Chiang Mai ligt 700 kilometer ten noorden van Bangkok, tussen de bergen, en is voor veel backpackers de tweede stop van hun reis door Thailand. Het centrum is de Old City: een vierkant omringd door een gracht en de resten van een oude stadsmuur, met tempels, hostels en koffiebars in de straatjes ertussen.
Waar Bangkok hard en luid is, is Chiang Mai laag en groen. Een strand heeft de stad niet en grote bezienswaardigheden nauwelijks, want wat je hier doet is vooral rondlopen, eten en de bergen in. Precies daarom blijven veel reizigers langer dan ze van plan waren.
Een dag begint met een tempel of twee binnen de gracht, en ‘s middags rij je met een scooter de heuvels op naar een waterval of een uitzichtpunt. ’s Avonds sta je op een nachtmarkt met een kom khao soi, de curry-noedelsoep van het noorden, die je voor rond de anderhalve euro krijgt.
Kijk wel even naar de kalender voordat je boekt. In maart en april hangt de rook van de landbouwbranden boven de vallei en staat Chiang Mai regelmatig in de wereldtop van steden met de slechtste luchtkwaliteit. In de rest van het jaar merk je daar niets van.
Waar staat Chiang Mai om bekend?
Chiang Mai staat bekend om de tempels, de nachtmarkten, de keuken van het noorden en de bergen die direct achter de stad beginnen.
Er staan zo’n 300 tempels in en om de stad. Wat Chedi Luang, Wat Phra Singh en Wat Chiang Man liggen alle drie binnen de gracht en doe je op één ochtend lopend. De bekendste staat buiten de stad: Wat Phra That Doi Suthep, boven op de berg, met 306 treden naar de top en bij helder weer uitzicht over de hele vallei.
De markten zijn het tweede waar reizigers voor komen. De Sunday Walking Street is de grootste: elke zondagavond veranderen de straten in het centrum in één lange markt vol streetfood, kleding en lokale spullen. Op de andere avonden zijn er kleinere nachtmarkten verspreid door de stad.
Het noorden heeft een eigen keuken, milder en zouter dan die van Bangkok. Khao soi is hier hét gerecht: curry-noedelsoep met kokosmelk en krokante noedels erbovenop, op vrijwel elke markt te krijgen. Kleefrijst eet je met je handen, uit een mandje.
Verder is Chiang Mai vooral een uitvalsbasis. De olifantenopvangcentra liggen in de heuvels eromheen, net als de Bua Thong Sticky Waterfalls waar je tegen de waterval op klimt en Doi Inthanon, het hoogste punt van Thailand. Pai en Chiang Rai liggen allebei op drie uur rijden.
Hoeveel dagen heb je nodig in Chiang Mai?
Voor Chiang Mai raden we 3 tot 4 dagen aan. Dat is genoeg voor de stad zelf plus twee dagen buiten de stad.
2 dagen: het absolute minimum. Dag één de tempels binnen de gracht en ‘s avonds een nachtmarkt, dag twee een olifantenopvang of Doi Suthep. Voor de bergen blijft er dan niets over.
3 dagen: de ondergrens die wij zouden aanhouden. Één dag Old City, één dag olifanten en watervallen, één dag Doi Suthep en de bergen erachter.
4 dagen of meer: fijn als je ook wilt ziplinen, een kookles wilt doen die op de markt begint, of gewoon een dag niets wilt plannen.
Houd er rekening mee dat dit een plek is waar backpackers blijven hangen. Ga je ook naar Pai, tel die dagen er dan apart bij op, want alleen de heenweg is al drie uur.
Wat is de beste plek om te verblijven in Chiang Mai?
De meeste backpackers slapen binnen de gracht, maar elke buurt heeft hier een eigen sfeer.
Old City: voor backpackers Het oude ommuurde centrum, met de meeste hostels, tempels, cafés en avondmarkten van de stad. Je loopt het vierkant in een uur rond, dus vervoer heb je bijna nooit nodig. Ook de meeste tours en dagtrips vertrekken uit deze buurt.
Nimman: modern en voor wie langer blijft Net buiten de gracht, vol koffiebars, restaurants en coworkingplekken. Populair bij digital nomads en reizigers die een paar weken blijven. Overdag rustiger dan de Old City, ‘s avonds de betere bars.
Night Bazaar: markten en levendigheid Aan de oostkant van de gracht, waar het elke avond druk is met kraampjes en streetfood. Handig als je meteen tussen de markten wilt zitten, wat minder charmant overdag.
Riverside: een stuk rustiger Langs de Ping River slaap je met minder lawaai en zit je nog steeds redelijk centraal. Reken erop dat je dan vaker een songthaew nodig hebt.
Welke plek raden wij backpackers aan?
Kom je voor het eerst in Chiang Mai, kies dan een hostel in de Old City. Alles ligt op loopafstand, de tours halen je op bij de deur en andere reizigers ontmoet je hier vanzelf.
Op onze bestemmingspagina noemen we drie hostels die er bij backpackers uitspringen: Stamps Backpackers Chiang Mai voor solo reizigers, met elke dag een gezamenlijke activiteit, Mad Monkey Chiang Mai voor wie het feestje zoekt met pub crawls en beer pong, en The Yard Hostel Chiang Mai voor een groene tuin en een relaxte avond na een drukke dag.
Zoek je iets anders, kijk dan richting Nimman voor moderner en rustiger, of langs de Ping River voor stilte. Een bed kost in Chiang Mai rond de vijf euro, dus in prijs scheelt het weinig.
Wat kun je doen in Chiang Mai?
Dit is een stad waar je cultuur en natuur op één dag combineert: tempels, nachtmarkten en kooklessen binnen de gracht, en olifanten, watervallen en bergwegen zodra je de stad uitrijdt.
Onze vijf favorieten hebben we apart op een rij gezet in de highlights van Chiang Mai.
Hoe kom je in Chiang Mai?
De meeste backpackers komen vanuit Bangkok. De nachttrein doet er dertien uur over en is comfortabeler dan de bus: je boekt een slaapcabine en stapt ‘s ochtends uit. Vliegen kan ook en duurt een uur, vaak voor minder dan dertig euro.
Ga je verder de route op, dan rijdt de minibus naar Pai in drie uur en 762 bochten, en de gewone bus naar Chiang Rai in ongeveer drie uur. Naar Laos reis je via Chiang Khong, waar je de boot over de Mekong pakt.
In de stad zelf loop je. De Old City heb je in een uur rond, en voor de rest steek je je hand op voor een rode songthaew, een gedeeld busje: je noemt je bestemming en betaalt ongeveer een euro. Een scooter kost vanaf zo’n vijf euro per dag en is het handigst voor de heuvels, al heb je daar wel een internationaal rijbewijs voor nodig.
Is Chiang Mai een bezoek waard?
Wat ons betreft wel, en voor veel backpackers is dit de plek waar hun reis door Thailand pas echt begint. Verwacht alleen geen stad van grote bezienswaardigheden: het gaat hier om het tempo, het eten en hoe snel je tussen de bergen zit.
Chiang Mai is ontspannen en veilig. Waar je hier wel over moet nadenken is de olifantenopvang die je kiest. Bij een goede opvang rijd je niet, ga je niet in bad met de dieren en bepaalt het dier zelf of het contact wil. Wordt er gereden, geschilderd of gebadderd met toeristen, dan is het geen opvang maar een attractie.
Verder gelden de scooterregels. Geef nooit je paspoort af als borg, ga zonder ervaring de bergweg naar Doi Suthep niet op, en slik iets tegen wagenziekte voor de minibus naar Pai, want die 762 bochten zijn geen grap.
De beste maanden zijn november tot en met februari: droog, zonnig en ‘s ochtends fris genoeg voor een trui. In november valt Loi Krathong, het lichtjesfestival. Maart en april zijn het brandseizoen, en van mei tot en met oktober regent het in de middag, al staan de watervallen dan wel op hun mooist.
Ons advies: huur op je laatste ochtend een scooter en rij bij zonsopkomst de bergen in richting Mon Jam. Rustiger dan dat wordt Chiang Mai niet.