Niet iedereen valt hiervoor, en dat is geen gebrek aan de stad of aan jou.
Reis je met een strakke planning en wil je aan het eind van je reis het gevoel hebben dat je Cambodja gezien hebt, dan gaat Kampot je frustreren. Je kunt hier in twee dagen alles doen wat er te doen is, en daarna begint het deel waarop je niets meer hoeft. Dat deel is voor de ene reiziger het hele punt en voor de andere een gat in de planning.
Zoek je een strand, dan begint het echte water pas op de eilanden: de rivier hier is mooi maar bruin. En wil je een avond uit, bewaar die dan voor Koh Rong of Siem Reap. Kampot heeft gezellige bars aan de kade en daar houdt het op, en dat is precies waarom de mensen die hier blijven hangen er blijven hangen.
Kom je tussen november en april, dan heb je droog weer, helder zicht vanaf Bokor en de grootste kans dat je aan het eind van je tweede dag je bus omboekt. Welke maanden verder goed uitkomen staat in wanneer ga je naar Cambodja.
Hoe lang blijven mensen hier dan echt?
Op papier twee dagen. Daarin zie je de ochtend op het platteland, de berg en het water, en dan heb je Kampot gehad zoals een reisgids hem bedoelt.
In de praktijk zijn het er drie of vier. De derde dag is de eerste waarop niets meer moet, en dat is de dag die mensen zich naderhand herinneren: een fiets van €2, een uur in het water bij een plek die je zelf tegenkwam, en om zes uur weer op de kade. Wij zouden er daarom twee inplannen en in je hoofd twee vrij houden.
En wees eerlijk over waar die vrije dagen heen gaan. Reis je met een krap schema, hak dan hier de knoop door in plaats van later je vlucht te moeten omgooien: twee nachten en dan doorrijden naar de kust is een volstrekt verdedigbare keuze.






