Kom je ‘s avonds aan in Labuan Bajo, op de westpunt van Flores, dan snap je het binnen een minuut. Tientallen houten zeilschepen liggen voor anker tussen de eilanden, en terwijl de zon zakt, kleurt dat hele decor van groen naar paars. Het stadje kruipt steil tegen de heuvel op, maar alles wat telt, vind je beneden aan het water.
Al die eilanden samen heten Komodo National Park. Op Komodo en Rinca ga je met een ranger te voet op zoek naar varanen die tot drie meter lang worden. Op Padar sta je na een halfuur klimmen boven drie baaien op een rij, elk in een eigen kleur. En waar de stroming tussen de eilanden door trekt, glijden manta’s voorbij met de spanwijdte van een auto. Wat ons betreft hoort dit stuk zee bij het mooiste van Azië, en dat is geen grootspraak.
West-Flores hoort bij de droogste streken van Indonesië. Grofweg van april tot en met november blijft het droog. April, mei en juni geven je groene heuvels en een vlakke zee, en van juli tot en met september worden de hellingen goudbruin en wordt het druk op het water. Tussen december en maart kan de zee flink tekeergaan, en dan gaat een boottocht soms niet door.
Reken erop dat je hier meer uitgeeft dan elders in het land, en dat komt vooral door de boten en het entreegeld van het park. Voor het stadje zelf zit je rond €35 per dag: ongeveer €12 voor een bed en €3 voor een maaltijd. De boot en het duiken tel je daar los bij op. En daarna? Dan rijd je het Flores in waar bijna niemand komt.
Waar staat Labuan Bajo om bekend?
Labuan Bajo is vooral bekend als uitvalsbasis voor Komodo National Park: varanen, het uitzicht vanaf Padar, manta’s en een strand met roze zand.
Begin bij de varanen. Komodo en Rinca zijn de plekken waar ‘s werelds grootste hagedissen nog vrij rondlopen, met een gespleten tong die de lucht proeft en een beet die barst van de bacteriën. Je wandelt er nooit alleen, maar steeds achter een ranger met een lange stok die aan het eind gevorkt is. Tussendoor spot je herten, wilde zwijnen en waterbuffels.
Dan Padar. Een halfuur traplopen en je staat op het uitkijkpunt dat je al honderd keer op foto’s zag: drie baaien naast elkaar, met strandjes van wit en roze zand. Tegenwoordig krijg je daar een vast blok toegewezen: kort na het ochtendgloren, halverwege de ochtend of in de late middag.
En dan het water. Rond Manta Point cirkelen manta’s, bij Batu Bolong zie je rifhaaien en dikke wolken vis, en schildpadden kom je op vrijwel elke duik tegen. Tel daar Pink Beach op Komodo en de zandbank van Taka Makassar bij op, en het lijstje is compleet.
Hoeveel dagen heb je nodig in Labuan Bajo?
Voor Labuan Bajo raden we 3 tot 4 dagen aan. Genoeg voor het park, een dag in het water en een avond tussen de grills van de avondmarkt.
3 dagen: het park in sneltreinvaart. Op dag één kom je aan, regel je je boot en ga je ‘s middags naar Batu Cermin. Op dag twee stap je om zes uur op de speedboot, die je langs Padar, de varanen, Pink Beach, Manta Point en Taka Makassar brengt. Dag drie is voor duiken bij Batu Bolong of snorkelen rond de eilandjes vlak bij het stadje.
4 dagen: onze favoriet. Dan heb je ruimte voor een houten zeilschip van drie dagen en twee nachten: wandelen op Rinca, vleerhonden die bij Kalong Island de lucht vullen, Padar bij zonsopgang en op de terugweg de manta’s.
Een week of langer: handig als je je duikbrevet wilt halen of Wae Rebo erbij pakt, het dorp hoog in de bergen van Zuid-Manggarai. Trek voor dat bergdorp zeker twee extra dagen uit.
Bouw in het regenseizoen een dag speling in, want een woelige zee kan je boottocht zomaar een dag doorschuiven.
Wat is de beste plek om te verblijven in Labuan Bajo?
Het stadje is klein maar steil, en juist die helling maakt je keuze makkelijk.
Langs de haven aan Jalan Soekarno Hatta: voor backpackers Aan deze straat langs het water zit bijna alles bij elkaar: hostels, duikscholen, de loketjes van de boottochten en de meeste eettentjes. Je boot vertrekt vanaf de haven of een van de steigers ernaast, dus ‘s ochtends sta je na een paar minuten wandelen aan boord. Heerlijk als de motor om zes uur al draait.
Hoger op de heuvel: voor het uitzicht Slaap je hogerop, dan kijk je neer op een haven vol zeilschepen. Daar staat wel elke avond een klim naar je bed tegenover. Gelukkig pikken veel bureaus je gewoon op bij je hostel.
Aan het strand bij de haven: voor zee voor weinig geld Een handvol adressen staat pal aan het water, en vanaf hun terras zie je de parkeilanden liggen. Alles is te voet te doen, en de zee ligt aan je voeten.
Welke plek raden wij backpackers aan?
Is het je eerste keer, kies dan een hostel langs de haven. Daar vind je makkelijk mensen om een boot mee te delen, en de steiger ligt op een paar minuten lopen.
Drie adressen springen eruit. Seaesta Komodo Hotel & Hostel is de naam die je overal hoort vallen. Op het grote dakterras boven zee ligt een zwembad dat op een lagune lijkt, met een bar en een restaurant erbij, en vier avonden per week speelt er live muziek. In elke slaapzaal draait de airco, en ieder bed heeft een gordijn, een leeslampje en een eigen kluisje met stroom. Het is er gezellig en luidruchtig, en dit is dé plek om met andere backpackers een boot te regelen.
La Boheme Bajo staat op het strand naast de haven, met de parkeilanden recht voor je neus. Kamers heb je met ventilator of met airco, en thee, koffie en water tap je van ‘s ochtends tot ‘s avonds gratis. Je kookt in de gedeelde keuken, speelt een potje pool, en er is altijd wel iemand die de gitaar pakt. Ideaal voor een klein budget, en betaal je contant, dan maak je ze blij.
Komodo Indah Hotel and Hostel vind je in dezelfde straat, en hier liggen de breedste stapelbedden van Labuan Bajo: 120 centimeter, elk met een gordijn, een lampje en een stopcontact. Airco heb je in alle kamers, iedere gast krijgt een kluisje, en de balie geeft je eerlijk advies over welke boottocht bij je past. Een fijne plek om op adem te komen na een paar nachten aan dek.
Wat kun je doen in Labuan Bajo?
Vrijwel elke dag hier start op de steiger: je vaart naar Padar, gaat op zoek naar de varanen van Komodo en Rinca, snorkelt of duikt met manta’s en zwemt bij Pink Beach. Op de dagen ertussen is het stadje zelf aan de beurt: de grot van Batu Cermin, de heuvel Sylvia als de zon ondergaat en gegrilde vis op de avondmarkt.
We hebben de beste plekken los uitgewerkt in de highlights van Labuan Bajo.
Hoe kom je in Labuan Bajo?
Labuan Bajo heeft zijn eigen vliegveld, Komodo Airport, en vandaar ben je in tien minuten bij de haven. Een rechtstreekse vlucht vanaf Lombok duurt ongeveer vijf kwartier en vanaf Bali ongeveer een uur, en er gaan elke dag meerdere toestellen. Kom je uit Kuta Lombok, dan ben je in een halfuur op het vliegveld van Lombok.
Liever over zee? Er varen meerdaagse bootreizen vanaf Lombok, in ongeveer vier dagen, met onderweg Komodo en Padar. Je slaapt aan boord, vaak aan dek, en je komt aan zonder een vliegveld te hebben gezien.
In het stadje kom je te voet overal, al zweet je op de hellingen. Wil je naar Batu Cermin, de heuvel Sylvia of de stranden, spring dan achterop een ojek of huur zelf een scooter, voor zo’n €5 per dag.
Wil je verder, dan rijd je oostwaarts over de kronkelende Trans-Flores-weg. Een gedeelde auto, een travel, pikt je op bij je hostel. Na een uur of vier ben je in Ruteng, bekend om zijn rijstvelden die eruitzien als een spinnenweb, en na zo’n tien uur in Bajawa. De meeste backpackers slapen een nacht in Ruteng. Rijd zoveel mogelijk overdag, want in het donker is de weg smal en onverlicht.
Is Labuan Bajo een bezoek waard?
Ja, en wat ons betreft is het de reden om naar Flores te gaan. Waar anders sta je ‘s ochtends tegenover een varaan van drie meter en drijf je ‘s middags boven een manta?
Boek wel op tijd. Sinds april 2026 mogen er nog maar 1.000 bezoekers per dag het park in, en in de drukke maanden van juli tot oktober zitten sommige dagen vol. Zorg dat je boot minimaal een paar dagen van tevoren vastligt, en check of je bureau je vergunning al binnen heeft. Voor een dagtocht betaal je ongeveer IDR 250.000 aan entree, zo’n €12,50, en voor drie dagen ongeveer IDR 650.000, zo’n €32,50. Die bedragen zijn de afgelopen jaren vaak aangepast, dus vraag naar het tarief van nu en of het al in je prijs zit.
Neem contant geld in roepia mee, want op de eilanden staat geen geldautomaat. Let bij je boot op reddingsvesten, een radio aan boord en sterke recente reviews, en kijk verder dan alleen de prijs. Sluit een reisverzekering af die ook duiken en snorkelen dekt.
Bij de varanen houd je een paar meter afstand en blijf je achter de ranger. Heb je een open wondje of ben je ongesteld, meld het hem dan, want een varaan ruikt bloed op grote afstand. Onder water laat je de manta’s en het koraal met rust, en je springt pas overboord als de bemanning het sein geeft. Wil je een drone de lucht in sturen, overleg dan eerst, want daarvoor heb je een aparte vergunning nodig.
Ons advies: vraag bij het boeken welk tijdvak je op Padar krijgt, en ga voor het eerste. Dat is het koelste uur van de dag, het licht is op zijn zachtst, en het uitzicht heb je binnen voordat de zon hoog staat.




