Port Barton ligt aan de noordwestkust van Palawan, ongeveer drie uur rijden vanaf Puerto Princesa. Het is een dorp van een paar zandstraten aan een baai, met een stuk of tien eilandjes voor de kust en wit zand dat je te voet of met de scooter bereikt.
Verwacht hier geen tweede El Nido. Er zijn geen grote resorts, geen winkelstraat en nauwelijks verkeer. Er is ook geen geldautomaat, de stroom komt uit generatoren en het mobiele bereik is er nauwelijks. Precies dat is voor de meeste backpackers de reden dat ze komen, en voor een enkeling de reden om na één nacht weer door te rijden.
Een dag ziet er ongeveer zo uit: ‘s ochtends de boot op voor een eilandtocht langs de koraaltuinen en de zeegrasvelden waar de schildpadden grazen, ‘s middags een strand dat je met z’n vijven deelt, en rond zes uur zonsondergang op Port Barton Beach. Daarna is er een kampvuur, want nachtleven bestaat hier niet.
Praktisch: de laatste twintig kilometer naar het dorp zijn deels onverhard, en de vans vertrekken meestal maar één of twee keer per dag, ‘s ochtends. In het regenseizoen wordt die weg modderig, dus reken op vertraging.
Waar staat Port Barton om bekend?
Port Barton staat vooral bekend om het snorkelen met zeeschildpadden. Ze grazen op het zeegras vlak voor de kust, het water is er ondiep en helder, en de kans dat je er een paar ziet is groot.
De eilandtocht is de activiteit waarvoor de meesten hier komen. Een hele dag varen langs Exotic Island, Starfish Island en de koraalriffen, met lunch aan boord, vanaf ongeveer €15. Starfish Island dankt zijn naam aan het ondiepe water vol zeesterren.
Daarnaast zijn er de stranden om het dorp heen. White Beach ligt op twintig minuten met de scooter over een deels onverharde weg, Coconut Beach op een half uur lopen langs de kust. Op dat laatste strand heb je het meestal voor jezelf, maar neem wel eten en water mee, want er is bijna niets.
Port Barton is net zo bekend om wat er níét is. Geen supermarkt, geen geldautomaat, en stroom die in sommige accommodaties maar een paar uur per dag aan staat. Het kampvuur op het strand is hier het avondprogramma.
Tot slot de prijzen. Als backpacker kom je hier rond met ongeveer €20 per dag: een bed vanaf €7, een maaltijd rond €2,50 en een biertje voor zo’n €1,20.
Hoeveel dagen heb je nodig in Port Barton?
Voor Port Barton raden we 2 tot 3 dagen aan. Dat is genoeg voor de eilandtocht, de stranden om het dorp en een avond of twee bij het vuur.
2 dagen: de ondergrens, en voor de meeste backpackers precies genoeg. Dag één de eilandtocht met de schildpadden, dag twee White Beach en Coconut Beach met een gehuurde scooter.
3 dagen: fijn als je ook naar Pamuayan Falls wilt lopen, een uurtje vanaf het dorp, of gewoon een dag in een hangmat wilt hangen.
4 dagen of meer: alleen als je hier komt om te blijven hangen. Er komen geen bezienswaardigheden meer bij, maar dat is nooit de reden geweest dat mensen langer blijven.
Houd er rekening mee dat het aankomen en vertrekken hier tijd kost. Met vans die maar een paar keer per dag rijden gaat er aan beide kanten al snel een halve dag op.
Wat is de beste plek om te verblijven in Port Barton?
Het dorp is zo klein dat je alles binnen tien minuten uitloopt, dus je zit eigenlijk nooit verkeerd. Toch zit er verschil in sfeer.
Port Barton Town: waar iedereen zit Vrijwel alle backpackers slapen rond Port Barton Beach en het centrum. Hier vind je de hostels, de eettentjes, de strandbars en de touraanbieders, en vanaf het strand vertrekken ‘s ochtends de boten. Voor bijna iedere backpacker is dit de logische keuze.
Direct aan het strand: voor de zonsondergang Aan de strandkant slaap je met zicht op de baai, die naar het westen kijkt. Je hoeft ‘s avonds letterlijk niets te doen om de zonsondergang mee te pakken, en je zit alsnog binnen een paar minuten in het dorp.
Net buiten het centrum: groener en stiller Iets verder van het strand wordt het groen en rustig. Fijn als je langer blijft of gewoon vroeg wilt slapen, en je loopt er nog steeds naartoe.
Welke plek raden wij backpackers aan?
Kom je hier voor het eerst, blijf dan gewoon in het dorp zelf. Alles ligt op loopafstand, de boten vertrekken voor de deur en andere reizigers loop je hier vanzelf tegen het lijf.
Op onze bestemmingspagina noemen we drie hostels die er bij backpackers uitspringen: CocoRico Hostel voor de sociale sfeer en de centrale ligging, My Green Hostel voor wie rust en groen zoekt, en Seaside Beach Hostel voor de ligging vlak bij het strand en de zonsondergangen.
Blijf je langer dan een paar nachten of wil je vooral bijkomen, kies dan iets in het groen net buiten het centrum. Ga je voor het strand en het uitzicht, dan zit je aan de kant van de baai goed.
Wat je ook kiest, regel het contante geld voordat je aankomt. In het dorp staat geen enkele geldautomaat, dus reken uit wat je nodig hebt en neem wat extra mee.
Wat kun je doen in Port Barton?
Genoeg voor twee tot drie dagen, en niets ervan haast zich: eilandhoppen en snorkelen, lege stranden langs de kustweg en een waterval op loopafstand van het dorp.
We hebben onze vijf favorieten los uitgewerkt in de highlights van Port Barton.
Hoe kom je in Port Barton?
Het dorp ligt ongeveer halverwege Puerto Princesa en El Nido, waardoor het vanzelf een tussenstop wordt op de rit door Palawan. Vanuit Puerto Princesa doet de van er ongeveer drie uur over, vanuit El Nido drie tot vier uur.
De laatste twintig kilometer zijn deels onverhard en dat merk je. Vans vertrekken ‘s ochtends en rijden meestal maar één of twee keer per dag, dus plan je vertrek de avond ervoor.
De meeste backpackers doen Puerto Princesa, Port Barton en El Nido achter elkaar. Vanuit Port Barton kun je ook per boot naar San Vicente, voor Long Beach: het langste strand van Palawan.
Ter plekke heb je niets nodig. Het dorp bestaat uit een paar zandstraten die je in tien minuten uitloopt, en voor de stranden buiten het dorp huur je een scooter vanaf ongeveer €7 per dag. Rijd niet in het donker, want verlichting is er niet.
Is Port Barton een bezoek waard?
Zeker, en dat oordeel is bijna unaniem: veel backpackers noemen Port Barton achteraf een van hun favoriete plekken in de Filipijnen. Het is rustiger en authentieker dan El Nido en Coron, en bovendien goedkoper.
Je moet wel weten waar je aan begint. Geen geldautomaat betekent echt geen geldautomaat, de stroom valt ‘s nachts uit, het bereik is minimaal en de dichtstbijzijnde apotheek is uren rijden. Neem een powerbank, een zaklamp en je eigen medicijnen mee. Onder water geldt: blijf van het koraal af, houd minstens drie meter afstand van de schildpadden en haal zeesterren nooit uit het water voor een foto.
De beste maanden lopen van november tot en met mei. November tot en met maart is droog en zonnig met een kalme zee, april en mei zijn het heetst maar hebben het helderste water. Van juni tot en met oktober regent het, wordt de weg hierheen modderig en is er bijna niemand.
Ons advies: neem 2 tot 3 dagen, haal genoeg contant geld in Puerto Princesa of El Nido en huur op je tweede dag vroeg een scooter voor de kustroute naar Coconut Beach. Met een snorkelset achterop vind je onderweg baaitjes waar je helemaal alleen bent.