In Tanjung Puting wordt je dag geregeld door de orang-oetans, en die houden zich aan de klok. Om negen uur in het ene kamp, ‘s middags in het andere, en daartussen glijdt je klotok over de Sekonyer terwijl jij op het bovendek naar de oevers tuurt. Een tak beweegt. Een rode vacht. De kok zet koffie.
Op de kaart zijn het maar drie plekken langs één rivier. In het echt is het een tocht die elk uur iets anders laat zien: neusapen die over het water springen, een rivier die van kleur verschiet, vuurvliegjes die een hele boom laten oplichten. Je hoeft er niets voor te regelen behalve je boot. De rest komt naar je toe.
Wat zijn de momenten die je niet wilt missen, en wat doe je als je een dag extra op de rivier hebt?
Hoe je er komt, hoeveel dagen je nodig hebt en hoe je een goede klotok kiest, lees je in onze reisgids voor Tanjung Puting.
De ochtendvoedering bij Pondok Tanggui
Iedereen praat over Camp Leakey, maar het mooiste moment van de tocht ligt vaak een kamp eerder. Pondok Tanggui ligt stroomopwaarts van Tanjung Harapan en is het enige kamp met een voedering in de ochtend, rond negen uur. Het bos is dan nog koel, het licht valt schuin tussen de stammen door, en de jungle is wakker en luidruchtig.
Je loopt over een pad het bos in naar het platform, de ranger legt het fruit klaar en roept, en dan is het wachten. Eerst hoor je het: takken die kraken, bladeren die ritselen. Daarna zakt de eerste orang-oetan langs een stam naar beneden.
Omdat er hier minder boten aanleggen dan bij Camp Leakey, sta je er rustiger bij. Je hebt de ruimte om te kijken in plaats van te fotograferen, en dat blijkt achteraf het mooiste wat je kunt doen.
Ons oordeel: de voedering die de minste mensen noemen en de meeste mensen bijblijft
Camp Leakey en het zwarte water
Het bekendste kamp van het park ligt aan het eind van de tocht, en de weg erheen hoort bij het hoogtepunt. Op de laatste kilometers kleurt de rivier van melkbruin naar theezwart, en in dat donkere water spiegelen de bomen zo scherp dat je even niet weet waar de oever ophoudt.
Hier begon Biruté Galdikas in 1971 haar onderzoek naar orang-oetans, en hier leerden orang-oetans uit gevangenschap weer leven in het bos. Soms zitten er al een paar bij de steiger als je aanlegt. Het platform ligt een half uur lopen verderop, met een voedering rond twee uur ‘s middags, en daar zie je er soms tien tegelijk.
Kom wat eerder dan de voedertijd en loop het pad rustig af. De orang-oetans weten ook hoe laat het is, en wie op tijd is, ziet ze aankomen in plaats van alleen eten.
Ons oordeel: het beroemdste kamp, en die faam is volkomen terecht
Een nacht aan dek van je klotok
Als het donker wordt, legt de kapitein aan bij de oever en verandert het bovendek in je slaapkamer. De bemanning rolt de matrassen uit, hangt er een klamboe boven, en jij gaat liggen met de jungle aan drie kanten en de rivier onder je.
Het is geen hotelnacht. Je hoort alles: het water tegen de romp, een vogel die iets te melden heeft, een tak die ergens valt. Maar je wordt wakker midden in het park, en bij Camp Leakey zijn de gibbons die in de verte roepen je wekker.
Douchen gaat achterop, met water uit een ton. Daarna zet de kok koffie en staat er fruit klaar, en voor je het weet vaar je alweer.
Ons oordeel: een nacht die je niet in een lodge kunt nadoen
Neusapen en vuurvliegjes op de rivier
Tussen de kampen door is de rivier zelf het programma. Aan het eind van de middag zoeken groepen neusapen een slaapboom aan de oever, en dan springen ze van boom naar boom over het water. Neushoornvogels vliegen laag over de rivier, en met een verrekijker zie je pas hoeveel er in de bomen zit.
Na het eten komt het tweede deel. In sommige bomen langs de oever lichten honderden vuurvliegjes tegelijk op, zo regelmatig dat het lijkt alsof iemand een lichtsnoer heeft opgehangen. Je ziet het vanaf je eigen dek, terwijl de boot aangemeerd ligt.
Vraag de kapitein om de motor even uit te zetten. Na een paar minuten stilte hoor je pas hoe druk de jungle eigenlijk is.
Ons oordeel: het schouwspel dat niemand op zijn lijstje heeft en iedereen navertelt
Tanjung Harapan, je eerste kamp
Tanjung Harapan is het eerste kamp vanaf Kumai, en meestal ook je eerste kennismaking. Je hebt net je eerste lunch aan boord gegeten, de haven ligt achter je, en dan leg je aan voor de voedering van rond drie uur ‘s middags.
Het is het moment waarop het doordringt waar je bent. Geen hek, geen glas, alleen een platform in het bos en een orang-oetan die zelf beslist of hij komt. Omdat het je eerste keer is, kijk je hier misschien het scherpst van de hele tocht.
En het is een kamp met minder boten dan Camp Leakey. Ligt er bij Camp Leakey straks een hele rij klotoks aan de steiger, dan zijn Tanjung Harapan en Pondok Tanggui de kampen waar je het rustigst kijkt.
Ons oordeel: de eerste ontmoeting, en daarom een die blijft hangen
De nachtwandeling met je gids
Met een vierde dag op de rivier komt er iets bij dat in de klassieke tocht van drie dagen niet past: een wandeling door het bos als het donker is. Je gids neemt je mee met een hoofdlamp, en het bos dat overdag groen en stil leek, blijkt ‘s nachts vol leven te zitten. Kikkers, spinnen, slapende vogels op een tak vlak naast het pad.
Een goede gids ziet dingen die jij niet ziet, en dat merk je hier het meest. Neem een hoofdlamp met rood licht mee, een lange broek en muggenmiddel.
Ons oordeel: de beste reden om die vierde dag te boeken
Heb je tijd over in Tanjung Puting?
Een ochtendwandeling rond Camp Leakey
Op een vierde dag heb je bij Camp Leakey de ochtend vrij. Loop een stuk het bos in, bezoek het informatiecentrum over het onderzoek en ga ‘s middags nog een keer naar het platform. Elke voedering is anders.
Soto banjar in Pangkalan Bun
Slaap je een nacht in de stad, eet dan je ontbijt in een warung aan de rivier. Soto banjar is het gerecht van Kalimantan: een heldere kippensoep met kruidnagel en kaneel, en hier eet je die ‘s ochtends.
Pisang goreng bij de middagkoffie
Op de klotok eet je wat de kok kookt, en dat is vaak verrassend goed: rijst met tempeh, kip of gebakken vis van de markt in Kumai. Tussendoor komt er pisang goreng bij de koffie. Heb je een dieet, zeg het dan bij het boeken.
Een verrekijker en een rode hoofdlamp
Twee dingen die je tocht beter maken. Met de verrekijker vind je de neusapen en neushoornvogels in de boomtoppen, met de rode hoofdlamp zie je ‘s avonds de vuurvliegjes zonder ze te verstoren.
Onze vijf highlights van Tanjung Puting
Heb je drie of vier dagen op de rivier? Dan zouden wij deze vijf sowieso doen:
- De ochtendvoedering bij Pondok Tanggui, als het bos nog koel is
- Het zwarte water en het platform van Camp Leakey, met tijd om vroeg te komen
- Minstens een nacht aan dek, met gibbons als wekker
- De neusapen bij zonsondergang en de vuurvliegjes na het eten
- Een nachtwandeling met je gids, als je die vierde dag erbij neemt
Bij elk van de vijf geldt hetzelfde: de orang-oetans leven in het wild. Houd afstand, voer of raak ze nooit aan, stap opzij op het pad en praat zacht bij het platform.
Dus wat moet je echt gedaan hebben in Tanjung Puting?
Bij een voederplatform hebben gestaan terwijl een orang-oetan uit de bomen naar beneden kwam. Dat is het moment waarvoor je naar Kalimantan vliegt, en met drie kampen langs de rivier krijg je er drie kansen op. Zie je ze eens niet op het platform, omdat het bos vol fruit hangt, dan kom je ze vaak juist tegen vanaf de boot of op het pad.
Daarna is het de rivier die je bijblijft. De kleur van het water bij Camp Leakey, de neusapen in hun slaapboom, een nacht aan dek waarin je meer hoort dan je ooit in een stad hebt gehoord. Laat die uren tussen de kampen niet weglopen achter je telefoon: je hebt toch geen bereik.
En als je twijfelt tussen drie en vier dagen: neem er vier. Dan heb je de ochtend bij Camp Leakey, de nachtwandeling en tijd om gewoon te kijken.



