Pakse is het knooppunt van Zuid-Laos en het startpunt van de Bolaven Loop: een scooterroute over een plateau van ruim duizend meter hoog, langs watervallen, koffieplantages en dorpen van bergvolken.
De stad zelf is klein, plat en weinig toeristisch. Je doet hem in een ochtend. Wat Pakse interessant maakt, ligt eromheen: het Bolaven Plateau in het oosten, Wat Phou in het zuiden en de 4000 eilanden nog verder stroomafwaarts.
Op het plateau is het merkbaar koeler dan beneden. Hier groeit arabica op ruim duizend meter hoogte, en bij de boerderijen langs de route kun je proeven, slapen en zakken koffie kopen. Tussen de plantages door duiken watervallen op van tientallen meters hoog.
Voor backpackers die van roadtrips houden is dit het zuidelijke tegenhanger van de Thakhek Loop: dezelfde vrijheid, maar met koffie, watervallen en een stuk minder verkeer.
Waar staat Pakse om bekend?
Pakse staat bekend als startpunt van de Bolaven Loop, en om de koffie en watervallen die je onderweg tegenkomt.
De bekendste waterval is Tad Fane: een dubbele val van ongeveer honderd meter die in een beboste kloof stort. Verderop liggen Tad Yuang en Tad Lo, allebei met zwemplekken eronder.
Het Bolaven Plateau zelf is de tweede reden om te komen. Op ruim 1.200 meter hoogte staat de arabica van Laos, en veel boerderijen langs de lus verhuren kamers en geven rondleidingen. Verse koffie bij het ontbijt, gezet met bonen van het veld ernaast.
Ten zuiden van de stad ligt Wat Phou, een Khmer-tempelcomplex uit de tijd van Angkor dat op de Werelderfgoedlijst staat. Ongeveer anderhalf uur rijden, en een stuk rustiger dan wat je in Cambodja tegenkomt.
En dan is er de stad zelf: de Mekong, een nachtmarkt langs het water en een handvol goede cafés. Precies genoeg voor een avond.
Hoeveel dagen heb je nodig in Pakse?
Voor Pakse reken je op 1 dag in de stad plus 3 dagen voor de Bolaven Loop.
1 dag: genoeg als je alleen doorreist naar Don Det of de grens. Wat Phou in de ochtend, de nachtmarkt ‘s avonds.
3 dagen lus: de grote lus is ongeveer 350 kilometer, de kleine ongeveer 200. Drie dagen is voor de grote versie het minimum en voor de kleine ruim voldoende.
4 dagen of meer: fijn als je bij een koffieboerderij wilt blijven slapen en onderweg alle watervallen wilt meepakken zonder te haasten.
Rijd je nooit scooter? Dan is Pakse ook prima als uitvalsbasis voor dagtochten naar Wat Phou en de dichtstbijzijnde watervallen.
Wat is de beste plek om te verblijven in Pakse?
Pakse is compact, dus lang zoeken hoeft niet. Het gaat er vooral om dat je dicht bij een goede scooterverhuurder zit.
Het centrum: bij de verhuurders De meeste hostels zitten in het centrum, tussen de restaurants, cafés en de bedrijven die de scooters voor de lus verhuren. Dit is ook waar je andere reizigers ontmoet om samen te rijden.
Langs de Mekong: voor de avond Aan de rivierkant zit de nachtmarkt en eet je met uitzicht op het water. Iets rustiger, maar nog steeds op loopafstand.
Onderweg op de lus Op het plateau slaap je in guesthouses en bij koffieboerderijen. Simpel, koel ‘s avonds en meestal met uitzicht over de velden.
Welke plek raden wij backpackers aan?
Voor je eerste nacht in Pakse zouden wij een hostel in het centrum kiezen. Daar begint de lus praktisch: scooter, routekaart en meestal iemand om mee op te trekken.
Op onze bestemmingspagina noemen we drie plekken die er bij backpackers uitspringen: Sanga Hostel als beste keuze voor wie de Bolaven Loop gaat rijden, You Empire Hostel & Bar voor de gezelligheid, en Pakse Backpacker Hostel als je vooral goedkoop wilt slapen.
Praktisch: de verhuurders bewaren je grote bagage terwijl je op de lus zit, net als in Thakhek. Neem alleen mee wat op je scooter past, plus een warme laag: op het plateau is het ‘s avonds fris.
Wat kun je doen in Pakse?
Alles draait om wat er buiten de stad ligt: watervallen, koffieplantages en drie dagen scooteren over het plateau. Die ene dag in de stad zelf vul je makkelijk met een tempel, de nachtmarkt en de zonsondergang aan de rivier.
Onze vijf favorieten hebben we apart uitgewerkt in de highlights van Pakse.
Hoe kom je in Pakse?
Pakse is het vervoersknooppunt van Zuid-Laos. De nachtbus vanuit Vientiane doet er ongeveer tien uur over, vanuit Thakhek ongeveer zes.
Vanuit Thailand kom je via Ubon Ratchathani, ongeveer drie uur met de minibus. Vanuit Cambodja rijd je via de grens bij Nong Nok Khiene omhoog. Er is ook een klein vliegveld met vluchten naar onder andere Vientiane en Siem Reap.
Verder naar het zuiden liggen Don Det en de 4000 eilanden op ongeveer drie uur met de minibus. Reis je naar Vietnam, dan gaat dat via de grens bij Bo Y, een lange rit.
De stad zelf is klein en plat, dus lopen of fietsen volstaat. Voor de lus huur je een scooter vanaf zo’n acht euro per dag.
Is Pakse een bezoek waard?
De stad zelf is klein en rustig, en als uitvalsbasis is Pakse een van de fijnste plekken van Laos. Het is er minder toeristisch dan in Vang Vieng of Luang Prabang, en dat merk je meteen aan de prijzen en de sfeer.
Wees wel realistisch over de lus. Drie dagen op een scooter over bergwegen met wisselend asfalt is geen kleinigheid. Laat je scooter nakijken voor je vertrekt, test de remmen, sla het nummer van je verhuurder op en neem contant geld mee: onderweg staat geen automaat.
Rijd niet in het donker op het plateau: er is geen verlichting en er lopen dieren op de weg. En blijf bij de watervallen op de gemarkeerde paden, want ook in deze provincie ligt nog niet-ontplofte munitie.
De beste maanden zijn november tot en met februari: droog, aangenaam en koel op het plateau. Wil je de watervallen op hun sterkst, kom dan aan het eind van het regenseizoen.
Ons advies: neem minimaal 3 dagen voor de lus en slaap onderweg minstens één nacht bij een koffieboerderij. Dat is voor veel reizigers het beste onderdeel van Zuid-Laos.