Pakse is niet de plek waar je bezienswaardigheden afvinkt. De stad zelf heb je in een ochtend gezien, en alles wat je hier onthoudt gebeurt buiten de stadsgrenzen: op het plateau, onder een waterval, of ergens op een bergweg met koffievelden aan weerszijden.
Een paar dingen horen er echt bij: de lus, de koffie en minstens één waterval waar je onder kunt gaan staan. Andere dingen liggen toevallig in de buurt en zijn leuk als je naast het plateau een dag overhoudt. Met zeventien euro per dag is je budget hier niet het punt, je tijd wel.
De vraag is dus vooral: wat neem je mee de lus op, en wat bewaar je voor later?
Zoek je eerst de praktische kant, hoeveel dagen je nodig hebt, waar je slaapt en hoe je er komt, dan staat dat in onze reisgids voor Pakse.
De Bolaven-lus op de scooter
Dit is waarvoor je komt, en het is het beste wat Zuid-Laos te bieden heeft. Je rijdt vanuit Pakse omhoog het Bolaven Plateau op, ruim duizend meter boven de Mekong, en binnen een uur is de hitte weg en rijd je door koffievelden, bos en dorpen waar bijna geen bus komt. Drie dagen lang bepaal je zelf waar je stopt.
De grote lus is ongeveer 350 kilometer, de kleine ongeveer 200. Een scooter huur je in het centrum vanaf zo’n acht euro per dag, en de verhuurders bewaren je grote bagage terwijl je weg bent. Neem contant geld mee, want onderweg op de lus staat geen enkele automaat.
Laat je scooter nakijken voor je vertrekt en test de remmen echt even. Je rijdt drie dagen over bergwegen met wisselend asfalt, en de meeste ellende op deze route komt niet van de bochten maar van een brik die je bij de verhuurder al had kunnen weigeren.
Ons oordeel: absoluut doen, en neem er minimaal drie dagen voor
Slapen op een koffieboerderij bij Paksong
Rond Paksong groeit de arabica van Laos op ruim 1.200 meter hoogte, en veel boerderijen langs de lus verhuren een simpele kamer. Je slaapt tussen de velden, ‘s avonds is het fris genoeg voor een trui en ‘s ochtends krijg je koffie die van het perceel naast je bed komt.
Het is de logische eerste overnachting op de lus: je rijdt in een halve dag vanuit Pakse omhoog en hebt daarna nog tijd voor Tad Fane. Proeven kan bij vrijwel elke boerderij, en zakken bonen kopen ook. Dit is de koffiestreek van Laos, dus dit is meteen de beste koffie van je hele reis door het land.
Neem die warme laag serieus. Backpackers die net uit Vang Vieng of de 4000 eilanden komen, pakken vaak alleen shirts in en zitten dan om acht uur ‘s avonds te bibberen op duizend meter hoogte.
Ons oordeel: niet overslaan, dit is het onderdeel dat mensen zich achteraf herinneren
Tad Fane, de dubbele val van honderd meter
Twee stralen water die naast elkaar ongeveer honderd meter een beboste kloof in storten: Tad Fane is de indrukwekkendste waterval van de omgeving en hij ligt vlak bij Paksong, dus je pakt hem makkelijk mee op je eerste dag op het plateau.
Je bekijkt hem vanaf de rand aan de overkant van de kloof, want naar beneden kom je hier niet. Dat klinkt als een nadeel, maar het is juist waarom hij zo werkt: je ziet de hele val in één keer, van bovenrand tot bodem.
Kom je aan het eind van het regenseizoen, in september of oktober, dan hoor je hem al voor je hem ziet. In maart, april en mei is er een stuk minder van over.
Ons oordeel: absoluut doen, ook al kost het je maar een half uur
Zwemmen bij Tad Yuang en Tad Lo
Waar Tad Fane er vooral is om naar te kijken, zijn dit de watervallen waar je in kunt. Onder allebei ligt een zwemplek, en na een ochtend op de scooter is dat precies wat je nodig hebt. Tad Lo heeft bovendien een klein dorp om zich heen waar veel reizigers langer blijven plakken dan gepland.
Beide liggen aan de route, dus je hoeft er niets voor om te rijden. Bij Tad Yuang loop je vanaf de weg in een paar minuten naar beneden. Handdoek en zwemkleding voorin je tas dus, niet onderin bij de spullen die je bij de verhuurder had moeten achterlaten.
Blijf op de gemarkeerde paden, ook als je verderop een mooiere plek ziet liggen. In deze provincie ligt nog niet-ontplofte munitie in de grond, en dat is precies de reden dat die paden er liggen.
Ons oordeel: absoluut doen, plan er een lange pauze omheen
Wat Phou, de Khmer-tempel uit de tijd van Angkor
Ongeveer 120 kilometer ten zuiden van Pakse ligt een Khmer-tempelcomplex uit de tijd van Angkor dat op de Werelderfgoedlijst staat. Het klimt in terrassen tegen een berghelling op, en bovenaan sta je met uitzicht over de vlakte richting de Mekong.
Reken op ongeveer anderhalf uur rijden vanuit Pakse. Het is de perfecte invulling van die ene dag dat je nog niet op de lus zit, bijvoorbeeld je aankomstdag of de dag voor je doorreist naar Don Det.
Ga in de ochtend. Niet vanwege de drukte, want die is er nauwelijks: dit is een van de rustigste plekken op de Werelderfgoedlijst die je in Zuidoost-Azië tegenkomt. Maar de trap naar boven ligt volledig in de zon, en om twee uur ‘s middags is die klim een stuk zwaarder.
Ons oordeel: een mooie dagtrip als je de dag ervoor hebt
De dorpen van de bergvolken op het plateau
Op de noordelijke helft van de lus rijd je door dorpen van bergvolken waar het leven weinig met toerisme te maken heeft. Geen entree, geen show, geen kraampjes: je rijdt er gewoon doorheen en stopt waar het je aanstaat.
Dit is precies waarom drie dagen het minimum is en waarom haasten zonde is. De mooiste stukken van deze route liggen tussen de punten op je kaartje in, en die mis je als je van waterval naar waterval racet.
Rijd hier rustig en zeker niet in het donker. Er is geen verlichting op het plateau en er lopen dieren op de weg, dus zorg dat je voor zonsondergang binnen bent bij je slaapplek.
Ons oordeel: dit overkomt je vanzelf, mits je jezelf de tijd gunt
De Mekong bij zonsondergang en de nachtmarkt
Terug in Pakse is de rivier het beste wat de stad zelf te bieden heeft. Aan het water staat ‘s avonds de nachtmarkt, en je eet er Mekongvis van de houtskoolgrill of een bord laap voor ongeveer twee euro, met de zon die achter de overkant zakt.
Een biertje kost hier rond de euro, dus dit is de goedkoopste goede avond van je hele route. Het is ook de plek waar je reizigers tegenkomt die net van de lus af komen of er morgen aan beginnen, en zo vind je vaak je rijgezelschap voor de dagen erna.
Doe dit op je laatste avond, niet op je eerste. Na drie dagen scooteren over bergwegen smaakt gegrilde vis aan de rivier ongeveer tien keer zo goed.
Ons oordeel: een avond is genoeg, maar wel een goede
Heb je tijd over in Pakse?
Een ochtend door de stad
Pakse is klein, plat en weinig toeristisch, en dat is precies de charme. Loop een ochtend rond, drink koffie in een van de cafés in het centrum en bekijk de markt aan de Mekong. Daarna trek je het plateau op, want daar begint waar je voor kwam.
De kleine of de grote lus
De grote lus is 350 kilometer in drie dagen over bergwegen met wisselend asfalt. Heb je nog niet veel scooterkilometers gemaakt, kies dan de kleine lus van ongeveer 200 kilometer: dezelfde watervallen, dezelfde koffie en dezelfde dorpen, met een stuk minder uren in het zadel. Rijd je vaker, dan is de grote lus een van de mooiste routes van Laos.
De watervallen in het juiste seizoen
Van september tot en met december staan Tad Fane en Tad Yuang op hun mooist en zwem je er heerlijk. In maart, april en mei is het heet en droog en wordt Tad Fane een dun sliertje. Ben je in die periode in Pakse, ga dan vooral voor de koffieplantages, de dorpen en Wat Phou, want die zijn dan juist op hun best.
Op tijd binnen aan het eind van de dag
Plan je etappes zo dat je voor zonsondergang aankomt. Op het plateau is geen verlichting, er lopen dieren op de weg en veel huurscooters hebben een bescheiden koplamp. Een extra nacht in een guesthouse onderweg kost je een euro of vijf, en dan rijd je de mooiste stukken bij daglicht.
Onze vijf highlights van Pakse
Heb je maar een paar dagen? Dan zouden wij deze vijf sowieso meepakken:
- De Bolaven-lus op de scooter, minimaal drie dagen
- Een nacht op een koffieboerderij bij Paksong, met verse koffie bij het ontbijt
- Tad Fane, de dubbele val van honderd meter
- Zwemmen onder Tad Yuang of Tad Lo, halverwege de rijdag
- Gegrilde Mekongvis op de nachtmarkt bij zonsondergang
Blijft er daarna nog een dag over, dan is Wat Phou de beste invulling: anderhalf uur naar het zuiden, een Khmer-tempel uit de tijd van Angkor en bijna niemand die er rondloopt. En heb je echt geen haast, rijd dan de noordelijke helft van de lus nog een keer, maar dan zonder plan.
Dus wat moet je echt gedaan hebben in Pakse?
Eerlijk? Deze lijst is bedoeld om je te helpen kiezen, niet om je dagen vol te zetten. Pakse werkt juist omdat er niets moet: geen rijen, geen tijdsloten, geen tickets die je vooraf moet regelen. Je huurt een scooter, je rijdt weg en je ziet wel waar je die avond terechtkomt.
Als we er dan toch één ding uit moeten halen: rijd de lus en slaap minstens één nacht op een koffieboerderij. Niet eens vanwege de koffie, hoewel die goed is, maar vanwege het moment daarvoor. Je zet je scooter neer, het is voor het eerst in weken koel, en er is verder helemaal niets te doen.
En haast je niet terug naar beneden. De meeste reizigers die drie dagen inplannen voor de lus, hadden er achteraf graag vier gehad.