Zuidoost-Azië

De 5 populairste backpacklanden in Azië

Azië 7 min lezen
De 5 populairste backpacklanden in Azië

Azië is misschien wel het continent voor backpackers. Je reist er goedkoop, je ontmoet overal andere reizigers, en binnen een paar uur sta je tussen de rijstvelden, op een tropisch eiland of midden in een chaotische wereldstad.

Zuidoost-Azië in het bijzonder is al jaren de populairste hoek. De afstanden zijn te overbruggen, er zijn overal hostels, en vier van de vijf landen hieronder liggen zo dicht bij elkaar dat je ze over land aan elkaar kunt rijgen tot één route.

Maar ze zijn niet inwisselbaar. Het verschil in prijs, tempo en wat je er doet is groter dan de kaart doet vermoeden. Hieronder wat elk land kost, waar het goed in is en voor wie het bedoeld is.

1. Thailand

Als er één land bijna synoniem staat met backpacken, is het Thailand. Voor de meeste reizigers is Bangkok de eerste kennismaking met Azië: je loopt de luchthaven uit en staat in een compleet andere wereld, met tuk-tuks die overal tussendoor rijden en eten dat op straat wordt klaargemaakt.

Maar Thailand is veel meer dan Bangkok. In het noorden liggen Chiang Mai, Chiang Rai en Pai met bergen, tempels en jungle. In het zuiden wachten Krabi, Koh Phi Phi, Koh Phangan en Koh Tao. Van streetfood voor twee euro tot duiken, jungletochten, eilandhoppen en feesten tot de zon opkomt: hier zit alles in.

Wat het vooral makkelijk maakt is de infrastructuur. Overal hostels, bussen, treinen, minivans en ferry’s, en je ontmoet automatisch andere backpackers. Reken op zo’n dertig euro per dag, een bed vanaf acht euro en dertig dagen visumvrij. De vijf ervaringen die je hier niet mag missen staan in de hoogtepunten van Thailand.

Ons oordeel: het beste eerste land van Azië, en het duurste van dit rijtje op het vasteland

2. Vietnam

Vietnam voelt alsof het gemaakt is om doorheen te backpacken. Het land is zestienhonderdvijftig kilometer lang en smal, dus je volgt vanzelf een route van noord naar zuid, of andersom.

De meeste backpackers beginnen in Hanoi en reizen via Ha Giang, Sapa, Ninh Binh, Cat Ba, Phong Nha, Hue, Da Nang en Hoi An naar het zuiden, om te eindigen in Da Lat, Ho Chi Minh City en eventueel Phu Quoc. Het grootste hoogtepunt is voor veel mensen de Ha Giang Loop: een meerdaagse route door het uiterste noorden langs bergpassen, dorpjes en uitzichten die niet op foto passen.

Daarbij is Vietnam nog altijd goedkoop: rond de vijfentwintig euro per dag, een maaltijd voor anderhalve euro en een slaapbus voor een tientje. En dan hebben we het over het eten nog niet eens gehad, want dat is voor veel reizigers de echte verrassing. Bovendien krijg je hier vijfenveertig dagen visumvrij, meer dan waar dan ook in dit rijtje.

Ons oordeel: de duidelijkste route van Zuidoost-Azië, en de beste keuze als je van doorreizen houdt

3. De Filipijnen

Meer dan zevenduizend eilanden, hagelwitte stranden, helder water en enkele van de mooiste duikplekken van Azië. Zesendertigduizend kilometer kustlijn, om precies te zijn.

Backpacken werkt hier anders dan in Thailand of Vietnam. Je stapt niet elke paar dagen in een bus naar de volgende plek: je hebt regelmatig een ferry of een binnenlandse vlucht nodig. Dat kost tijd en geld, en het is precies wat de Filipijnen zo bijzonder maakt.

De bekendste bestemmingen zijn Coron, El Nido, Port Barton, Siargao, Siquijor, Moalboal, Bohol, Boracay en Malapascua. Vooral Palawan is fantastisch: je kunt meerdere dagen per boot van Coron naar El Nido varen, onderweg slapen op afgelegen eilanden en stoppen bij stranden waar je anders nooit zou komen. En voor duikers is dit een droom, met sardine runs, schildpadden, wrakduiken en op sommige plekken voshaaien.

De eerlijke kanttekening is de prijs: reken op vijfendertig euro per dag, tien euro voor een bed en tien euro per boottocht. Dat is fors meer dan het vasteland.

Ons oordeel: het mooiste water van deze vijf, en je regelt en betaalt er wat meer voor

4. Laos

Laos wordt weleens vergeten naast Thailand en Vietnam, en dat is precies waarom het zo goed is. Het tempo ligt hier merkbaar lager en dat merk je binnen een dag.

Tropische kust heeft het land niet, maar zeventig procent bestaat uit bergen en jungle, met rivieren, watervallen en kleine dorpjes. De bekende route begint in Huay Xai, waar je met de slowboat over de Mekong naar Luang Prabang vaart. Die tocht duurt twee dagen en is voor veel backpackers meteen een van de leukste ervaringen van hun hele reis.

Daarna reis je door naar Vang Vieng en Vientiane, of zuidwaarts naar Pakse en de vierduizend Mekong-eilanden. Vang Vieng heeft de viewpoints, grotten en lagunes, Luang Prabang de tempels, markten en de Kuang Si-watervallen. Reken op vijfentwintig euro per dag en een bed vanaf zes euro. Meer in de vijf highlights van Laos.

Ons oordeel: het rustigste en avontuurlijkste land van dit rijtje, en het meest onderschatte

5. Cambodja

Cambodja wordt vaak meegenomen als tussenstop tussen Thailand en Vietnam, en dat is zonde. Het land verdient meer dan de paar dagen die het meestal krijgt.

Angkor Wat bij Siem Reap is natuurlijk het bekendste hoogtepunt, en met meer dan duizend tempels over vierhonderd vierkante kilometer is dat geen dagtripje maar een bestemming op zich. In Phnom Penh leer je over de zware recente geschiedenis van het land, en aan de kust liggen Koh Rong en Koh Rong Samloem: tropische eilanden die nog lang niet zo vol zitten als hun Thaise tegenhangers.

Ook hier reis je voor rond de vijfentwintig euro per dag, met een biertje voor een euro, het goedkoopste van deze vijf. De backpackroute is duidelijk, dus je komt onderweg makkelijk andere reizigers tegen. Zie de vijf beste activiteiten in Cambodja.

Ons oordeel: de beste mix van cultuur, geschiedenis en strand, en het land dat het vaakst tekort wordt gedaan

Welk land past bij jou

Eerste keer op reis en je wilt vooral makkelijk rondkomen? Thailand. Alles is er op je ingesteld en je hoeft niets uit te zoeken.

Een duidelijke route met veel verschillende stops? Vietnam. Je begint aan de ene kant en eindigt aan de andere.

Stranden, duiken en eilandhoppen boven alles? De Filipijnen, mits je budget het aankan.

Rust, bergen en natuur? Laos, en dan het liefst met de slowboat naar binnen.

Cultuur en geschiedenis met een strand als afsluiter? Cambodja.

Heb je tijd over?

Drie landen in een maand. Alle vijf in vier weken kan technisch, en dan zit je vooral in bussen. Drie landen op je gemak levert je meer op, en de vierde en vijfde bewaar je voor een volgende reis.

De Filipijnen met wat extra dagen. Het is het enige land hier waar je moet vliegen om binnen te komen en waar je binnenlands regelmatig een vlucht of ferry nodig hebt. Reken daar dus wat extra dagen en budget voor, dan is het meteen het mooiste water van dit rijtje.

Cambodja met tien dagen. Met drie dagen doe je alleen Angkor, en dat is maar een deel van het verhaal. Plan er minstens tien dagen voor, dan krijg je er Phnom Penh, Kampot en de eilanden bij.

Moet je kiezen tussen deze vijf landen?

Nee, en dat is het mooie eraan. Thailand, Laos, Vietnam en Cambodja liggen zo dat je ze over land aan elkaar kunt rijgen tot één lange route. Begin in Thailand, reis via de Mekong door naar Laos, dan Vietnam van noord naar zuid, en sluit af in Cambodja. Grenzen over land zijn hier normaal en goed geregeld.

Heb je daarna nog tijd en budget, pak dan een vlucht naar de Filipijnen als afsluiter. Zo krijg je in één reis bijna alles wat Zuidoost-Azië bijzonder maakt: chaotische wereldsteden, bergdorpjes, jungle, tempels, streetfood, nachtleven en uiteindelijk die stranden waar je al maanden van droomt.

Wel eerlijk over de tijd: voor vier landen wil je minstens twee maanden, en dan reis je nog vlot. En vergeet niet dat je onderweg niets volgens planning hoeft te doen. Misschien blijf je ergens langer hangen, ontmoet je mensen met wie je verder reist of gooi je je route helemaal om. Dat is juist het punt van backpacken.