Pai, Thailand

Pai: alles wat je moet weten voor je bezoek

Reisgids 7 min lezen
Pai: alles wat je moet weten voor je bezoek

Pai is een bergdorp in het noorden van Thailand, op zo’n 600 meter hoogte in een dal tussen groene bergen. Vanaf Chiang Mai rijd je er in drie uur naartoe, over een weg met 762 bochten die onder backpackers een eigen reputatie heeft.

Grote bezienswaardigheden heeft Pai niet. Geen paleizen, geen tempelcomplexen waar je een halve dag zoet mee bent. Wat er wel is: rijstvelden, watervallen, hot springs en een dorp dat je in tien minuten doorloopt, met een hippievibe die hier al jaren blijft hangen en veel solo reizigers en digital nomads trekt.

Een dag in Pai begint met een scooter voor de deur. Je rijdt het dal in, stopt bij een uitzichtpunt, een waterval of een koffietentje langs de weg en bent binnen een half uur weer terug in het dorp. Tegen vijf uur gaat de Walking Street open en komt iedereen daar vanzelf weer samen voor streetfood en livemuziek.

Let wel op wanneer je komt. In maart en april is het brandseizoen, en omdat Pai in een dal ligt blijft de rook daar hangen: dat zijn de twee maanden die je hier het beste overslaat. In december en januari is het juist ijskoud bij zonsopkomst, een graad of tien, met een mistlaag onder de uitzichtpunten.

Waar staat Pai om bekend?

Pai staat bekend om de scooterritjes door het dal, de relaxte sfeer en de reputatie dat je er langer blijft dan je van plan was.

Het bekendste punt is Pai Canyon: smalle zandrichels tussen de heuvels, met uitzicht over het dal. De entree is gratis en rond zonsondergang is het licht er op zijn mooist. Hekken staan er niet en de afgronden zijn steil, dus het is geen plek om op slippers rond te scharrelen.

Verder ligt alles verspreid rondom het dorp, en dat is precies waarom bijna iedereen hier een scooter huurt. De Bamboo Bridge bij Boon Ko Ku So loopt tien kilometer ten zuiden van Pai dwars door de rijstvelden en kost ongeveer €1,50. De Land Split, de Pembok-waterval en Yun Lai Viewpoint liggen allemaal binnen een half uur rijden.

Ook de hot springs horen erbij. Sai Ngam ligt achttien kilometer buiten het dorp en Tha Pai zit dichterbij, allebei voor ongeveer €5. In de ochtend is het er het rustigst.

En dan is er de Walking Street, die rond vijf uur opengaat. Streetfood, kraampjes, kleine bars met livemuziek en voor een euro of twee eet je jezelf rond langs de kraampjes.

Hoeveel dagen heb je nodig in Pai?

Voor Pai raden we 3 dagen aan. Dat is genoeg voor de klassieke scooterronde door het dal, een dag waterplezier en één vroege ochtend.

2 dagen: het minimum. Dag één de ronde langs Pai Canyon, de Bamboo Bridge, de Land Split en de Pembok-waterval, dag twee tubing op de Pai-rivier of de hot springs van Sai Ngam. Voor een vroege ochtend is er dan geen ruimte.

3 dagen: wat ons betreft de beste lengte. Je houdt een dag over om voor zonsopkomst het dal in te rijden, als de zeemist onder de uitzichtpunten hangt, en daarna door te rijden naar de Tham Lod-grot, waar je met een vlot en een lantaarn doorheen gaat.

4 dagen of meer: voor wie het tempo van Pai echt wil oppakken. Een ochtend bij het zwembad, een lange lunch, een middag koffie met uitzicht over de bergen en verder niets.

Pai heeft niet voor niets de naam dat mensen voor twee dagen komen en twee weken blijven. Zet je volgende bestemming dus niet te strak vast in je planning.

Wat is de beste plek om te verblijven in Pai?

Pai is zo klein dat je vanaf vrijwel elke plek binnen een paar minuten in het centrum staat. Toch maakt het verschil waar je slaapt.

Rond de Walking Street: voor backpackers Hier zitten de meeste hostels, cafés, bars en restaurants van Pai. Overdag is het rustig, vanaf een uur of vijf verandert de straat in een gezellige backpackersstraat vol streetfood en livemuziek. Alles ligt op loopafstand en je regelt er ook je scooter, je tours en je vervoer.

Net buiten het centrum: iets meer rust Een paar minuten verderop slaap je een stuk stiller, terwijl je ‘s avonds nog steeds naar de Walking Street loopt. Fijn als je merkt dat je toch langer blijft dan gepland.

Verder het dal in: natuur en uitzicht Rondom Pai liggen bungalows tussen de rijstvelden en tegen de heuvels, met uitzicht dat je in het dorp niet krijgt. Reken er dan wel op dat een scooter geen luxe meer is maar noodzaak.

Welke plek raden wij backpackers aan?

Kom je voor het eerst in Pai, kies dan iets rond de Walking Street. Je loopt ‘s avonds zo naar de kraampjes en de bars, en andere reizigers kom je hier vanzelf tegen.

Op onze bestemmingspagina noemen we drie hostels die er bij backpackers uitspringen: Common Grounds Pai voor solo reizigers die snel mensen willen leren kennen, K-Bunk Hostel Pai (Walking Street) voor een moderne, sociale plek middenin het centrum zonder dat het meteen een partyhostel is, en Revolution Hostel Pai als je juist wel de poolparty’s en de drukte zoekt.

Wil je na een paar avonden liever stilte, ruil het dorp dan in voor een bungalow buiten het centrum. Een bed kost in Pai rond de vier euro, dus in prijs scheelt het weinig.

Wat kun je doen in Pai?

Pai draait om scooterritjes door de bergen, watervallen, hot springs, uitzichtpunten en avonden op de Walking Street.

Welke vijf daarvan we zelf zouden meepakken, hebben we uitgewerkt in de highlights van Pai.

Hoe kom je in Pai?

Bijna iedereen komt vanuit Chiang Mai. De minibus doet er drie uur over en kost een euro of vijf, en die rit is de reden dat Pai bekendstaat om zijn 762 bochten. Slik iets tegen wagenziekte, ook als je daar normaal geen last van hebt. Pai heeft daarnaast een klein vliegveldje met vluchten op Chiang Mai.

Ga je verder, dan rijden de meeste backpackers dezelfde weg terug naar Chiang Mai. Wie doorgaat, doet de Mae Hong Son-lus: een meerdaagse ronde door de bergen met nog eens 1.864 bochten.

In Pai zelf loop je. Het dorp doe je in tien minuten van de ene kant naar de andere, maar alles daarbuiten doe je op de scooter. Reken op ongeveer €4 per dag, en dat is hier bijna verplicht.

Is Pai een bezoek waard?

Wat ons betreft wel, maar niet om de bezienswaardigheden. Pai is een plek voor reizigers die het prima vinden om een dag zonder plan het dal in te rijden. Wil je elke ochtend een programma afwerken, dan zul je hier weinig vinden.

Waar je wel op moet letten is de scooter. Pai is de plek waar de meeste backpackers met verband om hun been rondlopen, en die schaafwond heet niet voor niets de Pai-tattoo. Draag een helm en gewone schoenen, ook op de korte ritjes, maak foto’s van je scooter voor je wegrijdt, geef je paspoort nooit af bij de verhuur en stap niet op na een paar drankjes op de Walking Street. Bij Pai Canyon blijf je op de brede paden, want het zand op de richels is los.

De beste maanden zijn november tot en met februari: droog, helder en rond de 28 graden, met de zeemist boven het dal bij zonsopkomst. Maart en april zijn het brandseizoen, met rook die in het dal blijft hangen en slechte lucht. Van mei tot en met oktober is het dal groen en de watervallen vol, maar zijn de bergwegen glibberig en de prijzen laag.

Ons advies: neem in december of januari een trui mee en zet één ochtend de wekker voor zonsopkomst. Rijd het dal in terwijl de mist er nog hangt, en stop op de terugweg bij het eerste koffietentje langs de weg dat open is.

Waar dit bij hoort