Malapascua is een eiland van tweeënhalve kilometer lang ten noorden van Cebu, en op de kaart van de Filipijnen is het niet meer dan een stipje. Toch staat het bij duikers wereldwijd op de lijst, want dit is een van de weinige plekken waar je vrijwel elke ochtend voshaaien ziet. Het eiland zelf is een dorp met zandpaden, bangka’s op het strand en een rij duikscholen langs Bounty Beach.
Wat Malapascua niet is: een tweede Boracay of El Nido. Er is geen boulevard, geen supermarkt van formaat en de enige geldautomaat op het eiland is regelmatig leeg of buiten werking. Het voelt nog als een echt eilanddorp, en precies daarom blijven backpackers hier vaak langer dan ze van plan waren.
Een dag begint hier vroeg. Om vier uur ‘s ochtends vertrekken de boten naar Monad Shoal, tegen het middaguur ben je terug en de rest van de dag snorkel je bij de Coral Garden, vaar je naar Gato Island of doe je helemaal niets op het strand. ’s Avonds eet je verse vis en loop je in twintig minuten naar het Lighthouse Viewpoint voor de zonsondergang.
Er komen kost wel een dag: vier uur bus vanaf Cebu City naar Maya, en dan een half uur met de boot. Die oversteek is kort maar open water, en bij ruwe zee vaart hij niet. In het regenseizoen van juni tot en met oktober plan je hier dus geen strakke aansluiting op een vlucht.
Waar staat Malapascua om bekend?
Malapascua staat wereldwijd bekend om één ding: de voshaaien. Bij Monad Shoal komen ze elke ochtend naar een schoonmaakstation, en dat gebeurt op vrijwel geen andere plek zo betrouwbaar. De boot vertrekt om vier uur, de duik zelf is rond half zes en gaat tot dertig meter diep. Reken op zo’n €45 voor één duik.
De tweede naam die je hier steeds hoort is Gato Island, ongeveer een uur varen. Er loopt een tunnel dwars door het eiland, en eromheen zwemmen zeeslangen en witpuntrifhaaien. Twee duiken kosten vanaf ongeveer €55 en je bent er een halve dag mee kwijt.
Boven water is Kalanggaman Island de bekendste trekpleister: een zandbank met palmen en twee zandtongen die aan weerszijden de zee in lopen. Anderhalf uur varen, vanaf ongeveer €25 inclusief entree, en voor veel reizigers het mooiste strand van hun hele Filipijnen-reis.
Op het eiland zelf draait alles om Bounty Beach aan de zuidkant, waar de boten aankomen en waar de duikscholen, hostels en tentjes zitten. Vlak voor de kust ligt de Coral Garden, waar je gratis vanaf het strand naar binnen loopt met een snorkelset van ongeveer €3.
En dan is er de reputatie die je niet op een kaart vindt: Malapascua is een van de laatste plekken in de regio die nog echt rustig aanvoelt. Geen massatoerisme, wel een kleine backpackerscommunity die elkaar binnen een dag kent.
Hoeveel dagen heb je nodig op Malapascua?
Voor Malapascua raden we 2 tot 3 dagen aan. Dat is genoeg voor de voshaaien, een tweede duik of snorkeltrip en een dag op het water.
2 dagen: het minimum. Dag één de voshaaien bij Monad Shoal, dag twee Gato Island of snorkelen bij de Coral Garden, met de zonsondergang bij het Lighthouse Viewpoint als afsluiter.
3 dagen: wat ons betreft de fijnste versie. Je hebt dan ruimte voor Kalanggaman Island, en dat is een hele dag varen en luieren.
4 dagen of meer: alleen als je een duikcursus doet, meerdere keren naar Monad Shoal wilt of gewoon geen zin hebt om weer in een boot te stappen.
Hou er rekening mee dat de eerste ochtend altijd vroeg begint. Kom je laat aan, plan de voshaaien dan niet meteen de volgende dag als je nog moet bijslapen.
Wat is de beste plek om te verblijven op Malapascua?
Malapascua is klein genoeg om overal naartoe te lopen, dus je zit nooit ver van iets af. Toch verschilt de sfeer per hoek van het eiland.
Bounty Beach: voor backpackers Dit is het strand aan de zuidkant waar de boten aankomen en waar vrijwel alle hostels, duikscholen en restaurants zitten. Alle boottochten, snorkeltrips en duikexcursies vertrekken hiervandaan. Voor de meeste backpackers is dit de handigste uitvalsbasis.
Logon Village: het dorp erachter Direct achter het strand ligt het dorp zelf, met cafés, kleine eettentjes en goedkopere kamers. Je zit nog steeds op loopafstand van de haven, maar je slaapt tussen het gewone eilandleven in plaats van tussen de duikers.
De noordkant: stil en lokaal Verder het eiland op wordt het snel rustiger. Hier liggen kleine stranden en een vissersdorpje, en zie je nauwelijks toeristen. Mooi als je rust zoekt, maar reken erop dat je voor eten en tours steeds terug naar Bounty Beach loopt of rijdt.
Welke plek raden wij backpackers aan?
Voor je eerste keer op Malapascua zouden wij gewoon rond Bounty Beach blijven. Je duikboot vertrekt bij het strand, je loopt zo naar de restaurants en je ontmoet er zonder moeite andere reizigers.
Op onze bestemmingspagina noemen we drie plekken die er bij backpackers uitspringen: Lionfish Backpackers Malapascua voor de sociale sfeer en de centrale ligging, Malapascua Budget Inn als je vooral goedkoop en simpel wilt slapen, en Villa Atlas Guest House voor wat meer comfort en rust vlak bij het strand.
Zoek je vooral stilte, dan kun je ook iets verder van het strand af gaan zitten, richting het dorp of de noordkant. Je bent er alsnog binnen een kwartier lopen terug bij de duikscholen.
Praktisch: neem contant geld mee van het vasteland. De enige automaat op het eiland doet het lang niet altijd, en veel hostels en duikscholen rekenen cash af.
Wat kun je doen op Malapascua?
In twee tot drie dagen doe je hier het meeste: duiken en snorkelen zijn de hoofdreden, aangevuld met een boottocht naar een zandbank en een zonsondergang op loopafstand.
We hebben onze vijf favorieten los uitgewerkt in de highlights van Malapascua.
Hoe kom je op Malapascua?
Vrijwel iedereen komt via Cebu City. Vanaf de North Bus Terminal rijd je in ongeveer vier uur naar Maya, de noordpunt van Cebu. Daar stap je op de boot van dertig minuten naar het eiland, of bij laag water op een kleinere boot die vanaf het strand vertrekt.
Precies die reis is de reden dat het er nog rustig is. Reken erop dat het een hele dag kost, en vertrek uit Cebu City vroeg genoeg om niet in het donker aan te komen.
Verder de route op gaat het meestal weer terug via Cebu City, richting Moalboal in het zuidwesten of door naar Bohol. Er varen ook boten naar Leyte, maar niet elke dag, dus vraag ter plaatse wanneer die gaan.
Op het eiland zelf heb je nauwelijks vervoer nodig. Malapascua is tweeënhalve kilometer lang en je loopt hem in ongeveer een uur over. Wil je toch de verder gelegen stranden en dorpjes zien, dan huur je een scooter voor zo’n €5 per dag, of een fiets voor minder.
Is Malapascua een bezoek waard?
Ben je duiker, dan is dit een van de weinige plekken ter wereld die je niet moet overslaan. Ben je dat niet, dan is het nog steeds een fijn eiland met witte stranden, goedkope kamers en een sfeer die op de bekendere Filipijnse eilanden allang verdwenen is. Wel moet je accepteren dat er weinig te doen is buiten het water.
Wees realistisch over het duiken. Monad Shoal gaat tot dertig meter en begint voor zonsopkomst, dus een Advanced brevet is echt aan te raden. Neem een lamp mee, blijf achter de lijn en zwem niet naar de haaien toe, en vlieg niet binnen achttien uur na die duik.
Het eiland werd in 2013 zwaar getroffen door tyfoon Haiyan en is daarna helemaal opnieuw opgebouwd. In het tyfoonseizoen van juni tot en met oktober liggen de prijzen laag, maar kunnen overtochten dagen uitgesteld worden. Er is ook geen apotheek, dus neem zelf mee wat je nodig hebt.
De beste maanden zijn november tot en met maart: droog, helder en met het beste zicht onder water. April en mei zijn heet en windstil, en daarmee de kalmste periode om over te varen.
Ons advies: plan één dag speling voor je vertrek naar het vasteland, en sta op je laatste ochtend vroeg op om naar het vissersdorpje in het noorden te lopen. Dat is het stukje Malapascua dat bijna niemand ziet.